Einde inhoudsopgave
Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties zeevisserij
Artikel 4
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Bronpublicatie:
25-04-2025, Stcrt. 2025, 15667 (uitgifte: 28-05-2025, regelingnummer: IENW/BSK-2025/91091)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
06-05-2025, Stb. 2025, 145 (uitgifte: 28-05-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Afhankelijke geldigheid
Treedt tegelijk in werking met de Wet bemanning zeeschepen (11-12-2024, Stb. 2025, 9).
- Vakgebied(en)
EU-recht / Bijzondere onderwerpen
1.
De aanvrager maakt zijn keuze voor een proeve van bekwaamheid of een aanpassingsstage binnen een daartoe door de Minister gestelde termijn kenbaar.
2.
Indien de aanvrager een opleidingstitel afkomstig uit een derde land heeft overgelegd, maakt, in afwijking van het eerste lid, de Minister zijn keuze voor een proeve van bekwaamheid of een aanpassingsstage kenbaar binnen 4 weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 3, eerste lid.
3.
De Minister stelt vast in overeenstemming met welke examenvakken de aanvrager de proeve van bekwaamheid aflegt of met betrekking tot welke vakken de aanvrager de aanpassingsstage doorloopt, alsmede de termijn waarbinnen dit geschiedt.
4.
De proeve van bekwaamheid wordt afgelegd bij een door de Minister aan te wijzen opleidingsinstituut als bedoeld in paragraaf 3.7 van de Regeling bemanning zeeschepen. Het opleidingsinstituut beoordeelt de proeve van bekwaamheid aan de hand van de voor het desbetreffende beroep in Nederland geldende exameneisen.
5.
Een door de Minister aan te wijzen opleidingsinstituut als bedoeld in paragraaf 3.7 van de Regeling bemanning zeeschepen beoordeelt of de aanvrager, na het doorlopen van de aanpassingsstage, de door de Minister vastgestelde vakken, bedoeld in het derde lid, in voldoende mate beheerst.