De inkeerregeling

De inkeerregeling

Bijgewerkt t/m: 15-01-2026

Mr. Anke Feenstra

id-490522ad-eea1-415b-b4fb-1a92a626048f

Anke Feenstra is advocaat / partner bij Hertoghs advocaten en heeft zich gespecialiseerd in het fiscaal procesrecht en de verdediging in fraudezaken (FIOD zaken).

Meer over Anke Feenstra

In de AWR is een zogenoemde inkeerregeling opgenomen. Deze regeling biedt belastingplichtigen de mogelijkheid om binnen twee jaar nadat een aangifte onjuist of onvolledig is ingediend of een aangifte had moeten worden gedaan, in te keren. De belastingplichtige die van deze mogelijkheid gebruik maakt, krijgt geen boete dan wel krijgt een verlaagde boete bij inkeer na twee jaar. Per 1 januari 2018 en 1 januari 2020 is de toepassing van de inkeerregeling aanzienlijk beperkt.

Inleiding

Heeft een belastingplichtige volgens de Belastingdienst fiscaal gezien een misstap begaan, dan kan een bestuurlijke boete worden opgelegd of tot stafrechtelijke vervolging worden overgegaan. Betreft deze fiscale misstap het onjuist of onvolledig indienen van een belastingaangifte dan bedraagt de boete maximaal 300% van de te weinig betaalde belasting. Wordt gekozen voor strafrechtelijke vervolging dan kan dit resulteren in een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren en een boete.

Inkeerregeling

Een belastingplichtige kan door in te keren (deels) aan deze boete of strafoplegging ontkomen. Hij moet dan een inkeermelding doen voordat hij weet of moet vermoeden dat de Belastingdienst met de fiscale misstap bekend is of bekend zal worden.

Om rechtsgeldig gebruik te maken van de inkeerregeling dient de belastingplichtige alsnog schriftelijk en volledig aangifte te doen van het niet aangegeven inkomen of vermogen of alsnog de juiste en volledige informatie te verstrekken.

Een fiscale en strafrechtelijke variant

De inkeerregeling valt uiteen in een fiscale en een strafrechtelijke variant. De fiscale variant strekt zich uit tot vergrijpboeten voor aanslagbelastingen. Voor aangiftebelastingen en verzuimboeten is een regeling te vinden in het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst. Bij het opzettelijk niet (tijdig) doen van aangifte en het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangifte, is ook de strafrechtelijke variant van belang.

Gevolgen van inkeren

De fiscale variant van de inkeerregeling is de laatste jaren flink aangescherpt. Geen boete wordt opgelegd wanneer een belastingplichtige inkeert binnen twee jaar nadat de aangifte onjuist of onvolledig is ingediend of de aangifte had moeten worden gedaan. Bij inkeer na twee jaar volgt een gematigde boete. In het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst zijn sinds 1 januari 2020 geen concrete matigingspercentages meer opgenomen, maar staat enkel nog dat inkeer een strafverminderende omstandigheid is.

Met ingang van 1 januari 2018 en 1 januari 2020 is de toepassing van de inkeerregeling beperkt. Deze geldt sinds 1 januari 2018 niet meer voor verbeteringen die zien op in het buitenland aangehouden vermogen. Vanaf 1 januari 2020 is een verdere inperking in werking getreden, waardoor de inkeerregeling voor box 2 en box 3, zowel voor binnenlandse als buitenlandse situaties is afgeschaft.

Documenten bij dit thema

Artikel 67n Algemene wet inzake rijksbelastingen

Artikel 69 Algemene wet inzake rijksbelastingen

Paragraaf 5 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst

Paragraaf 7 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst

Paragraaf 24a Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst

Paragraaf 25 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst

Standpunt Kennisgroep Belastingdienst van 5 maart 2021, versienummer 20-206-0033, Wijziging inkeerregeling artikel 67n AWR per 1 januari 2020 heeft directe werking (1e deelbesluit Woo-verzoek standpunten kennisgroep Formeel recht, pag. 26 t/m 30)

Standpunt Kennisgroep Belastingdienst van 6 juni 2023, KG:202:2023:8, Toerekening gezamenlijke grondslag sparen en beleggen bij navordering

HR 18 maart 1997, nr. 103682, ECLI:NL:HR:1997:ZD0659, NJ 1998, 71

HR 22 mei 2001, nr. 02766/00, ECLI:NL:HR:2001:AB1760, NJ 2001, 699

HR 19 december 2006, nr. 01707/05, ECLI:NL:HR:2006:AY6710, Belastingadvies 2007/4.2, NJ 2007, 411, NJB 2007, 221, NJB 2007, 223

HR 5 april 2016, nr. 15/00702, ECLI:NL:HR:2016:555, NJB 2016/776, NJ 2016/240, RvdW 2016/506

J.P. Boer & H. Vording, 'Inkeren: een laatste kans voor zwartspaarders?', WFR 2009/557

G.J.M.E. de Bont, 'Da’s pas straf: 300%', WFR 2009/645

L.A. de Blieck e.a., Algemene wet inzake rijksbelastingen,, Wolters Kluwer, paragraaf 10.5.6.1 en 11.2.1.7, DJ 2013/3004

A. Nuyens, 'Goochelen met boetepercentages bij inkeer!', TaxLive.nl, 3 september 2013

P.G.M. Jansen, 'Hoe verder met de ‘verruimde’ inkeerregeling?', WFR 2014/954

A.J.C. Perdaems, 'Uitzondering inkeer in overgangsregeling BBBB: aanpassingen van meer redactionele en toelichtende aard; ammehoela', TaxLive.nl, 26 november 2014

A.A. Feenstra & A.J.C. Perdaems, De jacht op buitenlands vermogen, Wolters Kluwer Deventer 2017, hoofdstuk 3

​I. Leenders & ​A.C.M. Klaasse, ​​'Opzet in de AWR: het pleit beslecht? Over de kleur van opzet in het fiscale (straf)recht', WFR 2018/111

W.E.C.A. Valkenburg, Fiscaal straf- en strafprocesrecht, Wolters Kluwer Deventer, zesde herziene druk, 2019, p. 67

A.A. Feenstra & A.J.C. Perdaems, 'De jacht op buitenlands vermogen, anno 2018', WFR 2019/7

J.J. Scheltema, ‘Gedane zaken nemen geen keer, of toch wel?’, TFB 2021/24 (zie ook: V-N 2021/40.33)

A.A. Feenstra & R.J. de Jong, 'Ontwikkelingen in de inkeerregeling', Vakblad Financiële Planning, 2021, afl. 9, VFP 2021/86

​B.M. van der Sar & H.J. Benedick, 'Van hobbyisten tot cryptokoningen: de formeelrechtelijke aspecten van cryptovaluta', TFO 2025/197.4

Cursus Belastingrecht, FBR.8.4.0.F Beperking inkeerregeling

Cursus Belastingrecht, FBR.8.5.3.B, Vereisten voor toepassing van de inkeerregeling

Cursus Belastingrecht, FBR.9.1.6.A Inkeerregeling (art. 69lid 3 AWR)

Thema: Verzuim- en vergrijpboetes: Een kwestie van verschil

Thema: Witwassen: (schuld)witwassen en eenvoudig witwassen