Controlled foreign company (CFC)-maatregel

Controlled foreign company (CFC)-maatregel

Bijgewerkt t/m: 24-02-2026

Dr. Frank Elsweier

c9959500-6dc0-408c-9c40-676e80baf0ab

Tilburg University – Universitair docent en onderzoeker belastingrecht (vennootschapsbelasting)

EY Belastingadviseurs – Belastingadviseur, Kennisbeheer en ​​Tax Knowledge Center

Nederland heeft op grond van de Europese anti-belastingontwijkingsrichtlijn (ATAD1) per 1 januari 2019 een controlled foreign company (CFC)-maatregel ingevoerd. De maatregel is bedoeld om het verschuiven van winsten naar een CFC tegen te gaan.

Waarom een CFC-maatregel?

De CFC-maatregel is op 1 januari 2019 in werking getreden en is bedoeld om het verschuiven van winsten naar buitenlandse laagbelaste gecontroleerde lichamen of vaste inrichtingen tegen te gaan.

Wat is de kern van de regeling?

Als sprake is van een CFC dan worden bepaalde inkomenscategorieën (zogenoemde besmette voordelen zoals bijvoorbeeld dividend en rente) van de CFC direct in de Nederlandse belastinggrondslag opgenomen.

Wanneer is sprake van een CFC?

Er is sprake van een CFC als:

1.

het Nederlandse belastingplichtige lichaam – samen met een gelieerd lichaam of natuurlijk persoon – een direct of indirect belang heeft van meer dan 50% in een buitenlands lichaam, of als sprake is van een vaste inrichting; én

2.

het buitenlands lichaam of de vaste inrichting is gevestigd in een land met een laag statutair winstbelastingtarief (minder dan 9%), of in een land dat is opgenomen op de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.

Uitzonderingen

In bepaalde gevallen geldt er een uitzondering. Dit is bijvoorbeeld het geval als de CFC een wezenlijke economische activiteit uitoefent (bijvoorbeeld genoeg substance heeft en de inspecteur niet aannemelijk maakt dat er sprake is van misbruik). De besmette voordelen worden dan niet in aanmerking genomen bij het Nederlandse belastingplichtige lichaam.

Documenten bij dit thema

Art. 13ab Wet VPB 1969

Art. 15e lid 10 en lid 11 Wet VPB 1969

Art. 23e Wet VPB 1969

Art. 8b Wet VPB 1969

Art. 2e Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971

Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016, PbEU 2016, L 193/1

Rectificatie van Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016, PbEU 2017, L 234/26 en PbEU 2017, L 167/58

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 12 maart 2025, KG:023:2025:3, Toerekening interim-dividenduitkering gecontroleerd lichaam (13ab Wet Vpb 1969)

HvJ EU (Tweede kamer), 19 september 2024, C‑555/22 P, ECLI:EU:C:2024:763 (LSEGH and London Stock Exchange Group Holdings), V-N 2024/44.14

E. Draisma & K. Duin, 'Interactie tussen (beginselen van) primair EU-recht en geharmoniseerd (in)direct belastingrecht', WFR 2026/45

R.A.M. Blaakman & J.R. Goudsmit,'CFC-heffingen onder Pijler 2', WFR 2024/21

J.J. Steenbergen, 'Een verkennende analyse van CFC-wetgeving en belastingverdragen', MBB 2021/43

M.J Velthoven, 'Goed koopmansgebruik naar het einde van de wereld: toepassing binnen de CFC-regeling', WFR 2019/239

G.C. van der Burgt & A.W. Hofman, 'De per 1 januari 2019 ingevoerde CFC-maatregel: voorkomen is beter dan genezen!', TFO 2019/161.1

I.M. de Groot, 'Implementatie van de Controlled Foreign Company-regels in Nederland', WFR 2019/13

L.C. van Hulten, 'CFC-wetgeving: vooral een kwestie van beleid', NTFRB 2018/16

E. Swaving Dijkstra, 'De nieuwe CFC in de VPB: wat te doen met art. 8b?', NTFRA 2018/11

M. Knops & V.T.P. van der Lans, 'De (aanvullende) CFC-maatregel van art. 13ab Wet VPB 1969', MBB 2018/11/11-27

Cursus Belastingrecht,Misbruik: directe belastingen, Vennootschapsbelasting, prof. mr. F.P.G. Pötgens

Cursus Belastingrecht, EBR.8.5.9, CFC bepaling, R.P.C.W.M. Brandsma, S.R. Pancham en D.S. Smit

Cursus Belastingrecht, Vpb.2.4.9, CFC-regeling, A.W. Hofman

Vakstudie Vennootschapsbelasting, ATAD 1