In dit thema wordt de bronbelasting op dividenden nader toegelicht. U krijgt antwoord op de volgende vragen:
•
Wie is belastingplichtig voor de bronbelasting op dividenden?
•
Waarover wordt de bronbelasting geheven?
•
Hoe wordt de bronbelasting geheven?
•
Hoe werkt de samenloop met de dividendbelasting?
Met ingang van 1 januari 2024 is de Wet invoering conditionele bronbelasting op dividenden in werking getreden. Vanaf dat moment geldt een aanvullende bronbelasting op dividenden naar laagbelastende jurisdicties en in misbruiksituaties invoeren.
De maatregelen hebben specifiek tot doel om twee situaties waarin geen dividendbelasting wordt geheven aan belasting te onderwerpen.
1.
Een dividenduitkering binnen concernverband aan een lichaam dat is gevestigd in een laagbelastende jurisdictie waarmee Nederland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten. In zo’n geval kan in deelnemingssituaties voor de dividendbelasting doorgaans een beroep worden gedaan op de inhoudingsvrijstelling, waardoor geen dividendbelasting wordt geheven.
2.
Een dividenduitkering door een niet-houdstercoöperatie aan een lichaam dat is gevestigd in een laagbelastende jurisdictie. In zo’n geval wordt er geen dividendbelasting geheven omdat niet-houdstercoöperaties niet inhoudingsplichtig zijn voor de dividendbelasting.
De bronbelasting wordt geheven over voordelen in de vorm van dividenden. De heffingsgrondslag is ontleend aan de grondslag die geldt voor de dividendbelasting. Voor de bronbelasting wordt dan ook zoveel mogelijk aangesloten bij de bepalingen uit de Wet DB 1965.
De belasting wordt geheven door inhouding op de voordelen. De inhoudingsplichtige houdt de belasting in op het tijdstip waarop de voordelen door de voordeelgerechtigde worden genoten. Anders dan in de dividendbelasting wordt de bronbelasting afgedragen over een tijdvak van een jaar (het kalenderjaar).
L. van Heijningen en O.C.R. Marres, 'De samenwerkende groep in de context van de Wet bronbelasting 2021', MBB 2024/35
M. Kors, 'De Wet bronbelasting 2021 bezien vanuit het formele belastingrecht', NLF-W 2024/21
M.T.M. Hennevelt en M. el Manouzi, Wet bronbelasting 2021, Deventer: Wolters Kluwer 2023
S.P. van Mierlo, 'Nederlandse antimisbruikbepaling voor de dividend- en bronbelasting in internationaal perspectief', WFR 2023/69
J.W.J. de Kort, 'De conditionele bronheffing op dividenden', FTV 2022/6
J. Versluis, 'De voordeelgerechtigde in de Wet bronbelasting 2021', WFR 2022/73
B. Ferdowsi en P.T.F.C. Verbeek, 'Bronbelasting op uitkeringen aan hybride entiteiten: aandachtspunten en aanbevelingen', WFR 2021/118
P.G.H. Albert, 'Bronbelasting op dividend: een impuls voor de fiscale werkgelegenheid', WFR 2021/91
R. Bagci, R.P.C.W.M. Brandsma, P. Ruige en H.R. Zuidhof, 'Het conceptwetsvoorstel Wet invoering conditionele bronbelasting op dividenden versus de Wet op de dividendbelasting', WFR 2021/24
J. van de Streek, 'Belastingheffing over dividenden naar laagbelastende jurisdicties en aanverwante kwesties', NLF-W 2021/1
L. Hendriks en S. Verhage, 'De formele aspecten van de Wet bronbelasting 2021', NLF-W 2020/19
Mr. dr. Charlie Bruijsten
Verbonden aan het Tax Knowledge Center van EY Belastingadviseurs
Meer over Charlie Bruijsten
In dit thema wordt de bronbelasting op dividenden nader toegelicht. U krijgt antwoord op de volgende vragen:
Wie is belastingplichtig voor de bronbelasting op dividenden?
Waarover wordt de bronbelasting geheven?
Hoe wordt de bronbelasting geheven?
Hoe werkt de samenloop met de dividendbelasting?
Met ingang van 1 januari 2024 is de Wet invoering conditionele bronbelasting op dividenden in werking getreden. Vanaf dat moment geldt een aanvullende bronbelasting op dividenden naar laagbelastende jurisdicties en in misbruiksituaties invoeren.
De maatregelen hebben specifiek tot doel om twee situaties waarin geen dividendbelasting wordt geheven aan belasting te onderwerpen.
Een dividenduitkering binnen concernverband aan een lichaam dat is gevestigd in een laagbelastende jurisdictie waarmee Nederland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten. In zo’n geval kan in deelnemingssituaties voor de dividendbelasting doorgaans een beroep worden gedaan op de inhoudingsvrijstelling, waardoor geen dividendbelasting wordt geheven.
Een dividenduitkering door een niet-houdstercoöperatie aan een lichaam dat is gevestigd in een laagbelastende jurisdictie. In zo’n geval wordt er geen dividendbelasting geheven omdat niet-houdstercoöperaties niet inhoudingsplichtig zijn voor de dividendbelasting.
De bronbelasting wordt geheven over voordelen in de vorm van dividenden. De heffingsgrondslag is ontleend aan de grondslag die geldt voor de dividendbelasting. Voor de bronbelasting wordt dan ook zoveel mogelijk aangesloten bij de bepalingen uit de Wet DB 1965.
De belasting wordt geheven door inhouding op de voordelen. De inhoudingsplichtige houdt de belasting in op het tijdstip waarop de voordelen door de voordeelgerechtigde worden genoten. Anders dan in de dividendbelasting wordt de bronbelasting afgedragen over een tijdvak van een jaar (het kalenderjaar).
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Wet bronbelasting 2021
Art. 36a Invorderingswet 1990
Uitvoeringsregeling bronbelasting 2021
Uitvoeringsvoorschriften conditionele bronbelasting op dividenden, besluit van 8 november 2023, nr. 2023-21489, Stcrt. 2023, 29436, V-N 2023/54.9
Literatuur
L. van Heijningen en O.C.R. Marres, 'De samenwerkende groep in de context van de Wet bronbelasting 2021', MBB 2024/35
M. Kors, 'De Wet bronbelasting 2021 bezien vanuit het formele belastingrecht', NLF-W 2024/21
M.T.M. Hennevelt en M. el Manouzi, Wet bronbelasting 2021, Deventer: Wolters Kluwer 2023
S.P. van Mierlo, 'Nederlandse antimisbruikbepaling voor de dividend- en bronbelasting in internationaal perspectief', WFR 2023/69
J.W.J. de Kort, 'De conditionele bronheffing op dividenden', FTV 2022/6
J. Versluis, 'De voordeelgerechtigde in de Wet bronbelasting 2021', WFR 2022/73
B. Ferdowsi en P.T.F.C. Verbeek, 'Bronbelasting op uitkeringen aan hybride entiteiten: aandachtspunten en aanbevelingen', WFR 2021/118
P.G.H. Albert, 'Bronbelasting op dividend: een impuls voor de fiscale werkgelegenheid', WFR 2021/91
R. Bagci, R.P.C.W.M. Brandsma, P. Ruige en H.R. Zuidhof, 'Het conceptwetsvoorstel Wet invoering conditionele bronbelasting op dividenden versus de Wet op de dividendbelasting', WFR 2021/24
J. van de Streek, 'Belastingheffing over dividenden naar laagbelastende jurisdicties en aanverwante kwesties', NLF-W 2021/1
L. Hendriks en S. Verhage, 'De formele aspecten van de Wet bronbelasting 2021', NLF-W 2020/19
Naslag
Cursus Belastingrecht, BB.0.0.0, Bronbelasting
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 1.1 Wet bronbelasting 2021, aant. 1
Verwante onderwerpen
Thema: Bronbelasting op renten en royalty’s
Modellen
Fiscale Modellen II.B.12.2 Verzoek om tegemoetkoming ter zake van bronbelasting bij een beleggingsinstelling