De Staatssecretaris van Financiën heeft op Prinsjesdag 2025 het wetsvoorstel Wet differentiatie vliegbelasting bij de Tweede Kamer ingediend. Het wetsvoorstel is onderdeel van het pakket Belastingplan 2026 en wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag. Het is de bedoeling dat de wet op 1 januari 2027 in werking treedt.
Het wetsvoorstel betreft de introductie van een gedifferentieerd tarief in de vliegbelasting en wordt gebaseerd op de eindbestemming waar de passagier vanaf een Nederlandse luchthaven naartoe vliegt. Dit betreft alleen de passagiers die in Nederland opstappen, zogenoemde Origin Destination (OD-)passagiers. Passagiers die overstappen op Nederlandse luchthavens zijn uitgezonderd van de vliegbelasting. De eindbestemming wordt bepaald aan de hand van de door of voor de passagier afgesloten vervoersovereenkomst. Een overstapluchthaven wordt niet als eindbestemming beschouwd.
De voorgestelde progressieve tariefstructuur maakt onderscheid tussen drie afstandscategorieën. De verschillende staten en gebieden zijn opgenomen in twee bijlagen. Bijlage A bevat de lidstaten van de Europese Unie alsmede het Caribische deel van het Koninkrijk der Nederlanden (Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba) en Europese staten en gebieden waarvan de hoofdstad is gelegen op een afstand van 0 tot circa 2000 kilometer van Amsterdam. Bijlage B bevat staten en gebieden die niet onder bijlage A vallen en waarvan de hoofdstad doorgaans is gelegen op een afstand tussen de circa 2.000 en 5500 kilometer van Amsterdam. Voor staten en gebieden die niet zijn opgenomen in de bijlagen, geldt dat de hoofdstad op een afstand van meer dan 5500 kilometer van Amsterdam is gelegen en in de verste afstandscategorie vallen.
Afhankelijk van in welke staat of in welk gebied de eindbestemming zich bevindt, bedraagt de vliegbelasting:
⁃
€ 29,40, indien de eindbestemming van de passagier is gelegen in een staat of gebied die, onderscheidenlijk dat, is opgenomen in bijlage A;
⁃
€ 47,24, indien de eindbestemming van de passagier is gelegen in een staat of gebied die, onderscheidenlijk dat, is opgenomen in bijlage B;
⁃
€ 70,86, indien de eindbestemming van de passagier is gelegen in een staat of gebied die, onderscheidenlijk dat, niet is opgenomen in bijlage A of bijlage B;
⁃
Wanneer de eindbestemming van een passagier niet kan worden vastgesteld, bedraagt het tarief € 70,86.
Stand van zaken
Het voorstel is ingediend bij de Tweede Kamer. Het voorstel is op 27 november 2025 aangenomen door de Tweede Kamer. Ook is amendement nr. 13 aangenomen. De Eerste Kamer is op 16 december 2025 akkoord gegaan met het voorstel.
Documenten bij dit thema
Wetgeving
De voorgestelde versie per 1 januari 2027 is nog niet beschikbaar.
Redactie
De Staatssecretaris van Financiën heeft op Prinsjesdag 2025 het wetsvoorstel Wet differentiatie vliegbelasting bij de Tweede Kamer ingediend. Het wetsvoorstel is onderdeel van het pakket Belastingplan 2026 en wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag. Het is de bedoeling dat de wet op 1 januari 2027 in werking treedt.
Het wetsvoorstel betreft de introductie van een gedifferentieerd tarief in de vliegbelasting en wordt gebaseerd op de eindbestemming waar de passagier vanaf een Nederlandse luchthaven naartoe vliegt. Dit betreft alleen de passagiers die in Nederland opstappen, zogenoemde Origin Destination (OD-)passagiers. Passagiers die overstappen op Nederlandse luchthavens zijn uitgezonderd van de vliegbelasting. De eindbestemming wordt bepaald aan de hand van de door of voor de passagier afgesloten vervoersovereenkomst. Een overstapluchthaven wordt niet als eindbestemming beschouwd.
De voorgestelde progressieve tariefstructuur maakt onderscheid tussen drie afstandscategorieën. De verschillende staten en gebieden zijn opgenomen in twee bijlagen. Bijlage A bevat de lidstaten van de Europese Unie alsmede het Caribische deel van het Koninkrijk der Nederlanden (Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba) en Europese staten en gebieden waarvan de hoofdstad is gelegen op een afstand van 0 tot circa 2000 kilometer van Amsterdam. Bijlage B bevat staten en gebieden die niet onder bijlage A vallen en waarvan de hoofdstad doorgaans is gelegen op een afstand tussen de circa 2.000 en 5500 kilometer van Amsterdam. Voor staten en gebieden die niet zijn opgenomen in de bijlagen, geldt dat de hoofdstad op een afstand van meer dan 5500 kilometer van Amsterdam is gelegen en in de verste afstandscategorie vallen.
Afhankelijk van in welke staat of in welk gebied de eindbestemming zich bevindt, bedraagt de vliegbelasting:
€ 29,40, indien de eindbestemming van de passagier is gelegen in een staat of gebied die, onderscheidenlijk dat, is opgenomen in bijlage A;
€ 47,24, indien de eindbestemming van de passagier is gelegen in een staat of gebied die, onderscheidenlijk dat, is opgenomen in bijlage B;
€ 70,86, indien de eindbestemming van de passagier is gelegen in een staat of gebied die, onderscheidenlijk dat, niet is opgenomen in bijlage A of bijlage B;
Wanneer de eindbestemming van een passagier niet kan worden vastgesteld, bedraagt het tarief € 70,86.
Stand van zaken
Het voorstel is ingediend bij de Tweede Kamer. Het voorstel is op 27 november 2025 aangenomen door de Tweede Kamer. Ook is amendement nr. 13 aangenomen. De Eerste Kamer is op 16 december 2025 akkoord gegaan met het voorstel.
Documenten bij dit thema
Wetgeving
De voorgestelde versie per 1 januari 2027 is nog niet beschikbaar.
Art. 72 Wet belastingen op milieugrondslag
Art. 77 Wet belastingen op milieugrondslag
Art. 79 Wet belastingen op milieugrondslag
Art. 90 Wet belastingen op milieugrondslag
Bijlage A, behorende bij de Wet belastingen op milieugrondslag
Bijlage B, behorende bij de Wet belastingen op milieugrondslag
Literatuur
Pakket Belastingplan 2026. Aangenomen amendementen, V-N 2025/54.9
Pakket Belastingplan 2026. Beantwoording vragen eerste wetgevingsoverleg 17-11-2025, V-N 2025/54.8
‘Klimaatmaatregelen’, M. Betjes, WFR 2025/289
Invoering afstandsafhankelijke vliegbelasting leidt tot beperkte daling aantal passagiers, V-N Vandaag 2025/1293
Naslag
Parlementaire geschiedenis
Documenten:
Staatsblad 2025, 446
Nota n.a.v. tweede verslag, 36815, EK, E
Tweede verslag, 36815, EK, D
Nota n.a.v. verslag, 36815, EK, C
Verslag, 36815, EK, B
Gewijzigd voorstel van wet, 36815, EK, A
Aangenomen amendement van het lid Stultiens c.s. ter vervanging van nr. 10 over een apart tarief voor privévliegtuigen, 36815, nr. 13
Amendement van het lid Teunissen over een differentiatie naar reisklasse, 36815, nr. 12
Gewijzigd amendement van het lid Teunissen ter vervanging van nr. 9 over vliegbelasting voor transferpassagiers, 36815, nr. 11
Amendement van de leden Stultiens en Kröger over een apart tarief voor privévliegtuigen, 36815, nr. 10 (vervangen door nr. 13)
Amendement van het lid Teunissen (PvdD) over vliegbelasting voor transferpassagiers, 36815, nr. 9 (vervangen door nr. 11)
Nota n.a.v. verslag, 36815, nr. 8
Verslag, 36815, nr. 7
Amendement van de leden Grinwis en Ceder over het lagere vliegbelastingtarief voor Suriname, 36815, nr. 6
Comptabiliteitswet artikel 3.1 kaders pakket Belastingplan 2026
Uitvoeringstoets Belastingdienst wetsvoorstel Wet differentiatie tarief vliegbelasting
Advies Autoriteit Persoonsgegevens wetsvoorstel Wet differentiatie tarief vliegbelasting
Advies Adviescollege toetsing regeldruk wetsvoorstel Wet differentiatie tarief vliegbelasting
Ramingstoelichtingen en certificering Centraal Planbureau
Advies advisering Raad van State en Nader rapport, 36815, nr. 4
Memorie van toelichting, 36815, nr. 3
Voorstel van Wet, 36815 nr. 2
Koninklijke boodschap, 36815, nr. 1