De staatssecretaris van Financiën heeft op Prinsjesdag het wetsvoorstel Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024 (36 421) bij de Tweede Kamer ingediend. Het wetsvoorstel is onderdeel van het pakket Belastingplan 2024.
Het voorstel bevat zes maatregelen in de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting (BOR) en/of in de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting voor het aanmerkelijk belang (DSR-ab).
De voorgestelde maatregel per 1 januari 2024:
⁃
Aan derden verhuurde onroerende zaken kwalificeren niet voor de BOR en de DSR-ab. Zij vormen altijd beleggingsvermogen. Onder verhuur wordt ook begrepen anderszins aan een ander ter beschikking stellen van onroerende zaken, ongeacht of wel of geen vergoeding is verschuldigd. Kortdurende terbeschikkingstelling en teeltpachtovereenkomsten vallen niet onder de voorgestelde maatregel. Voor de vraag op welke wijze wordt bepaald of sprake is van aan derden verhuurde onroerende zaken wordt een dubbele toets voorgesteld, namelijk een feitelijkgebruiktoets én een oogmerktoets. Als een (gedeelte van een) onroerende zaak voor een deel van de tijd ter beschikking wordt gesteld aan een ander en voor een deel van de tijd door de ter beschikking stellende onderneming wordt gebruikt, wordt een tijdsevenredige benadering voorgesteld. De tijdsevenredige benadering is niet van toepassing als de onroerende zaak (of het gedeelte daarvan) voor 10% of minder ter beschikking wordt gesteld aan een ander.
De voorgestelde maatregelen per 1 januari 2025:
⁃
Afschaffing van de 5% doelmatigheidsmarge voor beleggingsvermogen in de BOR en de DSR-ab. De beoogde invoeringsdatum voor de BOR is 1 januari 2025. Voor de DSR-ab treedt de maatregel in werking bij koninklijk besluit in verband met automatiseringscapaciteit bij de Belastingdienst.
⁃
Keuzevermogen kwalificeert slechts voor de BOR en DSR-ab voor zover deze in de onderneming worden gebruikt. Voorgesteld wordt de maatregel uitsluitend betrekking te laten hebben op bedrijfsmiddelen met een waarde in het economische verkeer van minimaal € 100.000 (jaarlijks te indexeren) op het moment van verkrijging bij overlijden of schenking en een gebruik voor andere dan ondernemingsdoelen van meer dan 10%.
⁃
Afschaffing dienstbetrekkingseis in de DSR-ab bij schenking.
⁃
Invoering minimumleeftijd van 21 jaar voor de verkrijger bij schenking van een ab voor de DSR-ab en voor schenking voor de BOR.
⁃
Aanpassing vrijstelling goingconcernwaarde BOR. Het kabinet stelt voor om met ingang van 1 januari 2025 de vrijstelling van 83% van de goingconcernwaarde van het ondernemingsvermogen boven € 1,5 miljoen te verlagen naar 70%. Tegelijkertijd wordt het bedrag van € 1.205.871 voor 2023 dat 100% is vrijgesteld, verhoogd naar € 1,5 miljoen met ingang van 1 januari 2025.
De in de Voorjaarsnota aangekondigde maatregelen (i) toegang tot de BOR en de DSR-ab beperken tot reguliere aandelen met een minimaal belang van 5% in het geplaatste kapitaal, (ii) versoepelen van de bezitseis en de voortzettingseis in de BOR en (iii) aanpak constructies (rollator-investeringen en dubbel-BOR), zijn complex en vragen om meer uitwerkingstijd.
Deze maatregelen worden om die reden opgenomen in het Belastingplanpakket 2025 met als beoogde inwerkingtredingsdatum 1 januari 2026.
Aangenomen amendementen
⁃
Voor de BOR en DSR ab vervalt de voorwaarde van een registratie van pachtovereenkomsten bij de grondkamer, mits sprake is van een schriftelijke pachtovereenkomst waarbij tevens is voldaan aan de in art. 7:396 lid 1 onderdelen a tot en met c BW opgenomen voorwaarden voor noodzakelijke vruchtwisseling (36421, nr. 8).
⁃
Het lage percentage van de vrijstelling goingconcernwaarde van de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting (BOR) wordt per 1 januari 2025 verlaagd van 83% naar 75%. In het wetsvoorstel was een verlaging naar 70% voorgesteld. Met ingang van 1 januari 2025 vervalt de voorwaarde van ‘ten minste 0,5%’ voor situaties waarin de verkrijger een bloed- of aanverwant in de neergaande lijn is van een rechtsvoorganger die een indirect aanmerkelijk belang hield in dat andere lichaam. Ter dekking wordt ten eerste het ramingsverschil van € 9 mln. structureel van aan derden verhuurde onroerende zaken BOR en DSR ingezet. Ten tweede wordt de regeling groen sparen en beleggen versoberd. Met ingang van 1 januari 2025 wordt de vrijstelling groene beleggingen verlaagd naar € 30.000 (amendement 36421, nr. 11).
Stand van zaken
Het voorstel is ingediend bij de Tweede Kamer. De Tweede Kamer heeft het voorstel in de nacht van 26 op 27 oktober 2023 aangenomen. De volgende amendementen zijn aangenomen: nrs. 8 en 11. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 19 december 2023 aangenomen.
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Wetgeving in wording
Per 1 januari 2026 wijzigen de volgende wetsartikelen. Kies in de tijdsbalk bij het wetsartikel voor de toekomstige versie van 1 januari 2026. Hier is vergelijken van versies ook mogelijk.
Per 1 januari 2025 wijzigen de volgende wetsartikelen. Kies in de tijdsbalk bij het wetsartikel voor de toekomstige versie.Hier is vergelijken van versies ook mogelijk.
Per 1 januari 2024 zijn de volgende wetsartikelen gewijzigd. Kies de versie per 1 januari 2024 in de tijdsbalk. Hier is vergelijken van versies ook mogelijk.
De redactie
De staatssecretaris van Financiën heeft op Prinsjesdag het wetsvoorstel Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024 (36 421) bij de Tweede Kamer ingediend. Het wetsvoorstel is onderdeel van het pakket Belastingplan 2024.
Het voorstel bevat zes maatregelen in de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting (BOR) en/of in de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting voor het aanmerkelijk belang (DSR-ab).
De voorgestelde maatregel per 1 januari 2024:
Aan derden verhuurde onroerende zaken kwalificeren niet voor de BOR en de DSR-ab. Zij vormen altijd beleggingsvermogen. Onder verhuur wordt ook begrepen anderszins aan een ander ter beschikking stellen van onroerende zaken, ongeacht of wel of geen vergoeding is verschuldigd. Kortdurende terbeschikkingstelling en teeltpachtovereenkomsten vallen niet onder de voorgestelde maatregel. Voor de vraag op welke wijze wordt bepaald of sprake is van aan derden verhuurde onroerende zaken wordt een dubbele toets voorgesteld, namelijk een feitelijkgebruiktoets én een oogmerktoets. Als een (gedeelte van een) onroerende zaak voor een deel van de tijd ter beschikking wordt gesteld aan een ander en voor een deel van de tijd door de ter beschikking stellende onderneming wordt gebruikt, wordt een tijdsevenredige benadering voorgesteld. De tijdsevenredige benadering is niet van toepassing als de onroerende zaak (of het gedeelte daarvan) voor 10% of minder ter beschikking wordt gesteld aan een ander.
De voorgestelde maatregelen per 1 januari 2025:
Afschaffing van de 5% doelmatigheidsmarge voor beleggingsvermogen in de BOR en de DSR-ab. De beoogde invoeringsdatum voor de BOR is 1 januari 2025. Voor de DSR-ab treedt de maatregel in werking bij koninklijk besluit in verband met automatiseringscapaciteit bij de Belastingdienst.
Keuzevermogen kwalificeert slechts voor de BOR en DSR-ab voor zover deze in de onderneming worden gebruikt. Voorgesteld wordt de maatregel uitsluitend betrekking te laten hebben op bedrijfsmiddelen met een waarde in het economische verkeer van minimaal € 100.000 (jaarlijks te indexeren) op het moment van verkrijging bij overlijden of schenking en een gebruik voor andere dan ondernemingsdoelen van meer dan 10%.
Afschaffing dienstbetrekkingseis in de DSR-ab bij schenking.
Invoering minimumleeftijd van 21 jaar voor de verkrijger bij schenking van een ab voor de DSR-ab en voor schenking voor de BOR.
Aanpassing vrijstelling goingconcernwaarde BOR. Het kabinet stelt voor om met ingang van 1 januari 2025 de vrijstelling van 83% van de goingconcernwaarde van het ondernemingsvermogen boven € 1,5 miljoen te verlagen naar 70%. Tegelijkertijd wordt het bedrag van € 1.205.871 voor 2023 dat 100% is vrijgesteld, verhoogd naar € 1,5 miljoen met ingang van 1 januari 2025.
De in de Voorjaarsnota aangekondigde maatregelen (i) toegang tot de BOR en de DSR-ab beperken tot reguliere aandelen met een minimaal belang van 5% in het geplaatste kapitaal, (ii) versoepelen van de bezitseis en de voortzettingseis in de BOR en (iii) aanpak constructies (rollator-investeringen en dubbel-BOR), zijn complex en vragen om meer uitwerkingstijd.
Deze maatregelen worden om die reden opgenomen in het Belastingplanpakket 2025 met als beoogde inwerkingtredingsdatum 1 januari 2026.
Aangenomen amendementen
Voor de BOR en DSR ab vervalt de voorwaarde van een registratie van pachtovereenkomsten bij de grondkamer, mits sprake is van een schriftelijke pachtovereenkomst waarbij tevens is voldaan aan de in art. 7:396 lid 1 onderdelen a tot en met c BW opgenomen voorwaarden voor noodzakelijke vruchtwisseling (36421, nr. 8).
Het lage percentage van de vrijstelling goingconcernwaarde van de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting (BOR) wordt per 1 januari 2025 verlaagd van 83% naar 75%. In het wetsvoorstel was een verlaging naar 70% voorgesteld. Met ingang van 1 januari 2025 vervalt de voorwaarde van ‘ten minste 0,5%’ voor situaties waarin de verkrijger een bloed- of aanverwant in de neergaande lijn is van een rechtsvoorganger die een indirect aanmerkelijk belang hield in dat andere lichaam. Ter dekking wordt ten eerste het ramingsverschil van € 9 mln. structureel van aan derden verhuurde onroerende zaken BOR en DSR ingezet. Ten tweede wordt de regeling groen sparen en beleggen versoberd. Met ingang van 1 januari 2025 wordt de vrijstelling groene beleggingen verlaagd naar € 30.000 (amendement 36421, nr. 11).
Stand van zaken
Het voorstel is ingediend bij de Tweede Kamer. De Tweede Kamer heeft het voorstel in de nacht van 26 op 27 oktober 2023 aangenomen. De volgende amendementen zijn aangenomen: nrs. 8 en 11. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 19 december 2023 aangenomen.
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Wetgeving in wording
Per 1 januari 2026 wijzigen de volgende wetsartikelen. Kies in de tijdsbalk bij het wetsartikel voor de toekomstige versie van 1 januari 2026. Hier is vergelijken van versies ook mogelijk.
Art. 10.1 Wet IB 2001
Art. 35a Successiewet 1956
Per 1 januari 2025 wijzigen de volgende wetsartikelen. Kies in de tijdsbalk bij het wetsartikel voor de toekomstige versie.Hier is vergelijken van versies ook mogelijk.
Art. 4.17a Wet IB 2001
Art. 4.17b Wet IB 2001
Art. 4.17c Wet IB 2001
Art. 5.13 Wet IB 2001
Art. 35b Successiewet 1956
Art. 35c Successiewet 1956
Art. 35d Successiewet 1956
Per 1 januari 2024 zijn de volgende wetsartikelen gewijzigd. Kies de versie per 1 januari 2024 in de tijdsbalk. Hier is vergelijken van versies ook mogelijk.
Art. 4.17a Wet IB 2001
Art. 4.17b Wet IB 2001
Art. 4.17c Wet IB 2001
Art. 35c Successiewet 1956
Literatuur
Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024 in Staatsblad geplaatst, V-N 2024/4.3.3
Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024. Nota naar aanleiding van het verslag, V-N 2023/59.6
Pakket Belastingplan 2024. Aangenomen amendementen, V-N 2023/50.29
Pakket Belastingplan 2024. Antwoorden op vragen eerste wetgevingsoverleg, V-N 2023/50.24
Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024. Nota naar aanleiding van het verslag, V-N 2023/50.7
Tweede Kamer akkoord met pakket Belastingplan 2024, Aanpassingen bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in IB en SW, TaxVisions
Wijzigingen in het pakket Belastingplan 2024 voor de IB-ondernemer, dga en particulier, Prof. dr. mr. E.J.W. Heithuis, WFR 2023/266
Aanpassingen bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in IB en SW, TaxVisions
Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024. Memorie van toelichting. Algemeen, V-N 2023/44.8
Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024. Voorgestelde wettekst met artikelsgewijze toelichting, V-N 2023/44.9
Wetsvoorstel Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024. Advies Raad van State en nader rapport, V-N 2023/44.10
NOB in commentaar op belastingpakket: BOR/DSR kent alleen versoberingen, geen verbeteringen, TaxLive
Staatssecretaris geeft inzicht in inhoud pakket Belastingplan 2024, V-N 2023/39.3
Uitkomsten vervolgonderzoek BOR-SW en DSR-IB (box 2) bekendgemaakt, V-N 2023/32.11
BOFfen met de aangekondigde wijzigingen van de BOR, prof. dr. mr. E.J.W. Heithuis, WFR 2023/158
Inhoud pakket Belastingplan 2024 bekendgemaakt, V-N 2023/22.3
Voorjaarsnota 2023 aangeboden aan Tweede Kamer, V-N 2023/21.3
De bedrijfsopvolgingsregelingen anno 2023 gewikt en gewogen, Vp-bulletin 2023/39
Kabinetsreactie evaluatie fiscale bedrijfsopvolgingsregelingen, V-N 2023/8.6
Beleggingsfictie voor verhuurd vastgoed in de BOR en de DSR, dr. A. Rozendal, WFR 2022/219
Vrijstelling bedrijfsopvolgingsregeling wel doeltreffend maar niet doelmatig volgens CPB, V-N 2022/26.9
Naslag
Parlementaire geschiedenis
Documenten:
Stb. 2023, nr. 504
Nota naar aanleiding van het verslag, EK, 36421, nr. C
Verslag, EK, 36421, nr. B
Gewijzigd voorstel van wet, 36421, nr. A
Aangenomen gewijzigd amendement van de leden Inge van Dijk (CDA) en Erkens (VVD) t.v.v. nr. 10 over aanpassingen van de bedrijfsopvolgingsregeling en schenk- en erfrecht voor familiebedrijven, 36421, nr. 11
Amendement van de leden Inge van Dijk (CDA) en Erkens (VVD) over aanpassingen van de bedrijfsopvolgingsregeling en schenk- en erfrecht voor familiebedrijven, 36421, nr. 10 (zie nr. 11)
Amendement van het lid Van der Lee (GroenLinks) over het verder verlagen van de goingconcernwaarde van de BOR naar 32%, 36421, nr. 9
Aangenomen amendement van het lid Inge van Dijk c.s. (CDA) over vruchtwisseling, 36421, nr. 8
Amendement van het lid Eppink (BBB) over het handhaven van de goingconcernwaarde van de BOR op 83%, 36421, nr. 7
Nota naar aanleiding van verslag, 36421, nr. 6
Verslag, 36421, nr. 5
Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024, Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport, 36421, nr. 4
Bijlage wetsvoorstel Aanpassing fiscale bedrijfsovergangsfaciliteiten 2024, 36421, nr. 3 (bijlage)
Uitvoeringstoets Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024, 36421, nr. 3 (bijlage)
Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024, memorie van toelichting, 36421, nr. 3
Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024, voorstel van wet, 36421, nr. 2
Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024, Koninklijke boodschap, 36421, nr. 1