Aanvaarden of verwerpen door een handelingsonbekwame erfgenaam

Aanvaarden of verwerpen door een handelingsonbekwame erfgenaam

Bijgewerkt t/m: 20-03-2026

Prof. mr. W. Breemhaar

id-0630699e-195e-478d-bbd5-f91f77580b13

Oud-senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Emeritus bijzonder hoogleraar Bijzondere onderwerpen Notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam

Er bestaan drie uiteenlopende interpretaties in de rechtspraak, te rekenen vanaf 2010, omtrent de termijn die de wettelijke vertegenwoordiger van een handelingsonbekwame op grond van art. 4:193 lid 1, tweede zin, BW heeft om te kiezen tussen beneficiaire aanvaarding en verwerping van de nalatenschap waarin de handelingsonbekwame als erfgenaam is opgekomen.

De drie uiteenlopende interpretaties hebben betrekking op de vraag wanneer de termijn van art. 4:193 lid 1, tweede zin BW, die op de voet van art. 4:193 lid 1, derde zin, BW kan worden verlengd, heeft te gelden als onbenut verstreken. Wordt de termijn geacht onbenut te zijn verstreken, dan verbindt de wet daaraan als gevolg dat de nalatenschap als beneficiair aanvaard geldt (art. 4:193 lid 2 BW).

Documenten bij dit thema

Art. 4:193 lid 1 en 2 BW

Hof Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ0802, FJR 2016/30.21, met annotatie W. Breemhaar, in: Schonewille/Steegmans, Rechtspraak Erfrecht, 3e druk, 2019, nr. 32

Hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, 14 juni 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:CA3241

Hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, 26 juni 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:5920, FJR 2018/60.14, RFR 2018/143, RN 2018/80

Hof Den Haag 8 augustus 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2050, FJR 2018/60.15

Hof Den Haag 19 december 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3755

Hof Den Haag 11 november 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2116, FJR 2021/74.25

Rb. Gelderland 21 april 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:2172, JERF 2022/93 met annotatie. R.E. de Jong

Klaassen/Luijten & Meijer II Erfrecht, 2008, nr. 791

H.J. de Jonge, ‘Minderjarige erfgenamen en machtiging tot verwerping’, JBN 2019/18

L.C.A. Verstappen, in: Van Mourik e.a., Handboek Erfrecht 2020, XII.2.4, p. 471

Voor toepasselijkheid van art. 4:193 leden 1 en 2 BW op het meerderjarigenbewind (titel 1.19 BW) zie HR 16 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:758, NJB 2025/1052, RvdW 2025/647

T.J. Mellema-Kranenburg, Modellen voor de rechtspraktijk I.4.6.1.5 Onderhandse verklaring beneficiaire aanvaarding door wettelijke vertegenwoordiger namens minderjarige(n) met volmacht