Stichtingen en verenigingen zijn belastingplichtig voor zover zij een onderneming drijven.
In dit thema krijgt u antwoord op de volgende vragen:
•
Aan de hand van welke criteria wordt getoetst of een stichting of vereniging een onderneming drijft?
•
Welke vrijstellingen zijn er?
Subjectieve belastingplicht
Stichtingen en verenigingen zijn belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting indien en voor zover zij een onderneming drijven. Dat is het geval voor zover:
•
sprake is van een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal;
•
waarmee wordt deelgenomen aan het economische verkeer;
•
met het oogmerk om winst te behalen.
Onder het drijven van een onderneming wordt mede verstaan een uiterlijk daarmee overeenkomende werkzaamheid waardoor in concurrentie wordt getreden met ondernemingen van natuurlijke personen of andere lichamen.
Vrijstelling
Onder voorwaarden kan gebruik worden gemaakt van een subjectieve vrijstelling voor stichtingen en verenigingen die specifieke werkzaamheden verrichten of voor stichtingen en verenigingen met een relatief lage winst.
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 21 maart 2023, KG:211:2022:11, Zorgvrijstelling. Niet voldaan aan winstbestemmingsvereiste
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 28 februari 2024, KG:211:2024:3, Zorgvrijstelling VPB: monistisch bestuursmodel en kwalificerend aandeelhouderschap
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 27 maart 2024, KG:211:2026:6, Zorgvrijstelling VPB. Werkzaamhedeneis. Kwalificatie activiteiten ambulancevervoer
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 3 april 2025, KG:211:2025:2, Zorgvrijstelling van toepassing op Coöperatie X?
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 25 juli 2025, KG:211:2025:7, Bekostigingseis onderwijsvrijstelling vennootschapsbelasting
Mr. dr. Charlie Bruijsten
Verbonden aan het Tax Knowledge Center van EY Belastingadviseurs
Meer over Charlie Bruijsten
Stichtingen en verenigingen zijn belastingplichtig voor zover zij een onderneming drijven.
In dit thema krijgt u antwoord op de volgende vragen:
Aan de hand van welke criteria wordt getoetst of een stichting of vereniging een onderneming drijft?
Welke vrijstellingen zijn er?
Subjectieve belastingplicht
Stichtingen en verenigingen zijn belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting indien en voor zover zij een onderneming drijven. Dat is het geval voor zover:
sprake is van een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal;
waarmee wordt deelgenomen aan het economische verkeer;
met het oogmerk om winst te behalen.
Onder het drijven van een onderneming wordt mede verstaan een uiterlijk daarmee overeenkomende werkzaamheid waardoor in concurrentie wordt getreden met ondernemingen van natuurlijke personen of andere lichamen.
Vrijstelling
Onder voorwaarden kan gebruik worden gemaakt van een subjectieve vrijstelling voor stichtingen en verenigingen die specifieke werkzaamheden verrichten of voor stichtingen en verenigingen met een relatief lage winst.
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Artikel 2 Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Artikel 3 Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Artikel 4 Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Artikel 5 Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Artikel 6 Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Artikel 9 Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Besluit van 25 november 2019, nr. 2019-187751, V-N 2020/3.11
Besluit van 10 maart 2022, nr. 2022-4923, Stcrt. 2022, 8041, V-N 2022/22.7
Besluit van 8 augustus 2023, nr. 2023-11888, Stcrt. 2023, 23036, V-N 2023/51.8
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 21 maart 2023, KG:211:2022:11, Zorgvrijstelling. Niet voldaan aan winstbestemmingsvereiste
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 28 februari 2024, KG:211:2024:3, Zorgvrijstelling VPB: monistisch bestuursmodel en kwalificerend aandeelhouderschap
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 27 maart 2024, KG:211:2026:6, Zorgvrijstelling VPB. Werkzaamhedeneis. Kwalificatie activiteiten ambulancevervoer
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 3 april 2025, KG:211:2025:2, Zorgvrijstelling van toepassing op Coöperatie X?
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 25 juli 2025, KG:211:2025:7, Bekostigingseis onderwijsvrijstelling vennootschapsbelasting
Standaardarrest
HR 29 juni 1955, nr. 12 383, ECLI:NL:HR:1955:AY2534, BNB 1955/299
Belangrijkste uitspraken
HR 15 november 1989, nr. 25 940, ECLI:NL:HR:1989:BH7757, BNB 1990/48, WFR 1989/1540, 1, V-N 1989/3568, 17, FED 1989/787, FED 1990/438
HR 29 september 1999, nr. 34 683, ECLI:NL:HR:1999:AA2904, V-N 1999/46.1, WFR 1999/1310, 1
HR 9 juli 2001, nr. 00/0133, ECLI:NL:GHARN:2001:AD3450, V-N 2002/4.14
HR 6 mei 2003, nr. 01/00152, ECLI:NL:GHAMS:2003:AI0035, V-N 2003/50.14, FED 2003/439
HR 17 oktober 2008, nr. 43 641, ECLI:NL:PHR:2008:BB3485, BNB 2009/36, V-N 2008/49.14, FED 2009/39, Belastingadvies 2008/21.8
HR 22 juni 2012, nr. 10/03228, ECLI:NL:PHR:2012:BR6294, BNB 2012/226, V-N 2011/49.19, V-N 2012/34.14
HR 21 januari 2022, nr. 20/00772, ECLI:NL:HR:2022:51, BNB 2022/49, V-N 2022/6.7, FED 2022/41
Literatuur
H.J. Bresser, 'Het besluit belastingplicht stichtingen en verenigingen: water bij de oude wijn in nieuwe zakken', WFR 2023/304
H.J. Bresser, 'Zorgen over de zorgvrijstelling', WFR 2022/176
H.J. Bresser, Belastingplicht en fiscale behandeling van stichtingen in de vennootschapsbelasting in historisch en beginselrechtelijk perspectief, Sdu, 2021
C.P.M. van Houte, De stichting in het Nederlandse belastingrecht, Fiscale monografieën, nr. 69, Deventer: Kluwer 2009 (par. 3.4)
H.A.J.P. te Niet, 'Het ondernemerschap van concernstichtingen', TFO 2003/81
J.A. Smit, 'Op zoek naar belastingplichtige verenigingen en stichtingen', WFR 1994/525
Naslag
Cursus Belastingrecht, Vpb. 1.0.1 Vennootschapsbelasting
Cursus Belastingrecht, Vpb. 1.0.3 Vennootschapsbelasting
Cursus Belastingrecht, Vpb. 1.0.4 Vennootschapsbelasting
Cursus Belastingrecht, Vpb. 1.0.7 Vennootschapsbelasting
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 2 Wet op de vennootschapsbelasting 1969, aant. 15.1-15.2
Verwante onderwerpen
Thema: Vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen