In 2026 bedraagt het vennootschapsbelastingtarief 19% bij een belastbaar bedrag tot € 200.000 en daarboven 25,8% (net als in 2025 en 2024). Het tarief en de schijfgrens zijn in het afgelopen decennium regelmatig gewijzigd met alle fiscale gevolgen van dien.
In dit thema krijgt u antwoord op de volgende vragen:
•
Hoe komt het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting tot stand?
•
Wat is de hoogte van het huidige vennootschapsbelastingtarief?
•
Wat is de ontwikkeling van het vennootschapsbelastingtarief?
•
Wat zijn de fiscale gevolgen van het opsplitsen van vennootschappen of het afzien van een fiscale eenheid voor het toepassen van het vennootschapsbelastingtarief?
•
Hoe wordt het vennootschapsbelastingtarief toegepast bij gebroken boekjaren?
•
Zijn er nog andere tarieven van toepassing in de vennootschapsbelasting?
Mede aan de hand van voorbeelden wordt de totstandkoming van het belastbare bedrag en de werking van het vennootschapsbelastingtarief toegelicht.
1. Inleiding
In 2026 bedraagt het vennootschapsbelastingtarief 19% bij een belastbaar bedrag tot € 200.000 en daarboven 25,8% (net als in 2023, 2024 en 2026). Het tarief en de schijfgrens zijn in het afgelopen decennium regelmatig gewijzigd.
2. Belastbaar bedrag en te betalen vennootschapsbelasting
In de vennootschapsbelastingwet is bepaald dat bij binnenlandse belastingplichtigen de belasting wordt geheven naar het belastbare bedrag. De uiteindelijk te betalen vennootschapsbelasting wordt als volgt bepaald:
Winst
Aftrekbare giften -/-
Belastbare winst
Verrekenbare verliezen -/-
Belastbaar bedrag
Belastbaar bedrag x vennootschapsbelastingtarief = te betalen vennootschapsbelasting.
3. Hoogte en toepassing huidige vennootschapsbelastingtarief
Het vennootschapsbelastingbelastingtarief wordt in 2026 als volgt toegepast op een belastbaar bedrag van € 500.000:
•
19% x € 200.000 = € 38.000
•
25,8% x € 300.000 = € 77.400
•
Te betalen vennootschapsbelasting € 115.400.
4. Ontwikkeling van het vennootschapsbelastingtarief
Het vennootschapsbelastingtarief is in de afgelopen twintig jaar substantieel verlaagd met (voornamelijk) de bedoeling om de belastingdruk van bedrijven te verminderen en zo het Nederlandse vestigingsklimaat te verbeteren. De vennootschapsbelastingtarieven en de schijfgrenzen in de afgelopen vijf jaren zijn als volgt:
2021
2022
2023
2024
2025
2025
VPB-tarief laag
15%
15%
19%
19%
19%
19%
VPB-tarief hoog
25%
25,8%
25,8%
25,8%
25,8%
25,8%
Schijfgrens
€ 245.000
€ 395.000
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
5. Planning met het vennootschapsbelastingtarief en reactie Staatssecretaris van Financiën
Afhankelijk van de winst kon het voordeel voor het verbreken van de fiscale eenheid of verdelen van activiteiten over meerdere vennootschappen in 2022 oplopen tot 10,8% (25,8%-15%) van € 395.000 = € 42.660 per vennootschap. Het voordeel van het lage vennootschapsbelastingtarief is in 2023 gedaald naar maximaal 6,8% (25,8%-19%) van € 200.000 = € 13.600. Eenzelfde voordeel (als in 2023) is van toepassing in 2024, 2025 en 2026.
De Staatssecretaris van Financiën heeft in een Kamerbrief van 27 september 2022 toelichting gegeven op de (on)wenselijkheid van het fiscaal opsplitsen van vennootschappen of verbreken van een fiscale eenheid vanwege het lage vennootschapsbelastingtarief. In een Kamerbrief van 21 april 2023 gaat de staatssecretaris in op de voor- en nadelen van het invoeren van een extra schijf in de vennootschapsbelasting, waarmee excessieve winsten belast kunnen worden.
In een Kamerbrief van 11 juli 2025 informeert de staatssecretaris over de kabinetsreactie op de evaluaties van enkele fiscale regelingen, waaronder het lage vennootschapsbelastingtarief. Volgens de bewindsman heeft de evaluatie van het lage vennootschapsbelastingtarief uitgewezen dat deze regeling geen duidelijke doelstelling heeft. Als het doel stimulering van het MKB is, blijkt de regeling slechts beperkt doeltreffend en niet doelmatig, omdat slechts een klein deel van het MKB profiteert. De staatssecretaris merkt echter op dat het kabinet de regeling niet wil aanpassen vanwege negatieve effecten op het vestigingsklimaat en de lastendruk voor bedrijven.
Uit het Coalitieakkoord van 30 januari 2026 blijkt dat het minderheidskabinet niet voornemens is de vennootschapsbelasting te verhogen.
6. Gebroken boekjaren
In de wet is een algemene formule opgenomen voor de berekening van de vennootschapsbelasting van lichamen die een gebroken boekjaar hanteren.
7. Andere tarieven in de vennootschapsbelasting
De vennootschapsbelasting kent ook een aantal andere tarieven. Inkomsten uit innovatie – die onder de zogenoemde innovatiebox vallen – komen in aanmerking voor een gereduceerd vennootschapsbelastingtarief van effectief 9%. Fiscale beleggingsinstellingen zijn onderworpen aan een vennootschapsbelastingtarief van 0%.
Beantwoording feitelijke vragen van de vaste commissie voor Financiën aan de staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane over de Fiscale beleids- en uitvoeringsagenda 2025 (Kamerstukken II 2024/25, 32140, nr. 251)
J.M.H. Box, 'De geschiedenis van het tarieftrapje in de vennootschapsbelasting', WFR 2024/252
R. Stam, 'Belastingtarieven – mag het een onsje meer zijn?', VFP 2024/84
A. Laghmouchi, 'Anticiperen op wijzigingen in vennootschapsbelastingtarief', BelastingMagazine januari 2023
A.C.P. Bobeldijk & D.L. Heijtel, 'Antifragmentatiebepalingen in de Wet VPB 1969 gewenst?', WFR 2022/125
J. van Strien, 'Fragmentatie van ondernemingen in de vennootschapsbelasting: een onverwachte budgettaire catastrofe van bijna € 4 miljard?', NLF-opinies 2022/8
G. Snoeks, 'Belastingontwijking met fiscale eenheid VPB', V-N 2022/15.0
Dr. Frank Elsweier
Tilburg University – Universitair docent en onderzoeker belastingrecht (vennootschapsbelasting)
EY Belastingadviseurs – Belastingadviseur, Kennisbeheer en Tax Knowledge Center
Meer over Frank Elsweier
In 2026 bedraagt het vennootschapsbelastingtarief 19% bij een belastbaar bedrag tot € 200.000 en daarboven 25,8% (net als in 2025 en 2024). Het tarief en de schijfgrens zijn in het afgelopen decennium regelmatig gewijzigd met alle fiscale gevolgen van dien.
In dit thema krijgt u antwoord op de volgende vragen:
Hoe komt het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting tot stand?
Wat is de hoogte van het huidige vennootschapsbelastingtarief?
Wat is de ontwikkeling van het vennootschapsbelastingtarief?
Wat zijn de fiscale gevolgen van het opsplitsen van vennootschappen of het afzien van een fiscale eenheid voor het toepassen van het vennootschapsbelastingtarief?
Hoe wordt het vennootschapsbelastingtarief toegepast bij gebroken boekjaren?
Zijn er nog andere tarieven van toepassing in de vennootschapsbelasting?
Mede aan de hand van voorbeelden wordt de totstandkoming van het belastbare bedrag en de werking van het vennootschapsbelastingtarief toegelicht.
1. Inleiding
In 2026 bedraagt het vennootschapsbelastingtarief 19% bij een belastbaar bedrag tot € 200.000 en daarboven 25,8% (net als in 2023, 2024 en 2026). Het tarief en de schijfgrens zijn in het afgelopen decennium regelmatig gewijzigd.
2. Belastbaar bedrag en te betalen vennootschapsbelasting
In de vennootschapsbelastingwet is bepaald dat bij binnenlandse belastingplichtigen de belasting wordt geheven naar het belastbare bedrag. De uiteindelijk te betalen vennootschapsbelasting wordt als volgt bepaald:
Winst
Aftrekbare giften -/-
Belastbare winst
Verrekenbare verliezen -/-
Belastbaar bedrag
Belastbaar bedrag x vennootschapsbelastingtarief = te betalen vennootschapsbelasting.
3. Hoogte en toepassing huidige vennootschapsbelastingtarief
Het vennootschapsbelastingbelastingtarief wordt in 2026 als volgt toegepast op een belastbaar bedrag van € 500.000:
19% x € 200.000 = € 38.000
25,8% x € 300.000 = € 77.400
Te betalen vennootschapsbelasting € 115.400.
4. Ontwikkeling van het vennootschapsbelastingtarief
Het vennootschapsbelastingtarief is in de afgelopen twintig jaar substantieel verlaagd met (voornamelijk) de bedoeling om de belastingdruk van bedrijven te verminderen en zo het Nederlandse vestigingsklimaat te verbeteren. De vennootschapsbelastingtarieven en de schijfgrenzen in de afgelopen vijf jaren zijn als volgt:
2021
2022
2023
2024
2025
2025
VPB-tarief laag
15%
15%
19%
19%
19%
19%
VPB-tarief hoog
25%
25,8%
25,8%
25,8%
25,8%
25,8%
Schijfgrens
€ 245.000
€ 395.000
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
5. Planning met het vennootschapsbelastingtarief en reactie Staatssecretaris van Financiën
Afhankelijk van de winst kon het voordeel voor het verbreken van de fiscale eenheid of verdelen van activiteiten over meerdere vennootschappen in 2022 oplopen tot 10,8% (25,8%-15%) van € 395.000 = € 42.660 per vennootschap. Het voordeel van het lage vennootschapsbelastingtarief is in 2023 gedaald naar maximaal 6,8% (25,8%-19%) van € 200.000 = € 13.600. Eenzelfde voordeel (als in 2023) is van toepassing in 2024, 2025 en 2026.
De Staatssecretaris van Financiën heeft in een Kamerbrief van 27 september 2022 toelichting gegeven op de (on)wenselijkheid van het fiscaal opsplitsen van vennootschappen of verbreken van een fiscale eenheid vanwege het lage vennootschapsbelastingtarief. In een Kamerbrief van 21 april 2023 gaat de staatssecretaris in op de voor- en nadelen van het invoeren van een extra schijf in de vennootschapsbelasting, waarmee excessieve winsten belast kunnen worden.
In een Kamerbrief van 11 juli 2025 informeert de staatssecretaris over de kabinetsreactie op de evaluaties van enkele fiscale regelingen, waaronder het lage vennootschapsbelastingtarief. Volgens de bewindsman heeft de evaluatie van het lage vennootschapsbelastingtarief uitgewezen dat deze regeling geen duidelijke doelstelling heeft. Als het doel stimulering van het MKB is, blijkt de regeling slechts beperkt doeltreffend en niet doelmatig, omdat slechts een klein deel van het MKB profiteert. De staatssecretaris merkt echter op dat het kabinet de regeling niet wil aanpassen vanwege negatieve effecten op het vestigingsklimaat en de lastendruk voor bedrijven.
Uit het Coalitieakkoord van 30 januari 2026 blijkt dat het minderheidskabinet niet voornemens is de vennootschapsbelasting te verhogen.
6. Gebroken boekjaren
In de wet is een algemene formule opgenomen voor de berekening van de vennootschapsbelasting van lichamen die een gebroken boekjaar hanteren.
7. Andere tarieven in de vennootschapsbelasting
De vennootschapsbelasting kent ook een aantal andere tarieven. Inkomsten uit innovatie – die onder de zogenoemde innovatiebox vallen – komen in aanmerking voor een gereduceerd vennootschapsbelastingtarief van effectief 9%. Fiscale beleggingsinstellingen zijn onderworpen aan een vennootschapsbelastingtarief van 0%.
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Artikel 22 Wet VPB 1969
Artikel 31 Wet VPB 1969
Artikel 12b Wet VPB 1969
Artikel 28 Wet VPB 1969
Besluit voorkoming dubbele belasting
Kamerbrief over opsplitsen vanwege het lage VPB-tarief en CbCR-statistieken, 27 september 2022, V-N 2022/46.7
Kamerbrief over bredere solidariteitsbijdrage en extra schijf in vennootschapsbelasting, 21 april 2023, V-N 2023/21.10
Kamerbrief over evaluatie lage VPB-tarief, 18 december 2024, nr. 2024-0000563142
Beantwoording feitelijke vragen van de vaste commissie voor Financiën aan de staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane over de Fiscale beleids- en uitvoeringsagenda 2025 (Kamerstukken II 2024/25, 32140, nr. 251)
Kamerbrief afgeronde evaluaties fiscale regelingen, 11 juli 2025, 2025-0000184009
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 22 juni 2022, KG:040:2023:2, Besluit voorkoming dubbele belasting, gebroken boekjaar en tariefwijziging Wet Vpb 1969
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 8 februari 2022, KG:032:2022:4, Fiscale eenheid en meerdere malen tariefopstapje
Belangrijkste uitspraken
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 juli 2025, nr. BRE 24/4164, ECLI:NL:RBZWB:2025:4288, V-N Vandaag 2025/1402
Literatuur
J.M.H. Box, 'De geschiedenis van het tarieftrapje in de vennootschapsbelasting', WFR 2024/252
R. Stam, 'Belastingtarieven – mag het een onsje meer zijn?', VFP 2024/84
A. Laghmouchi, 'Anticiperen op wijzigingen in vennootschapsbelastingtarief', BelastingMagazine januari 2023
A.C.P. Bobeldijk & D.L. Heijtel, 'Antifragmentatiebepalingen in de Wet VPB 1969 gewenst?', WFR 2022/125
J. van Strien, 'Fragmentatie van ondernemingen in de vennootschapsbelasting: een onverwachte budgettaire catastrofe van bijna € 4 miljard?', NLF-opinies 2022/8
G. Snoeks, 'Belastingontwijking met fiscale eenheid VPB', V-N 2022/15.0
Naslag
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 22 Wet VPB 1969, aant. 1
Cursus Belastingrecht, Vpb.5.0.0, Het tarief van de VPB
Verwante onderwerpen
Thema: Innovatiebox
Thema: Beleggingsinstellingen