Milieubelastingen

Milieubelastingen

Bijgewerkt t/m: 23-02-2026

Mr. Hans Spaermon

id-166d56c9-2bad-405c-90f0-6f0aa89be1ee

CEO Ecolegis

Meer over Hans Spaermon

Milieubelastingen zijn algemene rijksbelastingen.

Dit thema biedt een overzicht van de milieubelastingen en beschrijft de belangrijkste elementen op hoofdlijnen (object, subject, grondslag, tarief, vrijstellingen etc). U krijgt antwoord op de vraag hoe in Nederland de milieubelastingen in hoofdlijnen zijn vorm gegeven. Ten slotte krijgt u antwoord op de vraag op welke EU-regelgeving deze belastingen zijn gebaseerd.

Milieubelastingen

De milieubelastingen zijn opgenomen in de Wet belastingen op milieugrondslag en in de Wet milieubeheer.

Een belasting op milieugrondslag is een algemene rijksbelasting, waarvan de opbrengst in de algemene middelen vloeit en die haar grondslag vindt in milieuoverwegingen. De opbrengst staat voorop: een eventueel milieueffect is van secundair belang. Voor de minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking en de CO2-heffing industrie ligt dit anders. Bij deze belastingen staat voorop het zekerstellen van een minimumprijs voor de emissie van broeikasgassen.

De Wbm is in werking getreden op 1 januari 1995. De volgende belastingen zijn in de Wbm opgenomen:

afvalstoffenbelasting;

leidingwaterbelasting;

kolenbelasting;

energiebelasting;

minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking;

CO2-heffing industrie[1];

CO2-heffing glastuinbouw[2];

vliegbelasting.

De CBAM is niet in de Wbm opgenomen, maar in de Wet milieubeheer en een Europese Verordening.

Opslag duurzame energie (ODE)

De opslag voor duurzame energie- en klimaattransitie (ODE) is een heffing op het verbruik van elektriciteit en aardgas om het stimuleren van de productie van duurzame energie te financieren. Met ingang van 1 januari 2023 is het tarief van de ODE in de energiebelasting geïntegreerd en vanaf 2024 is de ODE afgeschaft.

Documenten bij dit thema

HvJ EU 16 oktober 2025, zaak C‑391/23, Brăila Winds, ECLI:EU:C:2025:799, V-N 2025/50.11, H&I 2025/368, V-N Vandaag 2025/2049

HR 25 oktober 2024, nr. 22/00211, ECLI:NL:HR:2024:1537, V-N 2024/48.13, FED 2024/120

HvJ EU 18 april 2024, zaak C-133/23, Omya CZ, ECLI:EU:C:2024:335, V-N 2024/22.16

HvJ EU 22 juni 2023, zaak C-833/21, ECLI:EU:C:2023:516, V-N 2023/30.19, H&I 2023/189

HvJ EU 9 maart 2023, zaak C-571/21, RWE Power AG, ECLI:EU:C:2023:186, V-N 2023/14.16, H&I 2023/76

HR 14 oktober 2022, nr. 20/01390, ​ ECLI:NL:HR:2022:1440​V-N​ 2022/45.16​​​FED 2023/15

HvJ EU 7 maart 2018, zaak C-31/17, ECLI:EU:C:2018:168, V-N 2018/18.26, H&I 2018/99

HR 5 oktober 2012, nr. 11/01570, ECLI:NL:HR:2012:BX9197, BNB 2012/306, V-N 2012/53.25

H. Spaermon, 'Asbestvrijstelling ten onrechte buitenspel gezet', WFR 2025/91

M. Betje, 'Klimaatmaatregelen in het Belastingplanpakket 2024', WFR 2023/268

D.R. ter Steege, 'Klimaatdoelstellingen, belastingen en (klimaat)instrumentalisme', WFR 2022/11

N.E. Muller, 'Fiscale klimaatmaatregelen per 2021 en de Wet CO2-heffing industrie in perspectief', WFR 2020/184

P. Kavelaars, 'Fiscale klimaatontwikkelingen', WFR 2020/59

M.P.A. Spanjers, 'Geen ode aan de opslag duurzame energie (ODE)', WFR 2019/163

E.P.J. Wasch e.a. (red.), Hoofdzaken milieuheffingen (fed fiscale studieserie, nr. 27), Deventer: Wolters Kluwer 2019 (elfde druk)

Vakstudie Accijnzen en milieubelastingen, Afvalstoffenbelasting: in- en uitvoer van afvalstoffen

Vakstudie Accijnzen en milieubelastingen, Wet belastingen op milieugrondslag

Vakstudie Accijnzen en milieubelastingen, Energie belast: belastingen en heffingen op energieproducten

Vakstudie Accijnzen en milieubelastingen, artt. 1-32Richtlijn 2003/96/EG (Richtlijn energiebelasting)


Voetnoten

Op 25 juni 2025 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht de CO2-heffing af te schaffen (V-N 2025/32.15). Naar aanleiding van die motie heeft het kabinet aangegeven dat het voornemens is om de CO2-heffing op de industrie tot 2030 tijdelijk op te schorten. Een definitief besluit hierover kan pas na nader onderzoek worden genomen. Dat schrijft minister Hermans van Klimaat en Groene Groei in een brief aan de Tweede Kamer van 17 juli 2025 in haar antwoord op Kamervragen over de aangenomen motie voor het afschaffen van de CO2-heffing industrie (2025Z13346, ingezonden 26 juni 2025).

Het kabinet heeft besloten om de Nederlandse glastuinbouw vanaf 2027 onder de ETS-2 (het Europese handelssysteem voor CO2-emissierechten) te laten vallen. Dat betekent dat de glastuinbouw te maken krijgt met een hogere beprijzing van zijn CO2-uitstoot die ook al valt onder de energiebelasting en de CO2-heffing glastuinbouw. Hiermee zou de totale CO2-prijs hoger worden dan noodzakelijk om het restemissiedoel te borgen. Het kabinet is voornemens daarom de CO2-heffing glastuinbouw per 2027 af te schaffen, een kostencompensatieregeling voor ETS2 uit te werken en de energiebelastingtarieven voor de glastuinbouw aan te passen. Daarmee komt er na de motie voor afschaffing van de CO2-heffing industrie ook een vroegtijdig einde aan de CO2-heffing glastuinbouw (Brief Minister van Klimaat en Groene Groei van 26 juni 2025, KGG / 99281758, V-N Vandaag 2025/1303).