Accijnzen
Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/2.24.1:2.24.1 Profijtbeginsel
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/2.24.1
2.24.1 Profijtbeginsel
Documentgegevens:
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS298049:1
- Vakgebied(en)
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Handelingen II 1885/86, 17 december 1885, p. 351 rk.
Zie bijvoorbeeld: Teldersstichting, Ruim Baan, Den Haag: 1966. Daarin wordt naar de toenmalige krachtsverhoudingen de noodzaak verondersteld om te komen tot prijsmechanisch rijden en parkeerbelastingen.
Kamerstukken II 1999/2000, 26 800 IXB, nr. 28, p. 9.
Handelingen II 1862/63, 20 september 1862, p. 21 lk.
Zo ook: J. Schuurman, De prijs van water, (diss.), Arnhem: 1988, hoofdstuk 3.
J. Reugebrink, Over accijnzen, Smeetsbundel, Deventer: 1967, p. 287.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
‘Een ieder, die ooit geroepen is geweest, om na te denken over onze financiën, zal beamen, dat niets zo moeilijk is als in Nederland goede verbruiksbelastingen te heffen’1
prof. mr. N.G. Pierson,
Minister van Financiën, 6 december 1893
Met behulp van accijnsheffing kan op basis van het compensatiebeginsel een vergoeding worden gevraagd voor een tevoren omschreven gebruik van collectieve goederen en diensten, naar de mate waarin van de collectieve productiehuishouding voordeel is genoten. Die voordelen bestaan uit het gebruik van gemeenschapsvoorzieningen zoals wegen, tunnels, viaducten, veiligheid, politie, justitie, medische voorzieningen, in stand houden van de leefbaarheid, bereikbaarheidsmaatregelen in congestiegebieden, voorkomen en herstellen van schade aan de leefomgeving, duurzaam gebruik van grondstoffen. De noodzaak van parkeer- en anticongestiebelastingen wordt in brede maatschappelijke stromingen gevoeld.2 De vergoeding wordt gevraagd op basis van het profijtbeginsel wegens genoten voordeel van deze gemeenschapsvoorzieningen, op basis van het preventiebeginsel bij het voorkomen van milieu- of economische- schade (bereikbaarheid en voorkoming van congestie) of op basis van het schadebeginsel c.q. het beginsel ‘de vervuiler betaalt’ wegens reeds toegebrachte schade. Als verbijzondering van het beginsel ‘de vervuiler betaalt’, eist het veroorzakersbeginsel dat het beginsel ‘de mobilist betaalt naar rato van gebruik’ nadrukkelijker naar voren treedt in het bereikbaarheids- en autokostenvariabilisatiebeleid.3 De prijs die de burger dan op basis van het profijtbeginsel betaalt, kan slechts via modellen worden geconstrueerd en via politieke besluitvorming gerealiseerd. Met betrekking tot alcoholhoudende dranken acht minister Betz (1862) het heffen van de gedistilleerdaccijns een belastingbeginsel vanwege het misbruik dat van geestrijke dranken wordt gemaakt.4 Mutatis mutandis liggen de genoemde beginselen ook ten grondslag aan het – bij voorkeur pigouviaans – beprijzen van alcoholhoudende dranken, tabakswaren, energieproducten en water.5
Reugebrink (1967) meent dat accijnzen die gebaseerd zijn op het profijtbeginsel bezwaarlijk nog verbruiksbelastingen kunnen worden genoemd. De uitgaven van de overheid ten behoeve van infrastructuur zoals wegen, oeververbindingen en dergelijke komen immers in de eerste plaats ten goede aan degenen, die van deze voorzieningen gebruik maken. Een dergelijke accijns is ook gerechtvaardigd als daarvan om bedrijfsmatige redenen gebruik wordt gemaakt. Accijnzen, gegrond op het profijtbeginsel, zouden volgens Reugebrink (1967) dan meer het karakter van een directe bedrijfsbelasting dragen.6 Deze opvatting van Reugebrink heeft niet onze sympathie, alleen al omdat het genot van profijt nog niet maakt dat een accijns daardoor zijn eigenschappen plotseling verliest, waardoor ineens geen sprake meer zou zijn van verbruik van het met accijns belaste goed of de met accijns belaste dienst dan wel het afwentelingsproces van de voldane accijns stopt. Ook volgens Kogels (2007) ligt dit anders, waarmee wij het grondig eens kunnen zijn: het profijtbeginsel kan tot bestemmingsheffingen leiden, waardoor de wetgever de accijnsheffing niet meer kan gebruiken voor de algemene middelen!