Accijnzen
Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/6.3.1:6.3.1 A-neutraliteit
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/6.3.1
6.3.1 A-neutraliteit
Documentgegevens:
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS298078:1
- Vakgebied(en)
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
‘Het Europese accijnsregime kent echter nog een andere grote deficiëntie: de interne markt voor accijnsgoederen is niet intern neutraal’
Vrijwel alle kenmerken van de Nederlandse accijnzen zijn terug te vinden bij de Europese accijnzen. De communautaire minimumtarieven geven de lidstaten de ruimte om het accijnsinstrument in tijden van nood tot het uiterste in te zetten om de uitgaven voor het behoud van de Staat te dekken. Het Europese accijnsregime kent echter nog een andere grote deficiëntie: de interne markt voor accijnsgoederen is niet intern neutraal. De zes specifieke uitvoeringsrichtlijnen bevatten reeksen algemene verplichte en facultatieve vrijstellingen en verlaagde tarieven. De lidstaten kunnen gebruikmaken van vele vrijstellingen en verlaagde tarieven en daarvan wordt op diverse manieren gebruikgemaakt. Door de minimumharmonisatie bestaan tussen de lidstaten enorme tariefsverschillen waardoor de communautaire accijnzen binnen de interne markt niet intern neutraal kunnen zijn. Omdat bovendien de heffing en de invordering plaatsvinden naar de nationale heffings- en invorderingswetgeving en daardoor per definitie tussen de lidstaten verschillen in heffing en invordering bestaan, wordt de aneutraliteit van de accijnzen binnen de interne markt alleen maar versterkt. Frappant is dat stelsels als het steunregime, het douaneregime en de vele stelsels op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid wel zo zijn vormgegeven, dat die binnen de interne markt wel intern neutraal zijn.
Het doel van de Accijnsrichtlijn is het bevorderen van de goede werking van de interne markt op het gebied van de accijnsheffing. De interne markt is gedefinieerd als een ruimte zonder binnengrenzen waarbinnen het vrije verkeer van goederen en diensten plaatsvindt als ware die ruimte het binnenland van een Staat (internemarktbeginsel), welke een onontbeerlijke voorwaarde is voor het bestaan van een douaneunie waarin het vrije verkeer van goederen is gewaarborgd. Dit doel echter dient alleen de externe neutraliteit van de heffing, dat wil zeggen dat accijnsgoederen ongeacht herkomst binnen een lidstaat op dezelfde wijze worden belast. De Accijnsrichtlijn dient niet de interne neutraliteit binnen de interne markt, dat wil zeggen gelijke tarieven en gelijke uitvoeringsvoorschriften binnen de interne markt. Hiermee is de Accijnsrichtlijn meteen al in strijd met het internemarktbeginsel.
Slechts voor het particuliere verkeer van accijnsgoederen, het verkeer zonder handelsdoeleinden, is het binnenland van de Gemeenschap het ijkpunt voor accijnsheffing.
De accijnsheffing van particuliere aankopen vindt plaats in de lidstaat van verkrijging en blijft aldaar eindheffing. Dit verkeer omvat de aankoop door particulieren en accijnsgoederen voor eigen persoonlijk verbruik, die door hen persoonlijk worden vervoerd naar de lidstaat waarvan zij ingezetene zijn. Door het vereiste de goederen persoonlijk te vervoeren is deze magere toepassing van het internemarktbeginsel nog smaller dan vóór de instelling van de interne markt; volgens het toentertijd vigerende accijnsregime waren persoonlijke goederen die in het kader van een verhuizing naar een andere lidstaat werden overgebracht alsmede kleine verzendingen tussen particulieren, vrijgesteld in de lidstaat van invoer.
Voor het verkeer van accijnsgoederen met handelsdoeleinden, geldt het internemarktbeginsel niet. In dit verkeer is het ijkpunt voor de accijnsheffing niet het binnenland van de Gemeenschap, maar de lidstaat van bestemming van de goederen (bestemmingslandbeginsel).
Dit is dezelfde situatie als vóór de instelling van de interne markt per 1 januari 1993. Vanwege het ontbreken van een gemeenschappelijke schatkist, wordt de accijns met toepassing van het bestemmingslandbeginsel geheven door de fiscale autoriteit van de lidstaat van bestemming van de goederen, de lidstaat waar de goederen geacht worden te worden verbruikt. De accijns vloeit in de schatkist van die lidstaat. Het minimumgeharmoniseerde accijnsregime is geheel gemodelleerd rond de externe neutraliteit met algehele veronachtzaming van de interne neutraliteit van belastingheffing die binnen een interne markt behoort te bestaan.
Deze fundamenteel verkeerde vormgeving van het accijnsregime is een gevolg van het onderlinge wantrouwen van de lidstaten en de accijnsopbrengsten bij het ontbreken van een communautaire fiscale autoriteit onderling te verrekenen. Naast deze praktische ongedaanmaking van het internemarktbeginsel zijn er nog veel meer bepalingen die onbestaanbaar zijn op een binnenmarkt. Ook minimumtarieven met de daarbij per definitie behorende tariefsverschillen tussen lidstaten, verleggingsregelingen, fiscaal vertegenwoordigers, afwijkende rekeneenheden, reservoirregelingen en de verschillende inzet van fiscale merktekens en teruggaafregelingen zijn onbestaanbaar in een interne markt. De nog steeds bestaande zeer forse tariefsverschillen tussen de lidstaten zijn onverenigbaar met de interne markt, omdat die linksom of rechtsom steeds ergens leiden tot een binnengrenseffect. Het slechten ervan is een basisvereiste voor een goed werking van de interne markt voor accijnsgoederen.