Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/5.6.1
5.6.1 Groslijst
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS298076:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische produktiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwprodukten en levensmiddelen, (PbEg 1991, L 198/1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 746/2004 van de Commissie van 22 april 2004, (PbEU 2004, L 122/10).
World Health Organisation, geciteerd in: EESC, Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comitéover Obesitas in Europa — rol en verantwoordelijkheid van de partners uit het maatschappelijk middenveld, 2006/C 24/14, (PbEU 2006, C 24/63).
EC, Groenboek bevorderen van gezonde voeding en lichaamsbeweging: een Europese dimensie voor depreventie van overgewicht, obesitas en chronische ziekten, COM(2005)637 def., Brussel: 8 december 2005. EESC, Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over Obesitas in Europa — rol en verantwoordelijkheid van de partners uit het maatschappelijk middenveld, 2006/C 24/14, (PbEU 2006, C 24/63).
De communautaire bevoegdheid hiertoe wordt gebaseerd op art. 152 EG.
De Commissie-De Waard heeft aanbevolen (2001) dat de effectiviteit van deze maatregel voor hout vooral substantieel zal zijn indien deze op Europese schaal wordt geïntroduceerd en in werking gebracht.Mutatis mutandis geldt dit ook voor soja.
Vgl. EC, Buying Green: a handbook on public procurement, Luxemburg: 2005, p. 26, waarin de EC overheden aanbeveelt ecologisch verantwoord hout en houtproducten aan te kopen, dat wil zeggen hout met keurmerken van FSC (Forestry Stewardship Council) en PEFC (Programme for the Endorsement of Forest Certification).
Art. 90-91 EG-verdrag. HvJ EG 4 maart 1986, nr. 106/84, EC vs. Denemarken (belastingregeling voor alcohol – vruchtenwijn), Jur. 1986, p. 833, r.o. 20. HvJ EG 7 april 1987, zaak 196/85, EC vs. Frankrijk (belastingregeling voor natuurlijke zoete wijnen en likeurwijnen), Jur. 1987, p. 1597, r.o. 6.
Panel Report 10 november 1987, Japan – Customs Duties, Taxes and Labelling Practices on Imported Wines and Alcoholic Beverages (Japanese Shochu I), BISD 34S/83, par. 5.9 d) en 5.13. Report of the Panel 7 februari 1984, Canada – Administration of the Foreign Investment Review Act, BISD 30S/140. Panel Report 7 november 1989, United States – Section 337 of the Tariff Act of 1930, BISD 36S/345, 386-387. Panel Report 11 oktober 1994, United States – Taxes on automobiles, DS31/R (1994), not adopted.
Zie: www.taskforceduurzamesoja.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=19&Itemid=.
Accijnzen kunnen als corrigerend prijsinstrument nog voor velerlei andere toepassingen worden ingezet.
Ten behoeve van de goede werking van de interne markt kunnen de nationale accijnzen met binnengrensoverschrijdende effecten en welke in een substantieel aantal lidstaten worden geheven voor alle lidstaten verplicht worden geharmoniseerd, zodat deze accijnzen in alle lidstaten naar gelijke grondslagen en tarieven worden geheven.
Te denken valt dan aan de accijnzen van alcoholvrije dranken, drankverpakkingen, koffie, suiker en suikerhoudende producten en voertuigen (personenauto’s, bestelauto’s en motorrijwielen).
Verbeterpunten voor het halfbakken voorliggende voorstel van de EC ter harmonisatie van de autobelastingen moeten zijn: (1) de geharmoniseerde autobelastingen worden verplicht toegepast in alle lidstaten zoals dat ook het geval is met de accijnzen van alcoholhoudende, energie- en tabaksproducten, (2) de eenmalige autobelastingen moeten blijven voortbestaan, omdat zij (3) de groei van het wagenpark beperken, en (4) er gemakkelijk mee kan worden gedifferentieerd naar energiezuinigheid, CO2-,NOx- en fijnstofemissies, grootte, gewicht en veiligheid.
Met betrekking tot duurzame ontwikkeling, milieu-, landschaps- en natuurbescherming, voorkoming van ontbossing, dierenwelzijn, volksgezondheid, en bevordering van ondernemerschap en werkgelegenheid kan worden gedacht aan nieuwe communautaire accijnzen met betrekking tot (1) calorierijke voedingsmiddelen met suikers, zout, verzadigde vetzuren, transgene vetten of dierlijke oliën (behalve visolien) als bestanddelen, en van voedingsmiddelen in het algemeen met vrijstelling van voedingsmiddelen met het communautaire eko-keurmerk1, (2) hout, (3) soja, (4) kunstmeststoffen, (5) chemische gewasbeschermingsmiddelen, (6) gloeilampen en tl-buizen met vrijstelling van energiearme led-varianten, (7) oppervlaktedelfstoffen, (8) diepzeedelfstoffen, (9) financiële diensten, waarop vanwege de ingewikkeldheid ervan geen btw kan worden geheven en waarvan accijnsheffing bijdraagt tot substantiële bevordering van ondernemerschap en werkgelegenheid en het vervallen van de administratievelastendruk die de belastingen naar het loon, winst en ander inkomen met zich meebrengen, alsmede aan (10) het toerusten van de accijnzen van alcoholhoudende dranken en tabakswaren met een volledig pigouviaans tarief.
Het is mogelijk deze nieuwe grondslagen te introduceren in het Europese accijnsregime.
Voor zover diepzeedelfstoffen (optie (8)), waartoe onder meer energierijke mangaanknollen behoren, worden gewonnen in de vrije zee, heeft het de voorkeur de VN of een van haar instellingen mandaat te verlenen om daarvan een wereldgemeenschappelijke accijns te heffen.
De onder (1) genoemde nutriënten zijn bestanddelen van voedingsmiddelen die in combinatie met bovenmatige hoeveelheden calorieën obesitas, ‘de grootste bedreiging voor de gezondheid in het Westen’2, veroorzaken. De externe kosten van obesitas bedragen in de EU25 ongeveer € 70 miljard, ruim 7% van de kosten van de gezondheidszorg.
In de EU25 hebben ruim 14 miljoen kinderen overgewicht, waarvan drie miljoen ernstig overgewicht. De groep obese kinderen neemt jaarlijks met ruim 400.000 toe. Thans is 1 op de 4 kinderen te zwaar. Daarnaast kampt meer dan de helft van de volwassen bevolking in de meeste lidstaten met overgewicht en 20-30% met obesitas.3 De obesitax, fysieke communautaire accijnsheffing die aanknoopt bij kritieke hoeveelheden calorieën in calorierijke voedingsmiddelen, natuurlijke en nietnatuurlijke suikers, zout, verzadigde vetzuren en transgene vetten, kan bijdragen aan de noodzakelijke sanering van obesogene omgevingen door het creëren van forse prijsverschillen tussen calorierijke voedingsmiddelen met de genoemde nutriënten en gezonde varianten.4 Uit de opbrengst van de obesitax kunnen, naar analogie van het GLB, toeslagrechten worden toegekend aan sportverenigingen, fitnessinstellingen en onderwijsorganisaties, waarmee de toegankelijkheid van sportverenigingen en fitnessinstellingen wordt vergroot en lichamelijke inactiviteit van obese personen wordt omgezet in dagelijkse routine met lichaamsbeweging, en waarmee onderwijsinstellingen twee stuks fruit per dag aan hun studenten distribueren.
Wat de houtoptie (2) betreft, is de prijs van aantoonbaar duurzaam geproduceerd hout het inzichtelijk onderscheid tussen duurzaam en niet-duurzaam geproduceerd hout. Ten minste het opheffen van dat verschil is een noodzakelijke voorwaarde voor het vergroten van het aandeel duurzaam hout op de interne markt.5 Communautaire accijnsheffing van hout kan het aandeel duurzaam geproduceerd hout vergroten en daarmee de ontbossing, erosie en het verlies aan biodiversiteit beperken. De communautaire houtaccijns kan worden geheven van alle hout en houtbestanddelen in producten, met vrijstelling van aantoonbaar duurzaam geproduceerd hout, zoals hout voorzien van het keurmerk van de Forest Stewardship Council (FSC) of het Programme for the Endorsement of Forest Certification (PEFC).6 Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor de soja-optie (3). Met de wereldwijde toename van de vleesconsumptie stijgt ook de vraag naar veevoer. Dit bestaat voor een belangrijk deel uit soja. Soja is voor 85% afkomstig van grootschalige plantages in Zuid-Amerika. Voor de aanleg hiervan gaat jaarlijks een gebied oorspronkelijke natuur verloren dat bijna net zo groot is als Nederland.
Hierdoor verdwijnen behalve het Amazonewoud vooral de bossavanne (Cerrado) en het grootste wetland van Zuid-Amerika (Pantanal). Naast ontbossing, erosie en het verlies aan biodiversiteit hebben de sojaplantages ook nadelige gevolgen voor het klimaat, omdat de regenval als gevolg van de ontbossing afneemt. Verder ontstaan door de plantages sociale problemen, zoals moderne slavernij of de gedwongen onteigening van grond. Omdat het hier buitengrensoverschrijdende transacties betreft zij opgemerkt dat belastingdifferentiaties ten aanzien van gelijksoortige goederen met een specifiek beleidsdoel als rechtvaardigingsgrond evenals in EG-verband7, ook in WTO-verband geoorloofd zijn.8 De communautaire soja-accijns kan worden geheven van alle soja en sojahoudende producten, met vrijstelling van aantoonbaar duurzaam geproduceerde soja, zoals soja voorzien van het keurmerk van de Round Table on Responsible Soy (RTRS).9
Hierna volgen voor de drie onder (9) en (10) genoemde nieuwe toepassingsmogelijkheden blauwdrukken ten behoeve van de pigouviaanse pasvorm voor de communautaire accijnzen van alcoholhoudende dranken en tabakswaren en een voor de accijns van financiële diensten, hierna te noemen: de European Payments Tax (EPT) in vier varianten.