Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.5.7
4.5.7 Tussenproducten
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS305301:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Art. 16 en art. 17 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken.
Het Koninkrijk Spanje behoeft de bereiding van wijn in de gebieden Moriles-Montilla, Tarragona, Priorato en Terra Alta, waaraan alcohol wordt toegevoegd zonder dat het alcoholgehalte met meer dan 1%vol toeneemt, niet als de vervaardiging van een tussenproduct aan te merken. Deze bepaling geldt alleen voor het Spaanse binnenland. Wanneer deze dranken naar een andere lidstaat worden gebracht, geldt de derogatie niet en zijn aldaar de bepalingen voor tussenproducten gewoon van toepassing. Art. 24 lid 2 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken.
Art. 17 lid 2 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken.
Art. 18 lid 1 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken.
Art. 11b Wa.
Art. 11c Wa.
Ingevolge afdeling IV van de Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken wordt onder de weinigzeggende benaming tussenproducten (dranken in het segment tussen wijn en gedistilleerd) verstaan: alle producten van de GN-codes 2204, 2205 en 2206 met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2 doch niet meer dan 22%vol, niet zijnde bier, wijn en andere gegiste dranken. In het verleden werd ook wel gesproken over aangesterkte wijn, terwijl in de wijnmarktverordeningen wel de term likeurwijnen wordt gehanteerd.1 Beide laatste begrippen zijn niet volledig dekkend.
Bij tussenproducten gaat het om versterkte dranken, voornamelijk dranken zoals vermout (14 á 15%vol), sherry en port (17 á 19%vol).2
De Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken voorziet in de mogelijkheid een tweedeling te maken bij de tussenproducten naar het alcoholgehalte, te weten niet meer dan 15%vol en meer dan 15%vol.
Evenals bij wijn worden tussenproducten onderscheiden in niet-mousserende (stille) en mousserende (schuimende) tussenproducten.3 De wijndefinitie gaat uit van volledig door gisting in het eindproduct verkregen alcohol en geldt voor de categorie niet-mousserende wijn als conditie dat geen verrijking van het product mag hebben plaats gevonden. Zodra alcohol aan wijn wordt toegevoegd, ontstaat ongeacht het toegevoegde volumepercentage een tussenproduct.
De definities van niet-mousserende en van mousserende tussenproducten verwijzen telkens naar de GN-onderverdelingen. Door de bepaling dat de in deze onderverdeling bedoelde producten, voor zover zij als bier of wijn moeten worden aangemerkt, geen tussenproducten zijn, vormen de tussenproducten een restcategorie ten opzichte van bier en wijn.4
Iedere niet-mousserende gegiste drank met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 5,5%vol dat niet volledig door gisting is verkregen, en elke mousserende gegiste drank met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 8,5%vol dat niet volledig door gisting is verkregen mag als tussenproduct worden aangemerkt.
De accijns die van tussenproducten wordt geheven op basis van het aantal hectoliters eindproduct.5
4.5.7.1 Niet-mousserende tussenproducten
Onder niet-mousserende tussenproducten worden verstaan alle niet als bier of wijn aan te merken producten van GN-codes 2204, 2205 en 2206 met een alcoholgehalte van meer dan 1,2%vol, maar niet meer dan 22%vol, die niet als mousserende tussenproducten worden aangemerkt.6
4.5.7.2 Mousserende tussenproducten
Onder mousserende tussenproducten worden verstaan alle niet als bier of wijn aan te merken producten van GN-codes 2204, 2205 en 2206 met een alcoholgehalte van meer dan 1,2%vol, maar niet meer dan 22%vol, die zijn verpakt in flessen met een champignonvormige kurk die door draden of banden of anderszins is geborgd, ofwel een overdruk van 3 bar of meer hebben die is teweeggebracht door koolzuurgas in oplossing.7