TAR 2005/88
dragen van wenkbrauwpiercing is geen grondrecht; verbod is sturingsmiddel
CRvB 07-04-2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AT4006, m.nt. P.J. Schaap
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
7 april 2005
- Magistraten
Garvelink-Jonkers
- Zaaknummer
03/3269 AW
- Noot
P.J. Schaap
- LJN
AT4006
- JCDI
JCDI:ADS202312:1
- Vakgebied(en)
Ambtenarenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2005:AT4006, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 07‑04‑2005
Essentie
dragen van wenkbrauwpiercing is geen grondrecht; verbod is sturingsmiddel
Samenvatting
Politieagent in opleiding mag geen wenkbrauwpiercing dragen tijdens het werk, omdat dit afbreuk doet aan de voor een politieagent vereiste neutraliteit, representativiteit en autoriteit en omdat het de kans op lichamelijk letsel vergroot. Volgens betrokkene wordt daardoor inbreuk gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer en de onaantastbaarheid van zijn lichaam (artikel 8 EVRM, artikel 17 Bupo en artikel 10 en 11 van de Grondwet). Nu het sieraad geen uiting geeft aan, dan wel bepalend is voor de persoonlijke identiteit van betrokkene en het verbod uitsluitend tijdens diensttijd geldt is geen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.