Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.5.9
4.5.9 Energieproducten
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS304050:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2 lid 1 Richtlijn energiebelastingen.
Art. 2 lid 5 Richtlijn energiebelastingen.
Art. 2 lid 2 Richtlijn energiebelastingen.
Art. 2 lid 3 eerste volzin Richtlijn energiebelastingen.
Art. 2 lid 3 Richtlijn energiebelastingen.
Overweging 27 considerans Richtlijn energiebelastingen.
Art. 2 lid 4 eerste volzin onderdeel a Richtlijn energiebelastingen.
Art. 2 lid 4 eerste volzin onderdeel b eerste streepje Richtlijn energiebelastingen.
Art. 2 lid 4 eerste volzin onderdeel b tweede streepje Richtlijn energiebelastingen.
Art. 2 lid 4 onderdeel b Richtlijn energiebelastingen.
HvJ EG 25 september 2003, nr. C-437/01, EC vs. Italië (Italiaanse smeeroliën I), Jur. 2003, p. I-9861. HvJ EG 10 juni 1999, nr. C-346/97, Braathens Sverige AB, voorheen Transwede Airways AB, vs. Riksskatteverket Zweden, Jur. 1999, p. I-3419.
Art. 2 lid 4 Richtlijn energiebelastingen.
Hof ’s-Gravenhage 27 oktober 1994, nr. 93/1663, V-N 1994/3986 en V-N 1994/3732.
Art. 2 lid 4 Richtlijn energiebelastingen.
De productieprocessen als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap zijn ondergebracht onder code DI 26 'Vervaardiging van overige niet-metaalhoudende minerale producten' van de NACE-nomenclatuur, (PbEg 1990, L 293/1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 29/2002 van de Commissie, (PbEg 2002, L 6/3). Art. 2 lid 4 eerste volzin onderdeel b vijfde streepje Richtlijn energiebelastingen.
Art. 2 lid 4 Richtlijn energiebelastingen.
Tot de energieproducten behoren de traditionele minerale oliën en sedert 1 januari 2004 een reeks andere energieproducten waaronder elektriciteit. Deze accijnsgoederen worden hierna achtereenvolgens behandeld, waarbij de GN-codes die richtlijn voor de definiëring van energieproducten en elektriciteit bezigt, zijn vertaald naar gewoon spraakgebruik om de inzichtelijkheid te creëren.
4.5.9.1 Energieproducten en elektriciteit
Ingevolge de Richtlijn energiebelastingen wordt onder het begrip energieproducten verstaan1:
1 producten van de GN-codes 1507 tot en met 1518, indien deze zijn bestemd om als verwarmings- of motorbrandstof te worden gebruikt: plantaardige oliën en vetten: sojaolie (GN-code 1507), grondnotenolie (GN-code 1508), olijfolie (GNcode 1509), andere olie en mengsels daarvan met olijfolie (GN-code 1510), palmolie (GN-code 1511), zonnebloemzaad, saffloer- en katoenzaadolie (GN-code 1512), kokosolie (kopraolie), palmpitten- en babassunotenolie (GN-code 1513), koolzaad-, raapzaad-, en mosterdzaadolie (GN-code 1514), andere plantaardige vetten en vette oliën (jojobaolie daaronder begrepen) (GN-code 1515), dierlijke en plantaardige vetten en oliën, geheel of gedeeltelijk gehydrogeneerd, veresterd, opnieuw veresterd of geëlaïdiniseerd, ook indien geraffineerd, doch niet verder bereid (GN-code 1516), margarine, mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan (GN-code 1517), en standolie en andere dierlijke of plantaardige oliën, gekookt, geoxideerd, gedehydreerd, gezwaveld, geblazen of op andere wijze chemisch gewijzigd, andere dan die bedoeld bij post 1516, mengsels en bereidingen van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, niet geschikt voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen (GN-code 1518);
2 producten van de GN-codes 2701, 2702 en 2704 tot en met 2715: steenkool, briketten, eierkolen en dergelijke van steenkool vervaardigde vaste brandstoffen (GN-code 2701), bruinkool, ook indien geperst, andere dan git (GN-code 2702), cokes en halfcokes, van steenkool, van bruinkool of van turf, ook indien geperst en retortenkool (GN-code 2704), steenkoolgas, watergas, generatorgas en dergelijke gassen, andere dan aardgas en andere gasvormige koolwaterstoffen (GN-code 2705), teer en andere minerale teersoorten (GN-code 2706), olie en andere producten, verkregen bij het distilleren van hogetemperatuursteenkoolteer en soortgelijke producten (GN-code 2707), pek en pekcokes, van steenkoolteer of van andere minerale teer (GN-code 2708), ruwe aardolie en ruwe olie uit bitumineuze mineralen (GN-code 2709), aardolie en olie uit bitumineuze mineralen (smeerolien) (GN-code 2710), ruwe gasvormige koolwaterstoffen, chemisch zuiver methaan en propaan daaronder begrepen, maar met uitzondering van aardgas (GN-code 2711), vaseline, paraffine, microkristallijne was uit aardolie, slack wax, ozokeriet, montaanwas, turf en andere minerale was (GN-code 2712), petroleumcokes, petroleumbitumen en andere residuen van aardolie of van olie uit bitumineuze mineralen (GN-code 2713), natuurlijke bitumen en natuurlijk asfalt; bitumineuze leisteen en bitumineus zand (GN-code 2714), bitumineuze mengsels (GN-code 2715);
3 producten van de GN-codes 2901 en 2902: acyclische koolwaterstoffen (GN-code 2901), cyclische koolwaterstoffen (GN-code 2902);
4 producten van de GN-code 2905 11 00 die niet van synthetische oorsprong zijn, indien deze zijn bestemd om als verwarmings- of motorbrandstof te worden gebruikt: methanol (methylalcohol);
5 producten van de GN-code 3403: smeermiddelen, koeloliën, trekvetten;
6 producten van de GN-code 3811: dopes;
7 producten van de GN-code 3817: alkylbenzenen en alkylnaftalenen van gemengde samenstelling;
8 producten van de GN-code 3824 90 99, indien deze zijn bestemd om als verwarmings- of motorbrandstof te worden gebruikt: mengsels van methylesters van plantaardige oliën en vetten.
De GN-codes verwijzen naar de Verordening van de EC van 6 augustus 2001.2 Jaarlijks wordt een besluit genomen tot bijwerking van de GN-codes voor energieproducten en elektriciteit. Het besluit mag niet leiden tot wijzigingen van de minimumtarieven, noch tot toevoeging of verwijdering van energieproducten en elektriciteit.3
Ad 1 en 8. Voor biobrandstoffen acht de gemeenschapswetgever het wenselijk om ter stimulering van het verbruik daarvan communautaire regels op te stellen waarbinnen de lidstaten verlaagde tarieven kunnen toepassen, eveneens om bij te dragen aan een betere werking van de interne markt op dit gebied en om de lidstaten en de marktdeelnemers een voldoende mate van rechtszekerheid te bieden. Dit is gebeurd bij de Richtlijn biobrandstoffen.
4.5.9.2 Elektriciteit
Ingevolge de Richtlijn energiebelastingen wordt onder elektriciteit verstaan: elektriciteit van de GN-code 2716.4
4.5.9.3 Fictieve energieproducten
De energieproducten waarvoor in de richtlijn geen tarief is vastgesteld en die bestemd zijn voor verbruik, worden aangeboden voor verkoop of worden gebruikt als motor- of verwarmingsbrandstof, worden belast tegen het tarief van de gelijkwaardige motor- of verwarmingsbrandstof, naargelang van het gebruik dat ervan gemaakt wordt.5 Naast deze genoemde belastbare energieproducten wordt tegen het tarief van de gelijkwaardige motorbrandstof belast (1) elk product dat bestemd is voor gebruik, wordt aangeboden voor verkoop of wordt gebruikt als motorbrandstof of als additief of vulstof in motorbrandstoffen; en (2) elke andere koolwaterstof, turf uitgezonderd, die bestemd is voor gebruik, wordt aangeboden voor verkoop of wordt gebruikt als verwarmingsbrandstof.6
Deze gelijkwaardige producten worden fictieve energieproducten genoemd en bevestigen de juridische neutraliteit van de heffing van de EB. Fictieve energieproducten zijn goederen die niet zijn gedefinieerd in de Richtlijn energiebelastingen en waarvoor dientengevolge geen tarief is vastgesteld, maar wel een gelijke bestemming kunnen hebben en kunnen worden verbruikt als substituut voor energieproducten die wel in de Richtlijn energiebelastingen zijn gedefinieerd en waarvoor wél een tarief is vastgesteld.
Indien fictieve energieproducten, ongeacht samenstelling, wat gebruik en bestemming betreft overeenkomen met één van de wél in de richtlijn genoemde energieproducten en bestemd zijn voor verbruik, worden aangeboden voor verkoop of worden verbruikt als verwarmings- of motorbrandstof of als additief of vulstof in motorbrandstoffen, is sprake van belaste energieproducten. Het aldus belasten van fictieve energieproducten als echte energieproducten doet overigens af niets aan de toepassing van de Accijnsrichtlijn of de Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken, wanneer het betreffende goed ethylalcohol is volgens de definitie van die richtlijn.7
4.5.9.4 Energieproducten buiten richtlijnregime
De Richtlijn energiebelastingen is niet van toepassing op warmte, brandhout (GN-code 4401), houtskool (GN-code 4402)8, op energieproducten verbruikt voor andere doeleinden dan als motor- of verwarmingsbrandstof9, zoals smeeroliën (GN-code 2710), en niet op duaal gebruik van energieproducten.10 Kennelijk is het de bedoeling van de gemeenschapswetgever geweest om met de heffing van minerale oliën die voor andere doeleinden dan als brandstof worden gebruikt en die tot 1 januari 2004 door middel van een voor alle lidstaten eenduidige, verplichte vrijstelling was geharmoniseerd, een stap terug te zetten op weg naar de voltooiing van de interne markt door die energieproducten vanaf 1 januari 2004 uit te sluiten van de accijnsharmonisatie, waardoor de mogelijkheden tot nationale accijnsheffing zijn toegenomen en de interne neutraliteit van de interne markt navenant afgenomen. De lidstaten kunnen weer zelf beslissen hoe zij omgaan met het verbruik van deze uitgesloten energieproducten. Een nationale accijns van smeeroliën is nu bijvoorbeeld toegestaan11, in tegenstelling tot onder het tot 2004 geldende regime van de Structuurrichtlijn minerale oliën waarbinnen smeermiddelen communautair verplicht waren vrijgesteld, zodat een nationale accijns van smeeroliën op basis van de Braathens-regel ook niet mogelijk was.12
Een energieproduct wordt duaal gebruikt wanneer het zowel als verwarmingsbrandstof als voor andere doeleinden dan als motor- of verwarmingsbrandstof wordt gebruikt. Het gebruik van energieproducten voor chemische reductie of elektrolytische en metallurgische procedés, wordt als duaal gebruik beschouwd.13 Het gebruik van zware stookolie voor bijvoorbeeld de productie van aluminiumoxide valt hieronder.
Kolen en aardgas die worden verbruikt anders dan als brandstof dan wel aardgas dat wordt gebruikt als additief of als vulstof in producten die direct of indirect zijn bestemd voor verbruik, worden aangeboden voor verkoop of worden verbruikt als aardgas zijn niet belast.14 Aardgas voor de verhitting van kooldioxide ten behoeve van de productie van oxo-alcoholen is verbruik van aardgas als brandstof en niet als grondstof.15
Elektriciteitsverbruik ten behoeve van chemische reductie en van elektrolytische en metallurgische procedés valt eveneens buiten het bereik van de richtlijn. Hetzelfde geldt voor elektriciteit die meer dan 50% van de kosten van een product veroorzaakt.
De lidstaten kunnen daarom zelf beslissen hoe zij omgaan met dit verbruik. Onder het begrip productkosten wordt verstaan: de som van de totale aankoop van goederen en diensten, de personeelslasten en de afschrijving van kapitaalgoederen, berekend op basis van het gemiddelde per eenheid. Onder het begrip elektriciteitskosten wordt verstaan: de feitelijke aankoopwaarde van de elektriciteit of de voortbrengingskosten van de elektriciteit, ingeval de elektriciteit in het bedrijf wordt gegenereerd.16
Voorts is de Richtlijn energiebelastingen niet van toepassing op mineralogische procedés.17 Wel staan deze onder toezicht van de fiscale autoriteiten van de lidstaten.18