Accijnzen
Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/2.1.1:2.1.1 Inleiding
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/2.1.1
2.1.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS298046:1
- Vakgebied(en)
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
I.J.A. Gogel, Memoriën en correspondentiën betrekkelijk den Staat van 's Rijks Geldmiddelen in den jare1820, Amsterdam: 1844, p. 61.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
‘Het wordt dan ook een ware kunst om bij de accijnsen ambtenaar te zijn.’1
I.J.A. Gogel, Oud-minister van Financiën,
1820
Zoals in het inleidende hoofdstuk 1 is aangegeven volgt in dit hoofdstuk het onderzoek naar de kenmerken en typerende eigenschappen van de accijnzen. Daarbij is het onvermijdelijk dat daarbij, vooruitlopend op het onderzoek in hoofdstuk 3, al rechtsgronden aan de orde komen. Wat onder rechtsgronden moet worden verstaan is in het inleidende hoofdstuk 1 gedefinieerd. Op basis van de bevindingen in dit hoofdstuk definiëren wij aan het einde daarvan wat een accijns is.