Accijnzen
Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/6.1.1:6.1.1 Rechtsgronden van accijnzen
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/6.1.1
6.1.1 Rechtsgronden van accijnzen
Documentgegevens:
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS305325:1
- Vakgebied(en)
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
J.R. McCulloch, A treatise on the principles and practical influence of taxation and the funding system, London: 1852, p. 153.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
‘Whoe’er expects a faultless tax to see Experts what neither is, nor was, nor è’er shall be’1
J.R. McCulloch,
1852
Rechtsgronden markeren de legitimiteit en de bestaansreden van een belastingregeling.
Zij geven simpel antwoord op de vraag waarom de belastingregeling is ingesteld, bestaat of voortbestaat. De rechtsgronden zijn echter niet alleen gerelateerd aan het bestaan van een accijns, maar ook aan tariefsverhogingen, aan het uitblijven van een tariefsverhoging, aan de indexering van tarieven, aan een tariefsverlaging dan wel aan de afschaffing ervan. De besluitvorming van de wetgever in de actuele politieke machtsverhoudingen vormt de legitimatie voor het geschieden van recht. Onder het begrip rechtsgrond wordt verstaan: het aan een belastingmaatregel door de wetgever ten grondslag gelegde motief waarvan de essentie door die wetgever voor die maatregel gerechtvaardigd wordt geacht.
De rechtsgronden van de accijnzen zijn divers. In de eerste plaats genereren de accijnzen substantiële opbrengsten van zorgvuldig op opbrengstgenererend vermogen geselecteerde heffingsobjecten ten behoeve van de Staat, dat wil zeggen financiële middelen voor de samenleving. Door middel van de accijnzen levert een ieder, ook de passerende niet-ingezetene, zijn bijdrage, hoe gering ook, aan de samenleving. De accijnzen zijn historisch bewezen solide, stabiele en doelmatige belastingen met draagvlak en lage perceptiekosten. Daartoe dragen bij de onmerkbaarheid van de heffing en de snel optredende gewenning aan prijsverhogingen. Accijnzen worden als onzichtbaar bestanddeel van de prijzen van de met accijns belaste goederen vrijwel onmerkbaar geheven. Er is, behalve bij de vliegbelasting, geen verplichting om de accijns op de factuur te plaatsen. Het geringe aantal belastingplichtigen in combinatie met gebruikmaking van het fenomeen afwenteling van de accijns via de prijs van het belaste accijnsgoed op de uiteindelijke verbruiker houdt de uitvoeringslasten laag.
Blijkens de redactie van de Accijnsrichtlijn maakt de Europese wetgever het autonome afwentelingsproces overeenkomstig de nationale accijnswetgevingen in de Europese wetgeving mogelijk, althans belemmert deze niet. Ook de Europese wetgever heeft het uitgangspunt dat de accijnzen in prijzen worden verdisconteerd en op afnemers worden afgewenteld. De daadwerkelijke afwenteling is afhankelijk van verschillende factoren in het handelsverkeer. De afgewentelde accijnzen dragen bij aan een evenredige en billijke spreiding van de belastingdruk.
Een accijns is een objectieve en zakelijke belasting die zonder aanzien van het inkomen van de persoon die hem te dragen krijgt, een last legt op aangewezen specifieke goederen en diensten. Accijnzen zijn generieke krachtige instrumenten om te kunnen bereiken of bevorderen wat langs andere weg slechts bereikt zou kunnen worden ten koste van meer opoffering van vrijheid, tijd en moeite. Zij zijn ook het instrument waarmee in tijden van nood tot het uiterste in belastingheffing kan worden gegaan om de uitgaven voor het behoud van de Staat te dekken.
Als gedragsbeïnvloedende heffingen zijn zij gericht op specifieke doelgroepen. De accijnzen worden als macro-economische prijsinstrumenten ingezet voor loon- prijs-, monetaire, energie- en ecologische politiek, duurzame ontwikkeling, volksgezondheid en een gezond leefmilieu (economisch en ecologisch instrumentalisme), omdat zij maatschappelijke kosten (externe kosten) internaliseren in prijzen van goederen en diensten en als prijselement bestedingensturend en dus corrigerend werken; zij dempen deflatie en inflatie, beperken mobiliteit, geluidshinder, luchtvervuiling, groei autopark, groei wegverkeer, verkeersonveiligheid, wegverkeercongestie, bevorderen schone auto's en motoren, zuinig en selectief rijden, energiezuinigheid, spaarzaamheid met zoet water en ontmoedigen drankgebruik en roken. Hiermee hebben de communautaire accijnzen een dubbelratio: de budgettaire ratio en een gedragsbeïnvloedende ratio. De bedoeling is dus accijnsheffing te vermijden waardoor bestedingen aan goederen en diensten die zijn geprijsd met een accijnsbestanddeel grotendeels vrijwillige bestedingen zijn, en in zoverre niet bijdragen tot verhoging van de belastingdruk. Het accijnsregime heeft als uitgangspunt productieve bestedingen buiten de heffing te laten en treft productieve bestedingen uitsluitend in het belang van duurzame ontwikkeling, energiebesparing en volksgezondheid. De energiebelasting, waarmee energiezuinigheid wordt afgedwongen, is een uitdrukkelijk financieringsinstrument voor de verlaging van de lasten op arbeid en ondernemen.
De reële druk ter handhaving van de werkingskracht is gemakkelijk te realiseren door middel van indexatie of anderszins periodieke bijstelling van de tarieven. In de praktijk komt het op peil houden van de reële druk ter handhaving van de werkingskracht van de communautaire accijnzen niet uit de verf. De tarieven van de alcoholaccijnzen zijn sedert 1993 nimmer aangepast en zijn intussen door prijsinflatie ruim 25% in kracht gedaald. De tarieven van de tabaksaccijnzen zijn sedert 1995 niet meer aangepast.
De eveneens uit 1993 daterende tarieven van de accijnzen van minerale oliën zijn aangepast ter gelegenheid van de introductie van de Richtlijn energiebelastingen in 2004. Blijkens de redactie van de Accijnsrichtlijn worden de communautaire accijnzen als bestanddeel van de prijs en als instrument om maatschappelijke kosten te internaliseren in prijzen van goederen ongemerkt met de minste pijn en maximale realisatie geheven en vormen zij vrijwillige betalingen en zijn zij vermijdbaar.
Bij gelijke tarieven en uitvoeringsregels voor soortgelijke goederen en diensten ongeacht herkomst is de goede werking van de binnenlandse markt voor accijnsgoederen en diensten en de toegang daartoe gewaarborgd (beginsel van de interne neutraliteit).
Het extern neutraal werkende fiscaal discriminatieverbod en het staatssteunregime voorkomen dat de communautaire accijnzen dienen tot bescherming van bepaalde bedrijven. Op basis van het veroorzakingsbeginsel, het preventiebeginsel en het compensatiebeginsel kunnen de accijnzen er voor zorgen dat er evenredigheid bestaat tussen de kosten die bepaald gedrag oproepen en op wie de kosten worden afgewenteld.