Inhoudsopgave
Module Inkomensafhankelijke regelingen 121:Wanneer bestaat recht op kindgebonden budget?
Module Inkomensafhankelijke regelingen 121
Wanneer bestaat recht op kindgebonden budget?
Documentgegevens:
Actueel t/m 11-01-2019
- Actueel t/m
11-01-2019
- Vakgebied(en)
Jeugdbeleid (V)
- Wetingang
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer bestaat recht op kindgebonden budget?
Kindgebonden budget wordt alleen verstrekt aan mensen die voldoen aan bepaalde voorwaarden. Welke voorwaarden zijn dat?
Om kindgebonden budget te krijgen, moet men volgens de Wet op het kindgebonden budget aan de volgende voorwaarden voldoen:
De aanvrager heeft 1 of meer kinderen die jonger zijn dan 18 jaar. Het maakt voor het kindgebonden budget niet uit of het kind een eigen kind is, een stiefkind, pleeg- of adoptiekind. Om kindgebonden budget te krijgen, hoeft het kind niet bij de aanvrager te wonen.
De aanvrager of de andere ouder krijgt kinderbijslag. Als het kind 16 of 17 jaar is en de aanvrager of de andere ouder krijgt geen kinderbijslag voor het kind, dan moet de aanvrager van het kind bijdragen in de kosten van levensonderhoud van het kind. Meer informatie vindt u op de website van de Belastingdienst / Toeslagen.
Het gezamenlijke inkomen van de aanvrager en de eventuele partner is niet te hoog. Het hangt van het aantal kinderen af welke inkomensgrens voor de aanvrager geldt.
Het gezamenlijk vermogen van de aanvrager en de eventuele partner mag niet te hoog zijn. Er geldt een vrijstellingsbedrag voor de aanvrager en eventuele toeslagpartner samen.
De aanvrager heeft de Nederlandse nationaliteit of een verblijfsvergunning die recht geeft op toeslagen. Voor de partner geldt dit ook.
In een aantal situaties zijn er aanvullende regels voor het kindgebonden budget. Dit is het geval indien:
de aanvrager co-ouder is;
de aanvrager een samengesteld gezin heeft;
de aanvrager samen met het kind bij zijn of haar ouders woont;
de aanvrager een stiefkind, pleegkind of adoptiekind heeft;
de aanvrager in het buitenland woont;
de aanvrager in Nederland woont, maar werkt in het buitenland.
Bij de berekening van het kindgebonden budget wordt door de Belastingdienst Toeslagen gekeken naar de gezinsbijslagen die de aanvrager (en diens partner) in Nederland én in het buitenland krijgt. Krijgt de aanvrager in beide landen gezinsbijslagen, zoals kinderbijslag, kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag of buitenlandse varianten daarvan? Dan krijgt de aanvrager in totaal per kind nooit meer dan het hoogste bedrag aan gezinsbijslagen waarop de aanvrager recht heeft volgens de regels van Nederland of het buitenland.
Voor meer informatie over deze bijzondere situaties kijk op www.toeslagen.nl
Begin en einde van het kindgebonden budget
Een aanvrager krijgt kindgebonden budget vanaf de maand nadat het 1e kind geboren is, of tot het huishouden is gaan behoren (pleeg- of adoptiekind). Is het kind bijvoorbeeld op 2 april geboren? Dan krijgt de aanvrager vanaf mei kindgebonden budget.
Het kindgebonden budget stopt de maand nadat het jongste kind 18 jaar is geworden. Wordt het jongste kind bijvoorbeeld 18 jaar op 15 september 2019? Dan stopt het kindgebonden budget in oktober 2019.
Soms gelden er aanvullende regels. Voor meer informatie en een proefberekening kunt u terecht bij de Belastingdienst Toeslagen.