TAR 2003/127:Eiser, werkzaam als informatierechercheur in dienst van het Klpd, heeft als nevenactiviteit tolk en/of vertaalwerkzaamheden. Verweerder heeft vastgesteld dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim en eiser toestemming geweigerd voor de nevenactiviteit van tolken/vertalen, voor het geval die werkzaamheden moeten worden verricht in het kader van een justitieel en/of politieel onderzoek, voorzover althans deze onderzoeken een strafrechtelijk karakter hebben. Artikel 66, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie(Barp) bevat een geclausuleerd verbod met betrekking tot nevenwerkzaamheden. De bezwaren van eiser voorzover gericht tegen de vaststelling door verweerder dat sprake is van plichtsverzuim, zijn niet ontvankelijk. Een dergelijke vaststelling is slechts op te vatten als een normaal sturingsmiddel in de interne verhoudingen van een organisatie waarvan de leiding zich ten opzichte van de onder die leiding gestelden kan bedienen en vormt in zoverre geen besluit of andere handeling in de zin van de Awb waarbij het (rechtspositioneel) belang van eiser rechtstreeks betrokken was. (CRvB 9 maart 1995, TAR 1995/124). Verweerder heeft in redelijkheid het gevaar van belangenverstrengeling en schending van de integriteit aanwezig kunnen achten. Hierbij is van belang dat eiser heeft erkend dat het mogelijk is dat hij als tolk wordt geconfronteerd met zaken die te maken hebben met andere werkzaamheden die hij heeft verricht als politiefunctionaris. Volgens vaste jurisprudentie van de CRvB is voldoende dat schade aan de eigen functievervulling mogelijk is, niet nodig is dat wordt vastgesteld dat de functievervulling concrete schade lijdt of zal lijden. (CRvB 12 maart 1998, TAR 1998/80)