Accijnzen
Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/2.29.1:2.29.1 Macro-economische effecten
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/2.29.1
2.29.1 Macro-economische effecten
Documentgegevens:
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS304039:1
- Vakgebied(en)
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1975/76, 14 100 , p. 42.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
‘Gezien de problemen welke zich bij de subsidiëring van bepaalde goederen en diensten voordoen kan overigens worden geconstateerd, dat het moeilijk is voor de overheid op een enigszins bevredigende wijze corrigerend op te treden via een gericht consumptiebeleid dat gebruik maakt van het marktmechanisme. Hetzelfde geldt voor het extra in prijs verhogen – via accijnzen – van consumptiegoederen die bij voorbeeld geacht worden schadelijke gevolgen te hebben voor de gezondheid zoals alcoholische dranken en tabaksartikelen.’1
drs. R.F.M. Lubbers,
Minister van Economische Zaken, 1976
De macro-economische effecten laten zich indelen in positieve en negatieve bestedingseffecten, deze laatste als gevolg van prijs- en inkomenseffecten. Positieve bestedingseffecten ontstaan, doordat accijnsheffing nieuwe investeringen uitlokt en omdat de accijnsopbrengsten zelf via de rijksbegroting tot besteding worden gebracht. Dit kunnen investeringen zijn in meer efficiënte apparatuur, zuiniger motoren of nieuwe energiezuiniger productieprocessen.
Het effect van de EB op de aanwending van energiezuinige goederen is daarvan een goed voorbeeld. Dit leidt tot een vergroting van de benodigde kapitaalgoederenvoorraad per eenheid product. Specifiek voor de bestedingensturende accijns is in dit verband dat een voortdurende stimulans wordt uitgeoefend om te blijven komen tot blijvende besparingen op het verbruik van het belaste product.
De omvang van de positieve bestedingseffecten is behalve van de intensiteit van het duurzaamheidsbeleid, afhankelijk van 1. de vraag of er onbezette productiecapaciteit is, waardoor extra investeringen ten behoeve van duurzame ontwikkeling niet elders tot verminderde investeringen leiden (als gevolg van ontoereikende productiemogelijkheden, 2. van de aanwezigheid van financieringsmogelijkheden, 3. van de mate waarin de kapitaalgoederen binnenslands geproduceerd worden, en 4. van de effecten van de specifieke maatregelen op de betalingsbalans. Het werkgelegenheidseffect van deze bestedingsimpuls is in eerste aanleg vooral afhankelijk van de arbeidsintensiteit van de productie van de nieuwe kapitaalgoederen en van de arbeidsintensiteit van de met de nieuwe kapitaalgoederen uitgeruste productieprocessen.
Het tweede algemeen effect van de bestedingensturende accijns is het optreden van verschuivingen in de productie- en consumptiestructuur als gevolg van het optreden van relatieve prijsveranderingen en de daaraan gekoppelde substitutie-effecten met mogelijke zowel positieve als negatieve bestedingseffecten. De bestedingensturende accijns kan de kostprijs van grond- en hulpstoffen en van overige productiemiddelen doen stijgen welke op hun beurt leiden tot een opwaartse druk op de prijs van eindproducten. Op de wat langere termijn is de omvang van het kosten- en prijseffect van de bestedingensturende accijns niet alleen afhankelijk van de omvang van de maatregel zelf, maar ook van het tempo waarin door technische vernieuwingen kostenbesparingen kunnen worden bereikt. Van de bestedingensturende accijns mag worden aangenomen dat hij een grotere stimulans kan zijn voor het vinden van nieuwe en meer duurzame technieken dan fysieke reguleringen.