TAR 1994/179
De in art. 61, lid 3 (oud), ARAR neergelegde beperking tot het verrichten van nevenwerkzaamheden levert geen strijd op met art. 19, lid 3, Grondwet. Het is voor toepassing van art. 61 ARAR niet nodig dat de eigen functievervulling concrete schade lijdt of zal lijden; voldoende is dat schade door die nevenwerkzaamheden mogelijk is. Art. 61 ARAR ziet zowel op de (goede) vervulling van zijn functie door de ambtenaar als op de goede functionering van de openbare dienst voor zover die in verband staat met de functievervulling. Verbod van nevenwerkzaamheden in v.o.f. MilieuConsult Nederland aan het hoofd Centrale Ingang Milieu-informatie van het RIVM houdt stand.
CRvB 23-06-1994, ECLI:NL:CRVB:1994:ZB5052, m.nt. C. Riezebos
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
23 juni 1994
- Magistraten
Vermeulen
- Zaaknummer
AW 1993/267
- Noot
C. Riezebos
- LJN
ZB5052
- JCDI
JCDI:ADS203194:1
- Vakgebied(en)
Ambtenarenrecht / Aanstelling
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:1994:ZB5052, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 23‑06‑1994
Essentie
De in art. 61, lid 3 (oud), ARAR neergelegde beperking tot het verrichten van nevenwerkzaamheden levert geen strijd op met art. 19, lid 3, Grondwet. Het is voor toepassing van art. 61 ARAR niet nodig dat de eigen functievervulling concrete schade lijdt of zal lijden; voldoende is dat schade door die nevenwerkzaamheden mogelijk is. Art. 61 ARAR ziet zowel op de (goede) vervulling van zijn functie door de ambtenaar als op de goede functionering van de openbare dienst voor zover die in verband staat met de functievervulling. Verbod van nevenwerkzaamheden in v.o.f. MilieuConsult Nederland aan het hoofd Centrale Ingang ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.