Accijnzen
Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/2.34.1:2.34.1 Samenvatting en conclusies
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/2.34.1
2.34.1 Samenvatting en conclusies
Documentgegevens:
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS304041:1
- Vakgebied(en)
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1 Uit het vorenstaande kan de navolgende definitie worden afgeleid:
Een accijns is (1) een bijzondere kostprijsverhogende verbruiksbelasting, die (2) éénmalig in de productieketen (3) zonder onderscheid naar herkomst en (4) als verborgen bestanddeel van de kostprijs vrijwel ongemerkt wordt geheven door de overheid als zodanig, (5) ter zake van bestedingen tot binnenlands verbruik van (6) specifiek aangewezen goederen of diensten, waarvan (7) de lasten via de kostprijs bij voorkeur geheel worden afgewenteld op de uiteindelijke verbruiker, waarvan (8) de opbrengsten substantieel zijn en (9) naar de algemene middelen vloeien, en waarvan (10) bij een voldoende substantieel tarief een gedragsbeïnvloedend en corrigerend effect kan uitgaan.
2 Kenmerkend voor accijnzen is, dat zij zonder onderscheid naar herkomst worden geheven van specifieke, concrete heffingsobjecten (goederen en diensten), naar een specifieke grondslag dan wel naar de waarde (accijnzen ad valorem), waarvan de burger zich het verbruik – ondanks de erop drukkende last – niet spoedig ontzegt.
Doorgaans brengt hun karakter mee dat op een bepaald product steeds hetzelfde bedrag aan belasting drukt, ongeacht de feitelijke verkoopprijs en ongeacht door of aan wie het product wordt geleverd. De verschuldigde accijns wordt via de prijs afgewenteld op de uiteindelijke verbruiker, opdat die uiteindelijk de last draagt. In tegenstelling tot de omzetbelasting, treffen de accijnzen zowel productieve als consumptieve bestedingen. Accijnzen dragen bij aan een rechtvaardige spreiding van de belastingdruk en vormen stabiele belastingbronnen. De heffing ervan verloopt in het algemeen ongemerkt en op vrijwillige basis. De accijns als prijsinstrument kan verbruik doen verminderen en spaarzaamheid doen toenemen. Uit het oogpunt van belastingopbrengst geldt naarmate de prijselasticiteit (prijsgevoeligheid) van een goed of een dienst lager is, dat goed of die dienst geschikter is voor een optimale accijnsopbrengst.
Naarmate de grondslagen breder zijn en dientengevolge de accijnsdruk breder kan worden gespreid, kan het tarief marginaal meer stijgen en kan een hogere meeropbrengst worden behaald.
3 Er zijn formele en materiële accijnzen:
formele accijnzen zijn de accijnzen die voldoen aan de juridische, dat wil zeggen formele definitie van accijnzen. Formele accijnzen zijn belastingen die in de heffingswet waarbij zij zijn geregeld uitdrukkelijk als accijns worden geduid;
materiële accijnzen zijn de accijnzen die in werkelijkheid accijnzen zijn, dat wil zeggen de kenmerken ervan bezitten.
Ad a. De Wa duidt de accijnzen van alcoholhoudende producten, van minerale oliën en van tabaksproducten als accijns. Deze accijnzen zijn daarmee formele accijnzen.
Ad b. De accijnzen kenmerken zich in materiële, dat wil zeggen in werkelijke zin door alle typische eigenschappen van accijnzen en voldoen daarmee aan de economische, dat wil zeggen materiële definitie van accijnzen, maar worden niet in de heffingswet waarbij zij zijn geregeld als accijns geduid. Tot de materiële accijnzen behoren de zojuist genoemde formele accijnzen, en voorts de BOL, de EB, de GWB, de KB, de Vkb en de Vgb (geregeld in de Wbm), de BPM (geregeld in de Wet BPM), de accijns van alcoholvrije dranken (de frisdrankenaccijns), de pruimtabaksaccijns en de snuiftabaksaccijns (geregeld in de Wet AVD), en de assurantiebelasting (geregeld in de Wet BR).
4 Voorts zijn er communautaire accijnzen en niet-communautaire, dat wil zeggen nationale, niet in gemeenschapsverband geregelde accijnzen. De communautaire accijnzen zijn de accijnzen die in EG-verband zijn geharmoniseerd. Dat zijn de accijnzen van alcohol-, energie- en tabaksproducten, alle geregeld in de Accijnsrichtlijn en haar zes uitvoeringsrichtlijnen. De niet-communautaire accijnzen zijn de accijnzen die niet in EG-verband zijn geharmoniseerd en alleen binnen de afzonderlijke lidstaten autonoom worden geheven. Voor Nederland zijn dat de accijnzen van alcoholvrije dranken (ook wel frisdrankenaccijns genoemd), de belasting van personenauto’s, bestelauto’s en motorrijwielen, de pruimtabaksaccijns, de snuiftabaksaccijns, de assurantiebelasting en de wateraccijnzen (de belastingen op grondwater en leidingwater).
5 Op basis van de gevonden definitie zijn de navolgende bestaande belastingen accijnzen: de alcoholaccijns (de oude gedistilleerdaccijns), de accijns van alcoholvrije dranken (ofwel: de frisdrankenaccijns), de assurantiebelasting, de bieraccijns, de BPM (en haar voorgangers de BVM en de BVP), de energiebelasting (EB) (waaronder de accijnzen van minerale oliën, zoals de benzineaccijns en de dieselaccijns, en hun voorgangers:
de brandhoutaccijns, de steenkolenaccijns, de turfaccijns en de kolenbelasting (KB), de grondwaterbelasting (GWB), de belasting van leidingwater (BOL), de tabaksaccijns (waaronder de pruimtabaksaccijns en de snuiftabaksaccijns), de accijns van tussenproducten, de verpakkingenbelasting (Vkb), de vliegbelasting (Vgb), en de wijnaccijns.
6 Op basis van de gevonden definitie waren de navolgende, intussen niet meer bestaande belastingen accijnzen: de azijnaccijns, de accijns van het geslacht, de beursbelasting, de dagbladaccijns, de accijns van het gemaal, de koffieaccijns, de accijns van sigarettenpapier, de suikeraccijns, de speelkaartenaccijns, de theeaccijns, de uraniumbelasting, de zeepaccijns en de zoutaccijns.