NJ 2025/186
Prejudiciële beslissing op voet art. 392 Rv. Consumentenrecht. Procesrecht. Proceskostenbeding oneerlijk in zin Richtlijn 93/13? Proceskostenveroordeling o.g.v. art. 237 Rv mogelijk na vernietiging oneerlijk proceskostenbeding?; Hoge Raad heeft voornemen prejudiciële vraag te stellen aan Hof van Justitie van Europese Unie.
HR 23-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:820, m.nt. C.M.D.S. Pavillon
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 mei 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/02783
- Conclusie
plv. P-G mr. M.H. Wissink
- Noot
C.M.D.S. Pavillon
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD19268:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Europees verbintenissenrecht
Huurrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1081, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑07‑2025
ECLI:NL:HR:2025:820, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:96, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑01‑2025
- Wetingang
Essentie
Prejudiciële beslissing op voet art. 392 Rv. Consumentenrecht. Procesrecht. Proceskostenbeding oneerlijk in zin Richtlijn 93/13? Proceskostenveroordeling o.g.v. art. 237 Rv mogelijk na vernietiging oneerlijk proceskostenbeding?; Hoge Raad heeft voornemen prejudiciële vraag te stellen aan Hof van Justitie van Europese Unie.
Samenvatting
Het proceskostenbeding houdt in dat, als de huurder tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst, alle gerechtelijke kosten die de verhuurder maakt, voor rekening van de huurder zijn. Zonder het proceskostenbeding zou een huurder die door de rechter (overwegend) in het ongelijk wordt gesteld, op de voet van art. 237 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.