Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.5.2.3
6.5.2.3 Schadevergoedingsvordering is geen nevenrecht
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS590665:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Dezelfde regel geldt ten aanzien van schadevergoedingsvorderingen uit hoofde van wanprestatie. Zie hiervóór nr. 333, 344 en 351.
Zie r.o. 3.3.2, HR 12 november 1999, NJ 2000,222 (Heijmans/Staat), m.nt. ARB. Vgl. T.M., Parl. Gesch. Boek 6, p. 528. Omdat het onrechtmatige handelen plaatsvond na de overdracht van de hoofdvorderingen, is de aanname dat het gaat om een ten tijde van de overgang bestaande schadevergoedingsvordering van de oude schuldeiser voor discussie vatbaar. Vgl. Bloembergen in zijn noot onder het arrest.
Zie HR 25 juni 2004, NJ 2004, 605 (Gemeente Haarlemmerliede en Spaamwoude/Wabron).
In de conclusie van A-G Langemeijer voor het arrest en in de samenvatting van het arrest in de NJ wordt gesproken over de 'cessie' van de bouwvergunning. Dit impliceert ten onrechte dat bouwvergunning vorderingen op naam zouden zijn, hetgeen niet het geval is.
Zie HR 4 maart 2005, NJ 2005, 445 (Esso/Alberts en Bartol), m.nt. CJHB; JA 2005/33, m.nt. M. van Laarhoven; JM 2005/61, m.nt. Bos. Zie over dit arrest o.a. Dammingh 2005 en hierna nr. 494.
Zie Rb. Utrecht 4 juni 2008, NJF 2008, 350.
361. Is de schadevergoedingsvordering uit onrechtmatige daad ontstaan in het vermogen van de oude schuldeiser vóór de overgang van de hoofdvordering, dan gaat de schadevergoedingsvordering niet als nevenrecht van rechtswege met de hoofdvordering op de nieuwe schuldeiser over.1 Ten aanzien van de overgang van vorderingen is deze regel bevestigd in het arrest Heijmans/Staat. De Hoge Raad oordeelt dat de schadevergoedingsvordering uit onrechtmatige daad geen nevenrecht is zoals bedoeld in art. 6:142 BW. 2 In het arrest Gemeente Haarlemmerliede en Spaamwoude/Wabron3 is eenzelfde regel gegeven met betrekking tot de overgang van een bouwvergunning (een publiekrechtelijk vermogensrecht).4 Heeft het onrechtmatig handelen van de gemeente plaatsgevonden vóór de overgang van de bouwvergunning, dan komt de schadevergoedingsvordering toe aan de aanvrager van de bouwvergunning en gaat deze schadevergoedingsvordering noch als een uit de bouwvergunning voortvloeiend recht, noch als een 'nevenrecht' van rechtswege over op de verkrijger van het recht op de bouwvergunning. De schadevergoedingsvordering dient afzonderlijk te worden overgedragen. In het arrest Esso/Alberts en Bartol5 is eenzelfde regel gegeven met betrekking tot de overgang van een (verontreinigd) perceel grond. Ook hier oordeelt de Hoge Raad dat de schadevergoedingsvordering uit onrechtmatige daad die is ontstaan in het vermogen van de vervreemder van het perceel niet van rechtswege als 'nevenrecht' met het desbetreffende goed op de verkrijger overgaat. De schadevergoedingsvordering dient afzonderlijk te worden overgedragen. Hetzelfde geldt ten aanzien van nevenrechten, zoals een hypotheekrecht. Wordt bij de verstrekking van een hypothecaire geldlening een taxatie verricht waarvan de uitkomst betwistbaar is, en wordt bij een latere executie door de cessionaris een aanzienlijke lagere opbrengst gerealiseerd, dan op basis van de taxatie te verwachten viel, en is op een bepaald perceel geen hypotheek gevestigd, dan kan de cessionaris geen schadevergoedingsvorderingen uit onrechtmatige daad instellen jegens de taxateur en de notaris, omdat deze schadevergoedingsvorderingen niet als nevenrechten met de vordering zijn overgegaan.6
362. Voor de stille cessie geldt hetzelfde. De schadevergoedingsvordering uit onrechtmatige daad jegens de schuldenaar die voor de overgang van de hoofdvordering in het vermogen van de stille cedent is ontstaan, gaat niet van rechtswege als nevenrecht op de stille cessionaris over. De schadevergoedingsvordering dient afzonderlijk stil te worden gecedeerd. Gebeurt dit niet, dan blijft de stille cedent als schuldeiser bevoegd tot inning daarvan.