Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/7.2.3
7.2.3 Verificatieverslag een besluit?
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS604575:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover hoofdstuk 5 en hierboven.
Artikel 35 lid 6 Verordening (EU) 389/2013. Denk daarbij aan een latere constatering van het bestuur van de NEa dat de emissiegegevens toch te laag zijn vastgesteld, ondanks dat deze door de verificateur zijn geverifieerd.
HvJ EU 29 april 2015, C-148/14 (Nordzucker), hierboven reeds besproken.
Deze redenering is gebaseerd op de criteria van Neerhof, zie Neerhof 2016, p. 222-224.
Artikel 16.32 en artikel 16.24-16.26 Wm jo artikel 8 lid 1 en artikel 17 lid 5 Besluit 2011/278/EU. Overigens gelden voor deze verificatie (deels) andere eisen op grond van Besluit 2011/278/EU.
Artikel 16.32 en artikel 16.24-16.26 Wm jo artikel 8 lid 1 en artikel 17 lid 5 Besluit 2011/278/EU. Overigens gelden voor deze verificatie (deels) andere eisen op grond van Besluit 2011/278/EU.
Artikel 16.39j lid 2 jo artikel 3sexies en artikel 14 jo artikel 15 Richtlijn ETS jo artikel 50-56 jo artikel 67 lid 2 Verordening (EU) 601/2012 jo Verordening (EU) 600/2012.
Vgl. Neerhof 2016, p. 222.
Zie in dat kader overweging 15 van de considerans van Besluit 2011/278/EU en overweging 17 Verordening (EU) 601/2012. Dit volgt ook uit het feit dat verdere toewijzingsberekeningen plaatsvinden op basis van deze geverifieerde gegevens (zie bijvoorbeeld artikel 10 lid 1 jo artikel 8 lid 1 jo artikel 7 en artikel 17 Besluit 2011/278/EU, alsmede artikel 16.39l jo artikel 16.39j Wm jo artikel 3 sexies Richtlijn ETS en artikel 16.39n jo artikel 16.39p Wm jo artikel 3 septies Richtlijn ETS. Zie over de kosteloze toewijzingen verder: hoofdstuk 4). Vgl. Neerhof 2016, p. 222, op basis waarvan zou kunnen worden geredeneerd dat wel sprake is van de uitoefening van openbaar gezag.
Van belang is nog of de vaststelling van het verificatieverslag een besluit is in de zin van artikel 1: 3 Awb. Daarvan hangt immers af of er bezwaar en beroep kan worden ingesteld tegen een verslag waar de (vliegtuig)exploitant zich niet in kan vinden.
Verificatie van emissieverslagen is op grond van Verordening (EU) 601/2012 en Verordening (EU) 600/2012 verplicht. Het verificatieverslag stelt daarbij de rechtspositie van de (vliegtuig)exploitant eenzijdig vast, in die zin dat wanneer een emissieverslag niet als bevredigend wordt geverifieerd, de exploitanttegoedrekening tijdelijk wordt geblokkeerd totdat de verificatie alsnog plaatsvindt.1 Bovendien heeft de inleverplicht betrekking op de geverifieerde emissies, dit houdt in dat een latere bijstelling naar boven van deze emissies door het bevoegd gezag - het bevoegd gezag is bevoegd achteraf de emissiegegevens van een installatie te wijzigen2 - niet leidt tot de oplegging van de verplichte bestuurlijke boete conform artikel 16 lid 3 Richtlijn ETS.3 De verificatie is verder een exclusieve bevoegdheid van de verificateur. Derhalve zijn er rechtsgevolgen verbonden aan de vaststelling van het verificatieverslag en oefent de verificateur aldus bij de verificatie openbaar gezag uit. Derhalve is de verificateur bij de uitoefening van zijn wettelijk opgedragen taak een bestuursorgaan in de zin van artikel 1: 1 lid 1 onder b Awb en is de vaststelling van het verificatieverslag een besluit in de zin van artikel 1: 3 Awb. Tegen dit besluit staan dus bezwaar en beroep open. 4
Aangezien verificateurs hun openbaar gezag direct ontlenen aan Verordening (EU) 601/2012 en Verordening (EU) 600/2012 is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen op hen niet van toepassing.5
Voor zover het de verificatieactiviteiten ten behoeve van een kosteloze toewijzing betreft, is de verificateur niet met openbaar gezag bekleed krachtens de Rhe. Hoewel voor de kosteloze toewijzing alleen gegevens worden geaccepteerd die door de verificateur als bevredigend zijn geverifieerd, moet het bestuur van de NEa nog beslissen op de toewijzingsaanvraag.6 Dat impliceert mijns inziens dat slechts het besluit van het bestuur van de NEa een besluit is in de zin van artikel 1: 3 Awb want alleen dit besluit is op rechtsgevolg gericht. Daarbij geldt wel dat de beoordelingsruimte van het bestuur van de NEa beperkt is op grond van Besluit 2011/278/EU, in zoverre dat niet geverifieerde gegevens niet bij de toewijzingsaanvraag mogen worden betrokken.7 In het kader van de kosteloze toewijzing aan vliegtuigexploitanten geldt dat geverifieerde tonkilometergegevens moeten worden aangeleverd, 8maar het is echter opnieuw het bestuur van de NEa die het uiteindelijke toewijzingsbesluit neemt. Ook deze verificatie betreft daarom naar mijn mening geen uitoefening van openbaar gezag en levert derhalve geen besluit op in de zin van artikel 1: 3 Awb.9
Hoewel de verificatieverslagen erop zijn gericht te verklaren dat de aangeleverde (tonkilometer)gegevens ten behoeve van de aanvraag voor een kosteloze toewijzing conform de EU regelgeving zijn bepaald, 10wordt hieraan geen zelfstandig rechtsgevolg verbonden. Deze verificatie stelt slechts (feitelijk) vast dat de gegevens in overeenstemming met de (EU-)regelgeving zijn verzameld. Het is vervolgens aan de (vliegtuig)exploitant om nog een aanvraag voor een kosteloze toewijzing bij het bestuur van de NEa in te dienen. Vervolgens is het pas het (negatieve) besluit van het bestuur van de NEa op de aanvraag voor een kosteloze toewijzing dat gevolgen verbindt aan de negatieve verificatie. Met andere woorden: alleen het besluit van het bestuur van de NEa bepaalt de rechtspositie van de (vliegtuig)exploitant.