Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.3.7.3:16.3.7.3 Forumkeuze naar commuun internationaal privaatrecht
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.3.7.3
16.3.7.3 Forumkeuze naar commuun internationaal privaatrecht
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS420511:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Polak 2005, (T&C Rv), art. 7 Rv, aant. 4.
Vgl. Rb. Middelburg 24 juni 1981, S&S 1981, 116 (over art. 250 Oud Rv).
Polak 2005, (T&C Rv), art. 7 Rv, aant. 4.
Laenens, Bevoegdheidsovereenkomsten, p. 111.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 6 sub 3 EEX-V°Nerdrag kan botsen met een forumkeuze naar commuun internationaal privaatrecht. Het geadieerde gerecht van een EG- c.q. verdragsluitende staat zal moeten oordelen over de geldigheid van de forumkeuze en de verhouding tot art. 6 sub 3 EEX-V°Nerdrag, indien de forumkeuze bijv. een gerecht van een niet EG- c.q. verdragsluitende staat aanwijst. Aan de andere kant kan een forumkeuze krachtens art. 23 EEX-V°/17 Verdrag botsen met bijv. art. 7 lid 2 Rv dat de eis in reconventie naar Nederlands commuun internationaal privaatrecht mogelijk maakt. Bij afwezigheid van een woonplaats van de eiser in conventie/verweerder in reconventie in een EGc.q. verdragsluitende staat, botst een forumkeuze krachtens art. 23 EEX-V°/17 Verdrag met de bevoegdheid van art. 7 lid 2 Rv. Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag kan immers van toepassing zijn, indien slechts de verweerder in conventie/eiser in reconventie woonplaats heeft in EG respectievelijk verdragsluitende staat. Ten derde kunnen de regels van commuun internationaal privaatrecht onderling botsen. Art. 7 lid 2 Rv kan bijv. in conflict komen met art. 8 lid 2 Rv. Een forumkeuze tussen partijen die geen woonplaats hebben in een EG- c.q. verdragsluitende staat, kan een niet Nederlands gerecht aanwijzen. Bij gebreke van toepasselijkheid van art. 6 sub 3 EEX-V°Nerdrag en art. 23 EEX-V°/17 Verdrag ontstaat een botsing in het commune internationaal privaatrecht.
In deze drie situaties heeft de forumkeuze steeds voorrang. Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag heeft voorrang op art. 7 lid 2 Rv, omdat de bevoegdheid krachtens EEX-V°/ Verdrag voorrang heeft boven een regel van commuun internationaal privaatrecht. Omgekeerd heeft een forumkeuze naar commuun internationaal privaatrecht voorrang op het forum van art. 6 sub 3 EEX-V°Nerdrag. En een forumkeuze naar commuun internationaal privaatrecht zal aan de bevoegdheid voor een eis in reconventie naar commuun internationaal privaatrecht in de weg kunnen staan. In deze situaties doorbreekt de forumkeuze de bevoegdheid krachtens art. 6 sub 3 EEX-V°Nerdrag en de overeenkomstige regel in het commune internationaal privaatrecht. Ik zal dat hierna kort toelichten.
Naar Nederlands commuun internationaal privaatrecht is een verweerder in beginsel bevoegd een eis in reconventie in te stellen, indien voldoende samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie bestaat (art. 7 lid 2 Rv). Voor bevoegdheid van het gerecht in reconventie is derhalve vereist dat in conventie rechtsmacht van de Nederlandse rechter bestaat en tussen beide vorderingen een zekere samenhang bestaat.1 De rechtsmacht in conventie en reconventie kan bijv. op één forumkeuze zijn gebaseerd, zodat de samenhang duidelijk is.2 Art. 7 lid 2 Rv wijkt hierdoor af van art. 6 lid 3 EEX-V°Nerdrag, dat vereist dat de vorderingen in conventie en reconventie voortspruiten uit dezelfde overeenkomst of rechtsfeit. Art. 7 lid 2 Rv heeft een ruimere bevoegdheidsregel dan art. 6 sub 3 EEX-V°Nerdrag en volgt daarmee art. 6 sub 2 EEX-V°Nerdrag over tussenkomst, voeging en vrijwaring dat deze voorwaarde eveneens stelt.3 De reden hiervoor is onduidelijk, maar vermoedelijk is de parallel met art. 6 sub 2 EEX-V°Nerdrag gelegen in de gemeenschappelijke toepassing van art. 7 lid 2 Rv op de vordering in reconventie, tot vrijwaring, voeging en tussenkomst.
Ook indien in conventie geen bevoegdheid bestaat, kan de rechter op grond van andere bevoegdheidsregels bevoegdheid in reconventie aannemen. Zo kan de rechter in reconventie zijn bevoegdheid baseren op een stilzwijgende forumkeuze, terwijl deze forumkeuze zich niet uitstrekt tot de vordering in conventie. Ten tweede blijft de rechtsmacht in reconventie bestaan, indien de rechter zich in conventie (ambtshalve) onbevoegd verklaart of de eiser niet ontvankelijk.
Ook in het Nederlands commune internationaal privaatrecht doen zich dezelfde problemen voor als in de vorige paragraaf omschreven. De oplossingen dienen naar mijn mening identiek te zijn onder het Nederlandse commune internationaal privaatrecht. Bij een conflict tussen een eis in reconventie en een forumkeuze prevaleert de laatste, indien de oorspronkelijke vordering is ingesteld bij een gederogeerd gerecht.4
De voorrang van de forumkeuze was voor inwerkingtreding van de WIPR in het Belgische commune internationaal privaatrecht betwist, indien de tegenvordering is ingesteld voor een gederogeerd gerecht. De rechtspraak was echter overwegend voor voorrang van de forumkeuze boven de mogelijkheid van een vordering in reconventie voor de oorspronkelijke rechter.5 Deze lijn lijkt niet te zijn verlaten na inwerkingtreding van art. 8 sub 2 WIPR dat de bevoegdheid schept om een tegenvordering bij de Belgische rechter aanhangig te maken. De tegenvordering dient evenals in art. 6 sub 3 EEX-V°Nerdrag voort te vloeien uit de handeling waarop de vordering in conventie is gegrond.