HR, 28-11-2017, nr. 16/02127 P
ECLI:NL:HR:2017:3025
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28-11-2017
- Zaaknummer
16/02127 P
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2017:3025, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 28‑11‑2017; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1290, Gevolgd
ECLI:NL:PHR:2017:1290, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 10‑10‑2017
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:3025, Gevolgd
- Vindplaatsen
Uitspraak 28‑11‑2017
Inhoudsindicatie
Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 16/02126.
Partij(en)
28 november 2017
Strafkamer
nr. S 16/02127 P
EC/SG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 12 februari 2016, nummer 21/001799-15, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1970.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, in verbinding met art. 511h van het Wetboek van Strafvordering, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 november 2017.
Conclusie 10‑10‑2017
Inhoudsindicatie
Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 16/02126.
Nr. 16/02127 P Zitting: 10 oktober 2017 | Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [betrokkene] |
In deze ontnemingszaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, bij arrest van 12 februari 2016 het bedrag van het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 11.404,31 en aan de betrokkene voor datzelfde bedrag een betalingsverplichting aan de Staat opgelegd.
Deze zaak hangt samen met de zaken tegen de verdachte die onder nr. 16/02125 en 16/02126 bij de Hoge Raad aanhangig zijn. In de samenhangende zaak met nr. 16/02126 zal ik vandaag eveneens concluderen.
Namens de betrokkene is in casu op 24 februari 2016 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 14 oktober 2016 in persoon aan de betrokkene betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG