Einde inhoudsopgave
Omgevingsregeling - Toelichting
11.3.2.2 Geluid
Geldend
Geldend vanaf 22-11-2019
- Bronpublicatie:
21-11-2019, Stcrt. 2019, 56288 (uitgifte: 22-11-2019, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
22-11-2019
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
21-11-2019, Stcrt. 2019, 56288 (uitgifte: 22-11-2019, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Ministerie van Defensie
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Algemeen
Omgevingsrecht / Algemeen
In paragraaf 8.2.3.2 van deze regeling staan meet- en rekenregels voor het bepalen van geluid van activiteiten. Deze meet- en rekenregels zijn nodig als de gemeente, ter uitvoering van de instructieregels uit paragraaf 5.1.4.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, in het omgevingsplan waarden wil vaststellen voor het toelaatbare geluid op geluidgevoelige gebouwen en in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen. Deze waarden zijn relevant bij het toelaten van geluidveroorzakende activiteiten in de buurt van geluidgevoelige gebouwen en locaties en als de gemeente geluidgevoelige gebouwen of locaties wil toelaten in de buurt van een geluidveroorzakende activiteit.
Door het voorschrijven van deze meet- en rekenregels wordt voor de activiteiten, anders dan voor enkele specifieke activiteiten waarvoor deze paragraaf eveneens meet- en rekenregels bevat (zie hierna), in alle gevallen de waarde voor geluid op dezelfde manier gemeten en berekend. Regels over meten en rekenen van geluid van industrieterreinen en van wegen en spoorwegen worden opgenomen in de Aanvullingsregeling geluid.
Paragraaf 5.1.4.2.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt voor enkele specifieke geluid veroorzakende activiteiten, specifieke instructieregels. Deze instructieregels bepalen dat het omgevingsplan specifieke waarden kan bevatten voor het geluid door windturbines, door militaire buitenschietbanen en springterreinen en andere buitenschietbanen. De standaardwaarden voor deze activiteiten hebben een specifieke dosismaat, zodat hiervoor in de regeling ook specifieke rekenregels zijn opgenomen.
Als de gemeente in een omgevingsplan (op grond van artikel 5.66 van het Besluit kwaliteit leefomgeving) een hogere waarde toelaat dan de standaardwaarde, dan gelden grenswaarden voor geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen; dat is het binnenniveau. Om het binnenniveau te kunnen bepalen, worden in de regeling NEN 5077 en NEN-EN-ISO 12354-3 voorgeschreven.
De meet- en rekenregels in paragraaf 8.2 zijn hetzelfde als de meet- en rekenregels die in hoofdstuk 6 worden toegevoegd met de Invoeringsregeling Omgevingswet. Deze regels gelden voor degene die een activiteit verricht en moet toetsen of hij aan de waarden uit het omgevingsplan voldoet. Hiermee wordt de uniformiteit voor het bepalen van het toelaatbare geluid van verschillende activiteiten, op verschillende momenten (zoals bij het opstellen van het omgevingsplan en bij het toelaten van activiteiten) en door verschillende partijen, gewaarborgd.
Door het voorschrijven van deze meet- en rekenregels wordt voor alle activiteiten (anders dan voor enkele specifieke activiteiten waarvoor deze paragraaf eveneens meet- en rekenregels bevat, zie hierna), in alle gevallen de waarde voor geluid op dezelfde manier gemeten en berekend.
Handleiding meten en rekenen industrielawaai
Voor het bepalen van de geluidbelasting door activiteiten — anders dan door de specifieke activiteiten — zijn de in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai opgenomen rekenregels voorgeschreven. Dit komt overeen met de praktijk van voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. De Handleiding meten en rekenen industrielawaai was onder de voorheen geldende wetgeving voor een aantal gevallen voorgeschreven en werd ook toegepast als deze niet expliciet was voorgeschreven.
In de Handleiding meten en rekenen industrielawaai wordt het begrip inrichting uit de voorheen geldende Wet milieubeheer en Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gebruikt. Bij het toepassen van deze Handleiding onder de Omgevingswet moet hiervoor in de plaats worden gelezen: een activiteit als bedoeld in artikel 5.55 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Bij het toepassen van methode I of II gelden de definities en de omschrijving van de symbolen van bijlage 1 van module D bij de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de representatieve bedrijfssituatie op eenzelfde manier wordt toegepast als onder de voorheen geldende regelgeving. Een gemeente kan in een omgevingsplan opnemen hoe zij omgaat met incidentele en regelmatige afwijkingen van de representatieve bedrijfssituatie. Volgens artikel 5.71 van het Besluit kwaliteit leefomgeving kan de gemeente ook andere regels stellen dan waarden (bijvoorbeeld een tijdsbeperking) bij afwijkingen van de representatieve bedrijfssituatie.
In paragraaf 8.2.3.2 van de regeling is bepaald dat voor het meten van de geluidemissie bij binnenschietbanen specifieke meetregels gelden. Dit is het Meetvoorschrift binnenschietbanen, dat in bijlage XXIV bij de regeling is opgenomen. De inhoud hiervan komt overeen met bijlage 7 bij de Activiteitenregeling milieubeheer die tot voor inwerkingtreding van de Omgevingswet gold. Alleen de regelgevende onderdelen van deze bijlage 7 bij de Activiteitenregeling milieubeheer zijn opgenomen en de bijlage is in overeenstemming gebracht met de terminologie van het nieuwe stelsel. Voor het berekenen van de geluidimmissie wordt de Handleiding meten en rekenen industrielawaai gebruikt, net als bij de andere activiteiten waarvoor het artikel geldt.
De rekenregels die in methode I en II zijn beschreven kunnen ‘met de hand’ worden uitgevoerd, maar het met de hand uitvoeren van de methoden zou het toepassen van de rekenmethoden voor handhavingsdoeleinden of het opstellen van omgevingsplannen echter bijzonder arbeidsintensief maken. Daarom zijn deze rekenregels al van oudsher verwerkt in softwaremodellen. Dit maakt dat bij het gebruik maken van deze softwaremodellen, de onderzoekslasten in belangrijke mate worden bepaald door het verzamelen van de invoergegevens voor de berekeningen.
Meet- en rekenregels voor specifieke activiteiten
Voor de geluidbelasting door windturbines zijn de methoden uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai niet geschikt. Daarom is voor windturbines en windparken een specifieke rekenregel voorgeschreven die is opgenomen in bijlage XXV bij deze regeling. De inhoud hiervan komt overeen met bijlage 4 bij de Activiteitenregeling milieubeheer die tot voor inwerkingtreding van de Omgevingswet gold. Wel zijn alleen de regelgevende delen van de bijlage 4 bij de Activiteitenregeling milieubeheer opgenomen en niet de toelichtende delen. De toelichtende delen staan in de artikelsgewijze toelichting bij de bijlage. Verder is de bijlage in overeenstemming gebracht met de terminologie van het nieuwe stelsel.
Voor de geluidbelasting door schoten en springstoffen op civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen, militaire springterreinen of combinaties daarvan geldt een eigen beoordelingsgrootheid: de Bs,dan. Voor het berekenen van de geluidbelasting door deze activiteiten zijn aparte rekenregels voorgeschreven die als bijlage1. bij de Omgevingsregeling zal worden opgenomen via de Invoeringsregeling Omgevingswet.
Voetnoten
Deze bijlage komt in de Invoeringsregeling Omgevingswet, de bijlage zal inhoudelijk zoveel mogelijk overeenkomen met bijlage 9 van de Activiteitenregeling milieubeheer.