Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/2.4.2.7
2.4.2.7 Evaluatie Wta
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS300545:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
AFM Wetgevingsbrief 2014 d.d. 10 juli 2014, kenmerk MeLe-1406 1976.
de samenvatting van conclusies en aanbevelingen is deels geparafraseerd en deels geciteerd uit het rapport ‘bouwen aan vertrouwen. evaluatie van de wet toezicht accountantsorganisaties (‘wta’), p. vii tot en met xi (eijkelenboom/hijink (2014)). vanwege de leesbaarheid is echter niet steeds cursief weergegeven wanneer een zinsdeel letterlijk is geciteerd. zinsdelen zijn vooral geciteerd om zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke onderzoeksresultaten te blijven.
Eijkelenboom/Hijink (2014), p. 53.
Eijkelenboom/Hijink (2014), p. 71.
Zie hoofdstuk 1.4.2.1 voor een uitwerking van deze definitie.
Zie hoofdstuk 2.4.2.3 voor een uitwerking van deze definitie.
Brief van de minister van Financiën aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal d.d. 25 september 2014, kenmerk: FM 2014/1443 M.
Er was een tweetal evaluatieverplichtingen opgenomen in de Wta. Artikel 45 Wta bepaalde dat de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de AFM in het kader van de Wta geëvalueerd moet worden. Voorts stelde artikel 79 Wta dat de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk binnen vijf jaar na inwerkingtreding dienen te worden geëvalueerd. De oorspronkelijk in 2015 geplande evaluatie is reeds in 2014 uitgevoerd, zodat de resultaten hiervan konden worden betrokken in het wetgevingstraject voor de implementatie van de Europese wet- en regelgeving.1
De evaluatie is uitgevoerd door een team van juristen en economen, verbonden aan de Erasmus School of Law, onder leiding van prof. mr. J.B.S. Hijink. De resultaten zijn gepubliceerd in het rapport ‘Bouwen aan vertrouwen. Evaluatie van de Wet toezicht accountantsorganisaties (‘Wta’)’ van september 2014. De evaluatie van de wet bestond uit twee pijlers: (i) de doeltreffendheid en effectiviteit van de Wta (evaluatie op basis van artikel 79 Wta), en (ii) de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de AFM op basis van de Wta (evaluatie op basis van artikel 45 Wta). Tot slot is er een rechtsvergelijkend onderzoek gedaan naar de Wta.
Samenvatting conclusies en aanbevelingen van het onderzoek naar (i) de doeltreffendheid en effectiviteit van de wta2
De invoering van de Wta is door stakeholders over het algemeen als positief ervaren. De belangrijkste positieve effecten van de invoering van de Wta zijn het verbeterde toezicht op accountantsorganisaties, het verbeterde stelsel van kwaliteitsbeheersing en een verbeterde professioneel kritische instelling van accountants.3 Het vertrouwen in verschillende aspecten van de accountancy (in de accountantsberoepsgroep als geheel; in accountantsorganisaties; in de accountant en in de accountantsverklaring) is gemiddeld genomen neutraal tot positief.4 De in de Wta opgenomen mogelijkheid dat de NBA Wta-normen met beroepsregelgeving nader invult, wordt positief ontvangen alsmede de kwaliteit hiervan. Er lijkt ook voldoende draagvlak voor de beroepreglementering te zijn onder accountants.
Inhoud van de wet
Ten aanzien van de inhoud van de wet worden geen wijzigingen van de Wta aanbevolen. Zo is de reikwijdte van de definities van wettelijke controle5 en OOB6 (artikel 1 Wta) adequaat. De definitie van OOB is voorts in lijn met de (toekomstige) Europese regelgeving. Een eventuele uitbreiding van de definities naar bijvoorbeeld zorginstellingen en non-profit instellingen dient eerst nader te worden onderzocht en ter consultatie aan marktpartijen te worden voorgelegd. Aanbevolen wordt wel de onduidelijkheid over de precieze reikwijdte van de definitie van OOB als gevolg van de definitie van ‘gereglementeerde markt’ in de Wft weg te nemen.
Opname in de Wta van (i) aanvullende bepalingen over de governance van accountantsorganisaties en (ii) het verdienmodel bij accountantsorganisaties wordt eveneens niet nodig geacht. Ook aanpassing van de regeling voor verlening van de controleopdracht van de jaarrekening en van de verjaringstermijn in het tuchtrecht voor accountants wordt niet nodig geacht.
Samenvatting conclusies en aanbevelingen van het onderzoek naar (ii) de doel- treffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de AFM op basis van de Wta
De stakeholders zijn positief over de invoering van publiek toezicht. In de beleving van de stakeholders zet de AFM haar onderzoeksbevindingen (in de media) stevig aan. De toonzetting van deze berichtgeving wordt als (te) negatief ervaren, waarbij een discrepantie wordt waargenomen tussen de toonzetting van de rapportages en het aantal formele handhavingsmaatregelen (zes) dat de AFM heeft genomen. Ik zal hier in paragraaf 5.9 verder bij stilstaan.
De wijze waarop deze toezichtstrategie thans wordt toegepast, leidt tot een aantal aandachtspunten, waaronder de mate van (i) inzichtelijkheid en (ii) controleerbaarheid van (de uitkomsten van toepassing van) deze strategie. Met betrekking tot de inzichtelijkheid speelt een rol dat de door de AFM gekozen toezichtstrategie niet op één duidelijke plaats (vooraf) kenbaar is voor vergunninghoudende accountantsorganisaties en voor buitenstaanders. Met betrekking tot de controleerbaarheid is van belang dat sprake is van informele handhaving. Ik zal de problematiek van de informatieverschaffing en informele handhaving uitwerken in paragraaf 5.9.
Maatregelen naar aanleiding van rapport
Naar aanleiding van het rapport heeft de minister van Financiën7 het voornemen uitgesproken om onderzoek te doen naar een uitbreiding van de reikwijdte van de definitie van OOB’s met organisaties en instellingen met een bepaalde omvang die (deels) met publiek geld worden gefinancierd (zoals grote zorg- en onderwijsinstellingen en woningcorporaties, zie paragraaf 5.9 voor de actuele stand van zaken met betrekking tot dit voornemen). Verder is de minister voornemens een verlenging van de verjaringstermijn van de Wet tuchtrechtspraak accountants op te nemen. Dit voornemen is opgenomen in de Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties.8