RBP 2025/45
Bevoegdheid rechter. Moet medewerking aan het vestigen van verzorgingsvruchtgebruik worden verzocht of gevorderd?
HR 04-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:511
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 april 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/03451
- JCDI
JCDI:BSD15803:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Overige rechtsmiddelen
Erfrecht / Erfopvolging bij versterf
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:511, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1129, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
- Wetingang
Essentie
Erfrecht. Wisselbepaling. Cassatie in het belang der wet.
Moet medewerking aan het vestigen van verzorgingsvruchtgebruik worden verzocht of gevorderd? En moet dat dan bij de kantonrechter of de handelsrechter?
Samenvatting
Tussen de echtgenote en de erfgenaam van de overledene bestaat onenigheid over de vraag of de echtgenote aanspraak heeft op vestiging van vruchtgebruik op de echtelijke woning met inboedel en op andere goederen van de nalatenschap. De echtgenote heeft de erfgenaam voor de kantonrechter gedagvaard en op de voet van art. 4:29 lid 1 en 4:30 lid 1 BW gevorderd dat de erfgenaam ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.