Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/6.3.2:6.3.2 Artikel 6:248, lid 2 BW
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/6.3.2
6.3.2 Artikel 6:248, lid 2 BW
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS301011:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervoor: HR 14 juni 2002, NJ 2003,112, m.nt. J.H. Nieuwenhuis (Bramer). Met toepassing van artikel 6:248, lid 2 BW blijft de gelding van het beding behouden, maar kan er slechts in het voorliggende geval geen beroep op worden gedaan. Aan artikel 6:233 sub a jo. 6:236/6:237 BW wordt door artikel 6:248, lid 2 BW dan ook niet afgedaan.
Vgl. Snijders 2007, p. 89 e.v.; Hijma 2010, p. 74-75 (nr. 44a).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
219.
Een andere optie om te voldoen aan de eisen die het HvJ EU stelt aan de Nederlandse rechter bestaat in het Nederlandse BW in de vorm van de derogerende werking van de redelijkheid en de billijkheid. Hijma beschrijft deze optie als een die “[b]etere papieren heeft”. Met artikel 6:248, lid 2 BW kan het uitgangspunt dat onredelijk bezwarende bedingen in consumentenovereenkomsten vernietigbaar zijn, worden gehandhaafd.1 Contractspartijen zijn verplicht om zich over en weer volgens de maatstaven van de redelijkheid en billijkheid jegens elkander te gedragen. Deze redelijkheid en billijkheid werkt van rechtswege. Zodoende kan de rechter ambtshalve constateren dat het middel van de redelijkheid en de billijkheid de werking van een oneerlijk beding beperkt. Met een richtlijnconforme interpretatie van artikel 6:248, lid 2 BW kan dus tot het resultaat worden gekomen dat de rechter, na geconstateerd te hebben dat een in een consumentenovereenkomst opgenomen beding oneerlijk is, aan het litigieuze beding ambtshalve de werking ontneemt.2