Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020
Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/8.3.3:8.3.3 Hoe is in de jurisprudentie gereageerd op de wetswijzigingen?
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/8.3.3
8.3.3 Hoe is in de jurisprudentie gereageerd op de wetswijzigingen?
Documentgegevens:
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258969:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
CRvB 29 oktober 1991, ECLI:NL:CRVB:1991:ZB2133, RSV 1992/101.
CRvB 9 april 1991, ECLI:NL:CRVB:1991:AK9329, RSV 1991/247.
CRvB 12 mei 1992, ECLI:NL:CRVB:1992:AK9642, RSV 1992/303.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De instrumenten, aanpassing van de duur (hoofdstuk 2/paragraaf 8.2) en aanpassing van de referte-eisen (hoofdstuk 3/ paragraaf 8.3) hangen nauw met elkaar samen. De jurisprudentie met betrekking tot het arbeidsverleden en de berekening daarvan, behandeld in paragraaf 8.2.3, is dus ook op dit instrument van toepassing. De belangrijkste uitspraken waren als volgt. In RSV 1992,1011 is geprotesteerd tegen het systeem dat het arbeidsverleden vanaf de 18-jarige leeftijd begint. In RSV 1991, 2472 werd geklaagd over het discriminatoir karakter van de jareneis voor vrouwen. In RSV 1992, 3033 werd geklaagd tegen het destijds toepasselijke 8-urencriterium voor uitzendkrachten. In al deze uitspraken vingen de klagers bot, omdat de Raad overwoog dat het systeem van de wet duidelijk (en dwingend) is en er geen leemte was om op te vullen. De rechter heeft dus niet veel invloed kunnen en willen uitoefenen op dit instrument.