HR, 01-04-2025, nr. 23/00502
ECLI:NL:HR:2025:458
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
01-04-2025
- Zaaknummer
23/00502
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:458, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑04‑2025; (Cassatie, Artikel 80a RO-zaken)
In cassatie op: ECLI:NL:GHDHA:2023:279
- Vindplaatsen
Uitspraak 01‑04‑2025
Inhoudsindicatie
Voortgezette handeling van poging tot uitlokking van moord (art. 289 jo. 46a Sr) en voorbereidingshandelingen van uitlokking tot moord (art. 289 jo. 46.1 Sr) door in 2020 in ’s-Gravenhage n.a.v. echtscheiding via internet op zoek te gaan naar personen die tegen betaling zijn ex-vrouw om het leven kunnen brengen. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00502
Datum 1 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 februari 2023, nummer 22-000695-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, een schriftuur ingediend.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 2025.