Levering en verpanding van toekomstige goederen
Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/5.4.1:5.4.1 Inleiding
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/5.4.1
5.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS474391:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ook in naburige rechtsstelsels wordt aangenomen dat toekomstige aandelen voorwerp van zekerheid kunnen zijn. Zie Reymann 2005, p. 427; en Münchener Kommentar/Damrau 2013, § 1274, nr. 51 voor de verpanding van toekomstige aandelen in een Duitse GmbH. Naar Engels recht kunnen toekomstige aandelen in zekerheid worden gegeven door middel van een equitable charge. Zie daarover Calnan 2001, p. 40-41; en McCormack 2003.
Zie nr. 190-193. Zie ook Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/375.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
230. Ten aanzien van toekomstige aandelen in kapitaalvennootschappen (naamloze en besloten vennootschappen) geldt evenzeer het uitgangspunt dat zij bij voorbaat kunnen worden geleverd of verpand.1 Beslissend is of de specifieke leverings- of vestigingsformaliteiten voor de desbetreffende soort aandelen bij voorbaat kunnen worden vervuld. In dat verband dient onderscheid gemaakt te worden naargelang de aandelen op naam of aan toonder luiden, en in het geval van aandelen op naam in een naamloze vennootschap tevens naargelang zij al dan niet beursgenoteerd zijn. De levering en verpanding van aandelen aan toonder geschiedt overeenkomstig de formaliteiten voor rechten aan toonder in het algemeen en stuit op geen bijzondere bezwaren.2 De levering en verpanding van aandelen op naam kent specifieke voorschriften in Boek 2 BW die onduidelijkheid laten bestaan over de mogelijkheden om de vereiste formaliteiten bij voorbaat te verrichten. Hier zal men moeten onderscheiden tussen enerzijds aandelen in een besloten vennootschap en niet-beursgenoteerde naamloze vennootschap (§ 5.4.2) en anderzijds aandelen in een beursgenoteerde naamloze vennootschap (§ 5.4.3). Aandelen op naam in een beursgenoteerde naamloze vennootschap waarvoor aandelenbewijzen zijn afgegeven (art. 2:86c lid 3 BW), blijven wegens hun geringe praktische betekenis hierna buiten beschouwing.