Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.3.8.1
16.3.8.1 Forumkeuze ex artikel 23 of 24 EEX-V°/17 of 18 Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS413193:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Meijknecht, Preadvies NVIR 1992, p. 24.
Rapport Jenardffinller, PbEG p. C 189/74.
Art. 5 Derde Toetredingsverdrag.
Zie over de 'voeging' ex art. 6 sub 4: Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-229.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-230-234.
Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 210.
HvJ 14 december 1977, zaak 73/77, Sanders/Van der Putte, Jur. 1977, p. 2383, NJ 1978, 654 en HvJ EG 10 januari 1990, zaak C-115/88, Reichert/Dresdner Bank, Jur. 1990, p.1-27, NJ 1991, 571 en jurisprudentie vermeld in par. 16.5.2.3.
In het EVEX is in art. 6 sub 4 EVEX een bepaling voor de quasi zakelijke vordering geïntroduceerd die het EEX tot dan toe niet kende.1 Ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst die samen kunnen gaan met een zakelijke vordering betreffende een onroerend goed tegen dezelfde verweerder, kan een verweerder ook worden opgeroepen voor de gerechten van de EG- c.q. verdragsluitende staat waar het onroerend goed is gelegen. Het Rapport Jenard/Mbller2 vermeldt als voorbeeld de vordering tot terugbetaling van een hypothecaire geldlening gekoppeld aan de gedwongen verkoop van onroerend goed. Door de wijziging van het EEX ten gevolge van het Derde Toetredingsverdrag3 is deze bepaling ongewijzigd overgenomen in het EEX en daarna in de EEX-V°. Daardoor werd het mogelijk om een persoonlijke vordering tezamen met een zakelijke vordering te berechten. Voor invoering van art. 6 sub 4 Verdrag moest de zakelijke vordering bij het gerecht van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag worden aangebracht, terwijl de bevoegdheid voor de persoonlijke vordering in beginsel werd geregeld door de art. 2 — 6, 23 en 24 EEX-V°/17 — 18 Verdrag. Indien de fora niet samenvielen (bijv. door een forumkeuze), moest over de vorderingen gescheiden worden geprocedeerd. Gelet op de samenhang bestond daardoor een risico op tegenstrijdige uitspraken. Thans kunnen de vorderingen tezamen worden berecht hetgeen een proceseconomisch voordeel is.
Het is de vraag in hoeverre een forumkeuze bij deze 'voeging' 4 op grond van art. 6 sub 4 EEX-V°Nerdrag kan conflicteren met dit laatste forum. Voor de beantwoording hierna moet onderscheid worden gemaakt tussen de zakelijke en de persoonlijke vordering. De bevoegdheid betreffende de zakelijke vordering wordt uitsluitend beheerst door art. 22 sub 1 EEX-V°/16 sub 1 Verdrag. Op grond van art. 23 lid 5 EEX-V°/17 lid 3 Verdrag heeft een forumkeuze in strijd met art. 22 EEX-V°/16 Verdrag geen rechtsgevolg. De forumkeuze voor de zakelijke vordering wordt derhalve terzijde gelaten ten gunste van de rechter van de plaats waar het onroerend goed is gelegen. De persoonlijke verbintenis betreft een 'verbintenis uit overeenkomst' waarvoor in beginsel een forumkeuze mogelijk is. Twee gevallen zijn denkbaar: de forumkeuze wijst mede de rechter van de plaats van het onroerend goed aan of derogeert aan de bevoegdheid van dat gerecht.
In dit eerste geval bestaat geen conflict met het forum van art. 6 sub 4 EEX-V°/ Verdrag.5 Beide vorderingen moeten worden ingeleid bij hetzelfde gerecht. Het gerecht is voor de zakelijke vordering bevoegd krachtens art. 22 EEX-V°/16 Verdrag, zodat ook met het laatste artikel geen conflict bestaat. Slechts in het tweede geval is het de vraag welk forum moet prevaleren voor de persoonlijke vordering: het gekozen forum of het forum van de plaats van het onroerend goed. Het Rapport Jenard/ Mbller bevat geen aanwijzing voor een interpretatie die afwijkt van de hoofdregel voor de verhouding tussen art. 6 EEX-V°Nerdrag en de art. 23/24 EEX-V° c.q. 17/18 Verdrag. Daarom ligt het voor de hand de hoofdregel ook toe te passen voor art. 6 sub 4 EEX-V°Nerdrag: een forumkeuze heeft voorrang.6 Voor deze oplossing pleit dat de partij wil in deze interpretatie wordt gerespecteerd, zoals dat ook gebeurt bij de andere alternatieve fora van art. 6 EEX-V°Nerdrag. Art. 22 lid 1 EEX-V°/16 Verdrag moet bovendien volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie restrictief worden uitgelegd, zodat een uitbreiding van deze bevoegdheidsregel tot de persoonlijke vordering niet voor de hand ligt.7 Een uitdrukkelijke forumkeuze ex art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en een stilzwijgende forumkeuze ex art. 24 EEX-V°/18 Verdrag derogeren daarom aan een forum ex art. 6 sub 4 EEX-V°Nerdrag voor de persoonlijke vordering.
Deze conclusie benadrukt het belang een goed geformuleerde forumkeuze met betrekking tot persoonlijke vorderingen die verband kunnen houden met zakelijke rechten. Het lijkt aangewezen expliciet in de forumkeuze te bepalen dat het gerecht van de plaats waar het onroerend goed is gelegen uitsluitend bevoegd is kennis te nemen van (persoonlijke) vorderingen uit een overeenkomst met betrekking tot het onroerend goed. Een standaard forumkeuze voor de woonplaats van één der partijen is niet raadzaam indien toekomstige geschillen mede over zakelijke rechten kunnen gaan en de ligging van het onroerend goed niet samenvalt met de woonplaats van partijen.