NJ 1951/348
Is beroep op gewetensbezwaar een verweer in den zin van art. 358 lid 3 Sv.?
HR 20-06-1950, ECLI:NL:HR:1950:207, m.nt. Prof. Mr. W.P.J. Pompe
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 juni 1950
- Magistraten
Mrs Fick, Feber, Rombach, Vrij, van Berckel
- Zaaknummer
[20061950/NJ_1951-348]
- Conclusie
Conclusie van den A.-G. Mr Hooykaas.
- Noot
Prof. Mr. W.P.J. Pompe
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS166326:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1950:207, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑06‑1950
- Wetingang
(Sv art. 358.)
Essentie
Is beroep op gewetensbezwaar een verweer in den zin van art. 358 lid 3 Sv.?
Samenvatting
Het verweer van req., dat hij gewetensbezwaren heeft om lid te worden van een ministerieel erkende Provinciale gezondheidsdienst als bedoeld in art. 1 Besluit bestrijding tuberculose onder het rundvee, is naar zijn strekking een verweer als bedoeld in art. 358 derde lid Sv.; mitsdien had de Rechtbank daaromtrent bepaaldelijk een beslissing behoren te geven.
Voorgaande uitspraak
Op het beroep van G. V., van beroep veehouder, wonende te Alphen aan den Rijn, req. van cassatie tegen een vonnis van de Rechtbank te ‘s-Gravenhage ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.