Hof Amsterdam, 24-02-2015, nr. 200.144.018/01 NOT
ECLI:NL:GHAMS:2015:580
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
24-02-2015
- Zaaknummer
200.144.018/01 NOT
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2015:580, Uitspraak, Hof Amsterdam, 24‑02‑2015; (Hoger beroep)
- Wetingang
art. 99 Wet op het notarisambt
Uitspraak 24‑02‑2015
Inhoudsindicatie
Tegen een beslissing van de kamer dat het verzet ongegrond is, staat geen rechtsmiddel open.
Partij(en)
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.144.018/01 NOT
nummer eerste aanleg : SHE/2013/69
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 24 februari 2015
inzake
[naam],
wonend te [plaats],
appellant,
tegen
[naam],
notaris te [plaats],
geïntimeerde.
1. Het geding in hoger beroep
1.1.
Appellant (hierna: klager) heeft op 24 maart 2014 een beroepschrift - met één bijlage - bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort 's-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 17 maart 2014. Bij genoemde beslissing heeft de kamer het verzet van klager tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van 4 december 2013 ongegrond verklaard.
1.2.
Geïntimeerde (hierna: de notaris) heeft op 7 april 2014 een verweerschrift bij het hof ingediend.
1.3.
De zaak is, tezamen met de zaken met zaaknummers 200.144.015/01 NOT en 200.144.017/01 NOT, behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 11 december 2014. De notaris is verschenen en heeft het woord gevoerd. Het door klager gedane verzoek tot aanhouding van de zaak is afgewezen. Klager heeft vervolgens het hof op voorhand een pleitnota doen toekomen en is niet ter zitting verschenen.
2. De stukken van het geding
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
3. Ontvankelijkheid
3.1.
Klager heeft bij brief van 2 juli 2013 bij de kamer een klacht ingediend tegen de notaris. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 4 december 2013 deze klacht als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen. Tegen die beslissing heeft klager tijdig verzet ingesteld bij de kamer. Na onderzoek van de klacht heeft de kamer bij beslissing van 17 maart 2014 het verzet ongegrond verklaard.
3.2.
Artikel 99 lid 13 van de Wet op het notarisambt bepaalt dat geen rechtsmiddel openstaat tegen een beslissing van de kamer tot ongegrondverklaring van het verzet. Dat brengt mee dat klager in zijn hoger beroep niet kan worden ontvangen. Gesteld noch gebleken is dat bij de behandeling van het verzet essentiële vormen niet in acht zijn genomen, op grond waarvan in andere zin zou moeten worden beslist.
3.3.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.
4. De beslissing
Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, J. Blokland en J.W. van Zaane en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2015 door de rolraadsheer.