RAR 2020/110
Uitzendovereenkomst. Kan de uitzendkracht tewerkstelling vorderen bij de opdrachtgever van zijn werkgever op grond van reflexwerking van art. 7:611 BW?
Hof Amsterdam 14-04-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1077
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
14 april 2020
- Magistraten
Mrs. I.A. Haanappel-van der Burg, L.A.J. Dun, G.C. Boot
- Zaaknummer
200.261.192/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS209568:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsmarktbeleid en -bemiddeling
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2020:1077, Uitspraak, Hof Amsterdam, 14‑04‑2020
ECLI:NL:GHAMS:2019:4417, Uitspraak, Hof Amsterdam, 10‑12‑2019
- Wetingang
Art. 6:162, 7:611 BW
Essentie
Uitzendovereenkomst. Wedertewerkstelling. Goed werkgeverschap.
Kan de uitzendkracht tewerkstelling vorderen bij de opdrachtgever van zijn werkgever op grond van reflexwerking van art. 7:611 BW?
Samenvatting
De werknemer is als uitzendkracht in dienst bij ISS en vanaf 2008 permanent tewerkgesteld bij Schiphol Nederland als schoonmaker. Om de werkzaamheden te kunnen verrichten is de werknemer door Schiphol Nederland in het bezit gesteld van een zogenoemde Schipholpas. Op personen die in het bezit worden gesteld van een Schipholpas, zijn de Schipholregels, de Regeling Toelating Schiphol (de RTS) en de Voorwaarden Schipholpas personen van toepassing. Met de Schipholpas wordt toegang ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.