GiEA Aruba, 07-03-2022, nr. AUA202100072
ECLI:NL:OGEAA:2022:281
- Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum
07-03-2022
- Zaaknummer
AUA202100072
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:OGEAA:2022:281, Uitspraak, Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 07‑03‑2022; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
Uitspraak 07‑03‑2022
Inhoudsindicatie
Het gerecht overweegt dat in redelijkheid kan worden afgeleid, dat appellante haar bezwaarschrift op digitale wijze heeft ingediend. Nu de (fictief) afwijzende beslissing niet is gemotiveerd, kan deze niet in stand blijven.
Partij(en)
Uitspraak van 7 maart 2022
Lar nr. AUA202100072
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[Appellante],
verblijvend in Aruba,
APPELLANTE,
voorheen procederend in persoon, thans met gemachtigde de advocaat mr. D.G. Illes,
gericht tegen:
de minister belast met vreemdelingen- en integratiebeleid,
zetelend te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: J. Paula (DIMAS).
PROCESVERLOOP
Bij beschikking van 27 augustus 2020 heeft verweerder het verzoek van appellante om een vergunning tot tijdelijk verblijf in het kader van voortgezet verblijf, afgewezen.
Tegen de beschikking heeft appellante op 9 september 2020 bezwaar gemaakt, door haar bezwaarschrift digitaal in te dienen.
Op 12 januari 2021 heeft appellante beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar.
Verweerder heeft op 14 juni 2021 een verweerschrift ingediend.
Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 17 januari 2022. Appellante is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N.R. Sneek, occuperende voor mr. J. Paula.
De uitspraak is bepaald op heden.
OVERWEGINGEN
Het wettelijk kader
1.1
Ingevolge artikel 9, eerste lid van de Lar, kan degene die door een beschikking rechtstreeks in zijn belang is getroffen, het bestuursorgaan verzoeken de beschikking in heroverweging te nemen, tenzij deze op bezwaar is genomen.
1.2
Ingevolge artikel 23, eerste lid, van de Lar kan degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door een op een bezwaarschrift genomen beslissing als bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, 14, tweede lid, of 20, daartegen beroep instellen bij het Gerecht.
De ontvankelijkheid
2.1
Verweerder heeft aangevoerd dat appellante geen bezwaar heeft gemaakt, omdat uit onderzoek is gebleken dat het bezwaarschrift niet bij de Dimas is ingekomen. Nu geen sprake is van een conform artikel 9 van de Lar ingediend bezwaarschrift, is evenmin sprake van het uitblijven van een beslissing op bezwaar waartegen beroep open staat, aldus verweerder.
3.2
Ter zitting heeft appellante een print-out van 9 september 2020 van een digitaal Dimas bezwaarformulier met de mededeling “Je bericht is verzonden” overgelegd. Het gerecht overweegt dat hieruit in redelijkheid kan worden afgeleid, dat appellante haar bezwaarschrift op digitale wijze heeft ingediend.
4.1
In dit geval is ten tijde van het sluiten van het onderzoek niet gebleken dat verweerder een reële beslissing op het bezwaar van appellante heeft genomen. Verweerder is daartoe wel verplicht. Ingevolge artikel 23, tweede lid, Lar wordt het uitblijven van een beslissing gelijkgesteld met een afwijzende beslissing. Nu deze afwijzende beslissing niet is gemotiveerd, kan deze niet in stand blijven. Het beroep zal gegrond worden verklaard. Verweerder dient binnen drie maanden na deze uitspraak alsnog een reële beslissing op het bezwaarschrift van appellante te nemen.
2.3
Nu appellante met recht in beroep is gekomen en zich ter zitting bij gemachtigde heeft laten vertegenwoordigen, is aannemelijk geworden dat appellant hiertoe noodzakelijke kosten heeft gemaakt. Verweerder zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding, begroot op een bedrag van Afl. 175,- aan gemachtigdesalaris.
BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden fictieve afwijzende beslissing op het bezwaar van appellante;
- bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van appellante;
- veroordeelt verweerder tot betaling van de door appellante voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 175,-;
- gelast dat het door appellante gestorte griffierecht van Afl. 25,- aan haar wordt terugbetaald.
Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 7 maart 2022, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hoger beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hoger beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hoger beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.