Hof Amsterdam, 02-10-2020, nr. 23-000187-19
ECLI:NL:GHAMS:2020:3752
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
02-10-2020
- Zaaknummer
23-000187-19
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2020:3752, Uitspraak, Hof Amsterdam, 02‑10‑2020; (Hoger beroep)
Uitspraak 02‑10‑2020
Inhoudsindicatie
Winkeldiefstal in vereniging. 30 uur taakstraf. Bewijsoverweging medeplegen.
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000187-19
datum uitspraak: 2 oktober 2020
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 januari 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-160529-18 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen) op [geboortedag] 1990,
adres: [adres 1].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 en 18 september 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 13 augustus 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, oordopjes (merk: JBL), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [winkel] (filiaal [adres 2]), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd wegens doelmatigheidsredenen.
Bewijsoverweging
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken, nu zijn medeverdachte de diefstal alleen heeft gepleegd.
Het hof overweegt dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de medeverdachte de wegnemingshandeling heeft verricht, door in de winkel de oordopjes uit de verpakking te halen en onder haar kleding te verstoppen. De verdachte heeft tijdens die manoeuvre vlak naast de medeverdachte op de uitkijk gestaan en heeft, nadat de medeverdachte de oordopjes wegnam, de lege verpakking onder een stelling geschoven en aldus aan het zicht onttrokken. Hieruit blijkt dat zij tijdens de diefstal nauw en bewust hebben samengewerkt. De verdachte heeft zich op die manier schuldig gemaakt aan diefstal in vereniging. Het hof verwerpt het verweer van de raadsman.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 13 augustus 2018 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander oordopjes (merk: JBL), die aan [winkel] (filiaal [adres 2]) toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen.
Strafbaarheid van de verdachte
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.
Oplegging van straf
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur subsidiair 20 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
De raadsman heeft bepleit dat aan de verdachte een geldboete van € 200,00 en een geheel voorwaardelijke taakstraf van 40 uur wordt opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit, dat naast materiële schade ook hinder veroorzaakt voor het gedupeerde winkelbedrijf. Bovendien heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het desbetreffende winkelbedrijf.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 18 augustus 2020 is hij eenmaal eerder ter zake van diefstal onherroepelijk veroordeeld.
Gelet op de recidive van de verdachte acht het hof een onvoorwaardelijke taakstraf passend. Het hof zal, gelet op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, echter een taakstraf van iets kortere duur opleggen dan door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. M.J.A. Plaisier en mr. M. Iedema, in tegenwoordigheid van mr. S. van Gennip, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 oktober 2020.
mr. S. van Gennip is buiten staat dit arrest te ondertekenen.