Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/2.3:2.3 Conservatoir beslag
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/2.3
2.3 Conservatoir beslag
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS574755:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Thans wordt deze syllabus bijgewerkt door de landelijke vergadering van sectorvoorzitters civiel (LOVC). De meest recente versie dateert van mei 2004.
Zie hierover uitgebreid Ynzonides 1994; zie voorts Ten Haaft 2003.
Zie hierover Ynzonides 1994, p. 12-13.
Zie hierover Ten Haaft 2003, p. 75.
Zie voor een overzicht Ten Haaft 2003, p. 75, aan welk overzicht kan worden toegevoegd dat inmiddels ook de rechtbanken te Dordrecht en Maastricht geen mogelijkheid tot grijs of zwart maken meer bieden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De schuldeiser die conservatoir beslag wil leggen, heeft daartoe verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank nodig (art. 700 lid 1 Rv). De procedure voor het verkrijgen van dit verlof is een verzoekschriftprocedure, waarop, naast bijzondere bepalingen in de artikelen 700 e.v. Rv, de algemene bepalingen voor de verzoekschriftprocedure (art. 261 e.v. Rv) van toepassing zijn. De rechter heeft hierbij de nodige vrijheid, met name ten aanzien van de vraag of hij de (aspirant-)beslagene wel of niet oproept teneinde gehoord te worden. De wet maakt het immers mogelijk dat de rechter een verzoek tot het leggen van conservatoir beslag 'aanstonds toewijst' (art. 279 lid 1 Rv).
In de praktijk zijn op het gebied van het conservatoir beslag diverse rechtersregelingen ontwikkeld. Belangrijk is de 'beslagsyllabus' die sinds 1991 door de vergadering van rechtbankpresidenten wordt gehanteerd.1 Deze beslagsyllabus heeft onder meer betrekking op de voorwaarden voor conservatoir beslag en de eisen die gesteld worden aan een beslagrekest, de behandeling van het beslagrekest, de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in art. 700 lid 3 Rv en de mogelijkheden tot verlenging van deze termijn.
Bij de beslagsyllabus behoorde tot voor kort een afzonderlijke bijlage met 'aanbevelingen en beleidsbesluiten' op het gebied van het conservatoir beslag, bestemd voor 'intern gebruik' bij de rechtbanken. Hoewel deze bijlage inmiddels niet meer als zodanig bestaat, verdient hieruit toch vermelding de aanbeveling die daarin was opgenomen inzake de invulling van het begrip 'eis in de hoofdzaak' in art. 700 lid 3 Rv. Onder 'eis in de hoofdzaak' werden onder meer verstaan een arbitrale procedure, een eis in reconventie, een procedure voor een buitenlandse rechter, een vordering in kort geding en een belastingaanslag. Niet als eis in de hoofdzaak gold een aanvraag tot bindend advies.
Een ander belangrijk onderwerp op het gebied van het conservatoir beslag is de oproeping van de beslagene alvorens verlof voor beslaglegging wordt verleend. Zoals eerder opgemerkt kan de rechter op grond van art. 279 lid 1 Rv het verzoek aanstonds toewijzen, zonder de beslagene eerst te horen. In de praktijk bestaan op dit punt al geruime tijd (rechters)regelingen, die wel worden aangeduid als het systeem van 'zwart' dan wel 'grijs' maken van beslagen.2 Kort samengevat houdt dit in dat een schuldenaar die vermoedt dat onder hem conservatoir beslag zal worden gelegd, zich gedurende een bepaalde periode op een 'zwarte', respectievelijk 'grijze' lijst kan laten plaatsen. Wanneer vervolgens inderdaad verlof tot beslaglegging wordt verzocht, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank hetzij (in geval van een zwart gemaakt beslag) de beslagene, c.q. diens advocaat of procureur horen, hetzij (in geval van grijs maken) de beslaglegger horen. De hier beschreven hoofdvormen kennen overigens plaatselijk ook weer verschillende varianten.
In het verleden is door de presidentenvergadering getracht een einde te maken aan deze plaatselijke verschillen.3 Daartoe was in een oudere versie van de genoemde beslagsyllabus een uniform systeem van zwart maken opgenomen, inhoudend dat de beslagene zich gedurende een periode van ten hoogste drie maanden op een zwarte lijst kon laten plaatsen. Indien in deze periode verlof voor beslag werd verzocht kon de voorzieningenrechter de beslagene (en/of de beslaglegger) horen, waarbij de beslagene aan plaatsing op de zwarte lijst overigens niet een harde aanspraak kon ontlenen om te worden gehoord. Desondanks is het in de praktijk nooit tot echte uniformiteit op dit gebied gekomen. De laatste jaren hebben bovendien verschillende rechtbanken de mogelijkheid tot grijs of zwart maken (of andere daarvan bestaande varianten) weer afgeschaft.4 Momenteel bieden nog slechts enkele rechtbanken een mogelijkheid tot grijs of zwart maken van een conservatoir beslag.5 De meest recente versie van de beslagsyllabus laat de regeling van dit onderwerp aan de gerechten over.