De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/7.5:7.5 Tot slot
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/7.5
7.5 Tot slot
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS400754:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 4, paragraaf 42.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het ziet er niet naar uit dat voormelde gewenste nationale en Europese ontwikkelingen op korte termijn in aantocht zijn. De rechtsbescherming van de eindontvanger van de Europese subsidie ligt vooralsnog in handen van met name nationale uitvoeringsorganen en nationale rechters. Zij worden geconfronteerd met Europese verplichtingen en zijn — terecht — huiverig om niet aan deze verplichtingen gehoor te geven. Hoewel de Europese verplichtingen — ook gelet op de bescherming van de financiële belangen van de EU — de volle aandacht verdienen, dreigt daarbij wel het gevaar dat de rechtsbescherming van de eindontvanger van de Europese subsidie uit het oog wordt verloren. Dieptepunt in dat verband is de teleurstellende uitspraak van de ABRvS waarin rechtmatig wordt bevonden dat de Europese subsidie van een eindontvanger wordt ingetrokken en teruggevorderd omdat niet aan de administratieverplichtingen is voldaan, terwijl was komen vast te staan dat het nationaal uitvoeringsorgaan zélf de projectadministratie had verzorgd. Deze Kafkaëske uitkomst wordt geheel ingegeven door de Europese verplichting tot terugvordering. Hoewel deze verplichting wel degelijk bestaat, geldt zij in de verhouding tussen de Europese Commissie en de lidstaat en is zij niet geschreven voor de nationale subsidieverhouding.1 Indien in dat geval slechts waarde wordt gehecht aan de Europese verplichting tot terugvordering, wordt geen recht gedaan aan de omstandigheden van het geval, de redelijkheid en de rechtszekerheid.
Aan nationale rechters moet worden toegegeven dat de door het Hof van Justitie gewezen jurisprudentie — in het bijzonder het EsF-arrest— het erg moeilijk maakt om op de Europese verplichting tot terugvordering uitzonderingen te maken. Er zouden daarvoor eerst prejudiciële vragen moeten worden gesteld. Niet gegarandeerd is dat er een ander, meer genuanceerd antwoord zal komen. Daarom is (ook) het nationaal uitvoeringsorgaan aan zet. In de praktijk is het immers mogelijk gebleken om met de Europese Commissie in onderhandeling te treden en te bewerkstelligen dat Europese subsidies waarmee zich weliswaar onregelmatigheden hebben voorgedaan, maar waarbij is aangetoond dat zij (mede) zijn te wijten aan het nationaal uitvoeringsorgaan,wel aan de EU moeten worden terugbetaald, maar niet behoeven te worden ingetrokken en teruggevorderd van de eindontvangers. Nationale uitvoeringsorganen zouden vaker in dit soort onderhandelingen moeten treden. Zo kan worden bewerkstelligd dat fouten bij de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving niet steeds geheel voor risico van de eindontvangers van de Europese subsidie komen. De uitvoering van de Europese subsidieregelgeving is een complexe aangelegenheid, waarin wetgevers, uitvoeringsinstanties en rechters hun verantwoordelijkheid moeten nemen bij het realiseren van de Europese doelstellingen die door de lidstaten zijn overeengekomen, zonder dat daarbij afbreuk wordt gedaan aan de beginselen van legaliteit en rechtszekerheid.