Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/5.8.2.2
5.8.2.2 Nieuwe 403-vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS583636:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Anders: S.M. Bartman in zijn noot (sub 2) onder HR 28 juni 2002, JOR 2002/136 (Akzo Nobel/ING); en Verdaas 2008a, nr. 418. Bartman spreekt van een 'hernieuwd ontspringen'. Een dergelijke 'actieve schuldvernieuwing' zou ook nadelig zijn voor de oude en de nieuwe schuldeiser als op het moment van overgang de moedermaatschappij zijn 403-verklaring heeft ingetrokken. De nieuwe schuldeiser zou geen nieuwe 403-vordering verkrijgen, terwijl de oude schuldeiser door de overgang van de vordering jegens de dochtermaatschappij zijn 403-vordering zou verliezen. Geen van beide schuldeisers zou een beroep kunnen doen op art. 2:404 BW. Ook voor pandhouders en beslaglegger is deze zienswijze nadelig. De pandhouder zou zijn pandrecht op de vordering van de oude schuldeiser verliezen, maar daarvoor geen nieuw pandrecht op de vordering van de nieuwe schuldeiser verkrijgen.
312. De 403-vordering ontstaat omdat de moedermaatschappij zich aansprakelijk stelt voor de uit rechtshandelingen van de schuldeiser voortvloeiende schulden. De 403-vordering ontstaat op het moment dat de vordering van de schuldeiser jegens de dochtermaatschappij ontstaat, niet op een later moment. Na de overgang van de vordering ontstaat derhalve geen 403-vordering meer bij de nieuwe schuldeiser, net zo min als bij de oude schuldeiser de 403-vordering tenietgaat door de overgang van de vordering jegens de dochtermaatschappij.1 De bescherming uit hoofde van de 403-verklaring komt alleen de contractant toe, niet diens rechtsopvolger, tenzij de 403-vordering afzonderlijk aan de rechtsopvolger wordt overgedragen.
Als de vordering eerst ontstaat, dan overgaat, en vervolgens de moedermaatschappij de 403-verklaring aflegt, ontstaat evenmin een 403-vordering in het vermogen van de nieuwe schuldeiser. Ook in het geval dat de vordering niet zou zijn overgegaan, had de (oude) schuldeiser geen 403-vordering verkregen, omdat op het moment van het aangaan van de rechtshandeling met de dochtermaatschappij de jaarrekening van de schuldenaar nog wel werd gepubliceerd. Art. 2:403 BW heeft niet de strekking om reeds bestaande schuldeisers ( contractanten) te beschermen tegen het niet meer afzonderlijk publiceren van de jaarrekening van de dochtermaatschappij. Dat geldt ook als de vordering inmiddels op een nieuwe schuldeiser is overgegaan.
Voor de stille cessie geldt hetzelfde. Na de stille cessie van de vordering jegens de dochtermaatschappij zal geen 403-vordering ontstaan, waardoor de kwestie niet speelt.