V-N 2015/15.7
Voortvarendheidseis, datum vaststellingsovereenkomst niet bepalend
HR 13-03-2015, ECLI:NL:HR:2015:555, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 maart 2015
- Magistraten
Koopman, Schaap, Wortel
- Zaaknummer
14/02992
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS177961:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:555, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑03‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑03‑2015
- Wetingang
art. 16 AWR
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat voor de voortvarendheidstoets niet bepalend is het tijdstip waarop mevrouw X bekend raakte met de omvang van de belastingschuld, maar het tijdsverloop dat verstrijkt totdat de aanslag met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn is vastgesteld. De navorderingsaanslag moet binnen zes maanden na de vaststelling op de voorgeschreven wijze bekend zijn gemaakt.
Samenvatting
Mevrouw X stuurt in november 2009 een ‘Verklaring vrijwillige verbetering buitenlands vermogen’ naar de inspecteur. X komt in december 2010 met de inspecteur overeen dat uit praktische overweging wordt volstaan met één IB-navorderingsaanslag in plaats van meerdere aanslagen vanaf 1997. De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.