Einde inhoudsopgave
Balans in het appartementsrecht: wijzigen van de splitsingsakte vereenvoudigd (AN nr. 177) 2022/4.4.0
4.4.0 Introductie
C.N. Siewers, datum 03-10-2022
- Datum
03-10-2022
- Auteur
C.N. Siewers
- JCDI
JCDI:ADS677861:1
- Vakgebied(en)
Vastgoedrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Met een meerderheid wordt bedoeld een meerderheid van het aantal aanwezige stemmen op een vergadering en niet een meerderheid van het aantal stemmen.
Snaet & Carette 2019, p. 194.
Zie ook Rechtbank Amsterdam 25 november 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BU6485 over betreffende gebruiksbeperkende bepalingen van VvE Groenhoven te Amsterdam.
In het modelreglement 2017 is deze bepaling teruggekeerd in artikel 64.3.
Asser/Van Velten & Bartels 5 2017/446.
Rechtbank Groningen 9 juni 2010, ECLI:NL:RBGRO:2010:BM7306 (besproken in RVR 2010, 91 en Van Velten 2013, p. 504).
Kroon 2018, p. 90.
HR 8 oktober 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1089 (Wagemakers v. VvE Van Blankenburgstraat 66a t/m 66f te ’sGravenhage.
Mertens 1995b, p. 495.
HR 10 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1666, NJ 1996, 594 (VvE ‘Ameland State’) en HR 10 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1667, NJ 1996, 595 (Mink resp. Novamij/VvE ‘Duinroos-Duindistel’), beide m.nt. WMK.
Rechtsoverweging 3.3 in HR 10 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1667, NJ 1996, 595 (Mink resp. Novamij v. VvE ‘Duinroos-Duindistel’) m.nt. WMK.
Rechtbank Groningen 9 juni 2010, ECLI:NL:RBGRO:2010:BM7306 (besproken in RVR 2010, 91 en Van Velten 2013, p. 504).
Rechtbank Alkmaar, 12 januari 2012, ECLI:NL:RBALK:2012:BV6994.
Hof Den Haag 13 december 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3719.
Zie ook Kroon 2018, p. 90.
Rechtsoverweging 8.
Een wijziging van een akte van splitsing is een behoorlijke klus. Het is daarom raadzaam om bepalingen die niet noodzakelijk thuishoren in de akte van splitsing, te regelen in een apart reglement, zoals het huishoudelijk reglement. Een huishoudelijk reglement is te wijzigen met een gekwalificeerd meerderheidsbesluit op een ALV.1 Vergelijk ook de ontwikkeling in het Belgische recht om de akte ‘af te slanken’ ter verbetering van de efficiëntie binnen de vereniging van mede-eigenaars. Meer hierover in hoofdstuk 8.2
Een huishoudelijk reglement is niet hetzelfde als het splitsingsreglement. Taalkundig is er gelijkenis tussen deze begrippen. Met het splitsingsreglement wordt bedoeld het reglement als bedoeld in art. 5:112 BW dat is opgenomen in de splitsingsakte. Een huishoudelijk reglement is een reglement dat naast het splitsingsreglement bestaat. Bij de ‘gewone’ boek 2-vereniging zie ik dat het woord ‘statuten’ in combinatie met het woord ‘reglement’ gebruikelijker is dan de combinatie van ‘reglement’ en ‘huishoudelijk reglement’. Verder is het in het kader van de herkenbaarheid van de status van het reglement dienstbaar als consequent de woorden splitsingsreglement of huishoudelijk reglement aangehouden zouden worden. Ik adviseer om – als het mogelijk is vanwege de inhoud van de bepaling – juist het huishoudelijk reglement te vullen met bepalingen.
Het huishoudelijk reglement behandelt zaken die niet voorbehouden zijn aan statuten of het splitsingsreglement.3 In het huishoudelijk reglement is ruimte voor allerlei operationele zaken, zoals het ophangen van was of het wegbrengen van vuil. Het modelreglement 2006 geeft een duidelijke richtlijn aan in art. 59 lid 3 over de verhouding tussen deze stukken: ‘Bepalingen in het huishoudelijk reglement die in strijd zijn met de wet of het reglement worden voor niet geschreven gehouden.’4 Zo is bijvoorbeeld een wijziging van de naam niet mogelijk via een huishoudelijk reglement. De naam van de VvE is onderdeel van de statuten, en een wijziging van de naam moet via een statutenwijziging geregeld worden. Van Velten: ‘Noch Titel 9, noch Boek 2 bevat overigens bepalingen waaruit valt af te leiden hoe de regeling van de VvE over de statuten en het huishoudelijk reglement verdeeld kan worden. Dit heeft ertoe geleid dat in de laatste jaren steeds meer bepalingen die men in de statuten zou verwachten, naar het huishoudelijk reglement zijn overgebracht.’5
Het grote voordeel van opname in een huishoudelijk reglement is dat het huishoudelijk reglement gemakkelijker te wijzigen is dan een splitsingsreglement dat onderdeel is van de splitsingsakte. Het splitsingsreglement kan alleen gewijzigd worden door de splitsingsakte te wijzigen. Het huishoudelijk reglement kan gewijzigd worden met meerderheid van stemmen in een vergadering van de VvE.
In de jurisprudentie is de vraag over wat in welk reglement opgenomen mag worden, onder andere aan de orde geweest in de uitspraak VvE Troelstralaan v. Flat te Groningen:6
‘In deze vergadering van eigenaars, bestaande uit drie eigenaren/bewoners, is unaniem het besluit genomen dat verhuur niet meer zal zijn toegestaan, omdat de vrees bestaat dat toekomstige eigenaren de woningen aan studenten gaan verhuren met alle overlast van dien. In 2008 wordt het reglement bij notariële akte in deze zin gewijzigd.
Nadien koopt een derde een appartementsrecht en laat weten dit met een inmiddels verkregen gemeentelijke onttrekkingsvergunning te gaan doorverkopen als verhuurobject ter bewoning door 6 à 7 studenten, hoewel hij van het verbod op de hoogte is.
Hij vordert nietigverklaring casu quo vernietiging van het verhuurverbod. Volgens de rechtbank volgt uit de wet niet dat een in het reglement opgenomen algeheel verhuurverbod nietig is en voorts dat er geen sprake is van een onaanvaardbare inbreuk op het eigendomsrecht, temeer omdat de eiser het verbod ten tijde van de koop kende.’
Met name de vraag of in een huishoudelijk reglement beperkingen mogen worden gesteld aan het gebruik van een privégedeelte, is in jurisprudentie aan de orde geweest. Kroon schrijft: ‘Uit artikel 2:14 BW juncto 5:129 lid 1 BW volgt dat de splitsingsakte in hiërarchie boven het HHR staat en dat de bepalingen van het HHR niet in strijd mogen zijn met de splitsingsakte.’7 De VvE voert immers krachtens art. 5:112 lid 1 sub e jo 5:126 BW alleen het beheer over de gemeenschappelijke delen. De Hoge Raad beantwoordde deze vraag in de uitspraak Wagemakers v. VvE Van Blankenburgstraat 66a t/m 66f te ’s-Gravenhage bevestigend.8 Ook in een huishoudelijk reglement kunnen beperkingen met betrekking tot het gebruik van een privégedeelte opgenomen worden, indien het reglement van splitsing deze mogelijkheid uitdrukkelijk biedt (vgl. art. 44 modelreglement 1992).9 Ik bespreek deze uitspraak uitgebreider in hoofdstuk 6 handelend over jurisprudentie.
In 1995 volgen uitspraken van de Hoge Raad in VvE ‘Ameland State’ v. Mink, resp. Novamij v. VvE ‘Duinroos-Duindistel’ te Noordwijk, wederom over beperking van het gebruik van privégedeelte.10 In deze uitspraken oordeelde de Hoge Raad dat ‘(…) slechts met betrekking tot het gebruik, waaronder te verstaan de wijze van feitelijk gebruik door de appartementseigenaar of degene aan wie deze zijn privé-gedeelte in gebruik heeft gegeven, van de privé-gedeelten kunnen regels van orde ook in het huishoudelijk reglement worden gegeven, mits het splitsingsreglement daartoe uitdrukkelijk de mogelijkheid opent.
Een regeling als de onderhavige die, zoals de Rechtbank heeft vastgesteld, het karakter heeft van een toelatingsregeling, en ertoe kan leiden dat aan de appartementseigenaar het gebruik geheel wordt ontnomen, kan mitsdien, zoals trouwens ook voortvloeit uit de tweede zin van art. 112, vierde lid, slechts in het splitsingsreglement zelf worden opgenomen.’11 Van Velten: ‘Opvallend is dat de Hoge Raad in beide gevallen als belangrijk argument hanteert het niet uit de openbare registers kenbaar kunnen zijn van de in een huishoudelijk reglement opgenomen (belangrijke) beperkingen, hetgeen sedert 1 januari 1992 niet meer opgaat, omdat op grond van art. 3:17 lid 1 onder d BW publicatie van een huishoudelijk reglement is toegestaan.’ Zie ook de eerder genoemde uitspraak VvE Troelstralaan v. Flat te Groningen waarin een inbreuk op het eigendomsrecht (weliswaar verwerkt in het splitsingsreglement van de akte van splitsing) wel werd toegestaan.12
De Rechtbank Alkmaar oordeelde in 2012 dat een huishoudelijk reglement waarin regels zijn opgenomen over het gebruik van parkeerplaatsen, niet in strijd is met het splitsingsreglement. Omdat een parkeergarage vrij toegankelijk is, achtte de kantonrechter het toegestaan dat het huishoudelijk reglement een inperking inhoudt op de privéparkeerplaats.13
Een ander voorbeeld is een uitspraak van het Hof Den Haag.14 In deze casus was discussie over de uitleg van de mogelijkheid tot kamergewijze verhuur van een appartement.15 De betreffende VvE had in haar statuten opgenomen dat gebruik van een privégedeelte nader geregeld kon worden in het huishoudelijk reglement, zulks conform de norm uit de uitspraak Wagemakers v. VvE Van Blankenburgstraat 66a t/m 66f te ’s-Gravenhage. Het Hof passeert echter bij de uitleg het huishoudelijk reglement omdat het niet was ingeschreven in de openbare registers en daardoor niet kenbaar was voor derden: ‘Gesteld noch gebleken is dat (de inhoud van) het door de vergadering van de VvE vastgestelde huishoudelijke reglement uit of aan de hand van de in de openbare registers ingeschreven splitsingsstukken kenbaar is. Reeds om die reden kan bij de uitleg van artikel 17 lid 4 van de splitsingsakte geen acht worden geslagen op bepalingen in dat reglement.’16