De geschillenregeling ten gronde
Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/V.4.4:V.4.4 De levering en de overdracht in het wetsvoorstel Flex-BV
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/V.4.4
V.4.4 De levering en de overdracht in het wetsvoorstel Flex-BV
Documentgegevens:
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS378574:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken 31 058, nr. 3 (MvT), p. 106.
De tenn 'meest gerede partij' kon volgens de Adviescommissie burgerlijk procesrecht aanleiding geven tot onduidelijkheid. De term kwam nog wel voor in het Voorontwerp. In de andere artikelen van de geschillenregeling waarin de tenn voorkwam (art. 337 lid 1, 343b lid 7 en 343c lid 4 Wv Flex-BV) is zij eveneens vervangen door 'een partij'. Zie Kamerstukken 31 058, nr. 3 (MvT), p. 106-107.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wijze van levering van de aandelen wordt in het wetsvoorstel Flex-BV aangepast. Voor de uittreding staat de procedure nog steeds in art. 341, maar dit artikel wordt op onderdelen gewijzigd. De grootste aanpassing houdt verband met het vervallen van de verplichte blokkeringsregeling bij de BV, zie art. 195 Wv FlexBV. Lid 2 van art. 341 Wv Flex-BV sluit aan bij art. 195 Wv Flex-BV, waarin een wettelijke aanbiedingsregeling is opgenomen, in geval de statuten niet anders bepalen. De aanbiedingsregeling dient bij de gedwongen overdracht op grond van uitstoting dus nog steeds gevolgd te worden. Ik verdedigde reeds dat voor de huidig geldende geschillenregeling ik dit verre van wenselijk vind. Omdat mijn motieven voor het laten vervallen voor het verplicht volgen van een aanbiedingsregeling met de invoering van het wetsvoorstel Flex-BV niet wijzigen, huldig ik eenzelfde standpunt met betrekking tot bovenstaand artikellid. Het lange en ingewikkelde lid 2 kan dus geschrapt worden. Het onveranderde art. 2:341 lid 3 BW treft mijns inziens hetzelfde lot.
De derde zin van het huidige art. 2:341 lid 2 BW vervalt. Indien de vennootschap de aandelen overneemt, is toestemming van de uitgestoten aandeelhouder niet langer vereist. De ratio voor de toestemming lag destijds in het mogelijke belastingnadeel voor laatstgenoemde, maar na de invoering van het nieuwe belastingstelsel is voor de eis van toestemming 'onvoldoende grond'.1
Tot slot wordt 'de meest gerede partij' van lid 7 vervangen door 'een partij'. Dit geldt ook voor de aparte procedure over de uitvoering van de regeling bij de uittreding, zie art. 343a lid 7 Wv Flex-BV.2
Bij de uittreding is de wijziging op het eerste gezicht ingrijpender. Art. 2:343 BW wordt vervangen door vier artikelen. De aanpassing is voor wat betreft de levering en de betaling echter grotendeels cosmetisch van aard. De procedure is verplaatst en opgenomen in een nieuw artikel 343a Wv Flex-BV3
Art. 343a Wv Flex-BV behelst dus de uitvoering van het uittredingsvonnis. De regeling is grotendeels identiek aan de huidige leden 3 tot en met 9 van art. 2:343 BW en is ook weer een spiegelbeeld van de levering in geval van uittreding. In het voorgestelde lid 2 is de aanpassing verwerkt van het vervallen van de verplichte blokkeringsregeling voor de Flex-BV. Ook is hier de toestemming van de eisende aandeelhouder die uittreedt niet vereist, indien hij aan de vennootschap overdraagt.
Mijn bezwaren tegen de regeling in het wetsvoorstel Flex-BV zijn dezelfde als tegen de huidige wet. Ik zie niet in waarom de statutaire aanbiedingsregeling die geldt voor vrijwillige overdracht, verplicht toegepast wordt bij gedwongen overdracht. Ook de ongewijzigde oplossing indien een van de partijen zich niet aan het vonnis houdt, blijft nodeloos ingewikkeld. Tot slot kan lid 7 van art. 341 resp. 343a Wv Flex-BV alleen maar tot meer procedures en vertraging leiden. Ik stel daarom voor de gehele regeling voor levering en betaling op de schop te nemen. In de volgende paragraaf formuleer ik een voorstel voor een nieuwe procedure.