Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/7.3.4
7.3.4 Gerechten van één of een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat?
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS420506:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 9 november 1978, zaak 23/78, Meeth/Glacetal, Jur. 1978, p. 2133, NJ 1979, 538.
Het arrest Meeth/Glacetal gaat over het EEX in de oorspronkelijke versie (voor het Eerste Toetredingsverdrag). Thans is de bepaling van art. 17 lid 2 EEX opgenomen in art. 23 lid 5 EEX-V°/17 lid 3 Verdrag.
HvJ EG 9 november 1978, zaak 23/78, Meeth/Glacetal, Jur. 1978, p. 2133, NJ 1979, 538.
HvJ EG 9 november 1978, zaak 23/78, Meeth/Glacetal, Jur. 1978, p. 2133, NJ 1979, 538.
Van Houtte/Pertegás Sender, Europese IPR-Verdragen, p. 50.
CA Parijs 10 oktober 1990, Rev Crit 1991, 605. De forumkeuze luidde als volgt: 'Les tribunaux de commerce de Vaduz ou Paris sont seul compétents en cas de contestation quelconque.'. Voor een ander voorbeeld uit de praktijk zie Rb. Arnhem 15 februari 2006, NIPR 2006, 311 waar de forumkeuze luidde: `Gerichtsstand ist St. Gallen und Rotterdam'.
Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag laat aanwijzing van een gerecht of gerechten van een EG-lidstaat (EEX-V°) resp. verdragsluitende (Verdrag) staat toe. Betekent dat 'één' (enkele) of 'een' (onbepaald lidwoord) gerecht? Het antwoord is niet te vinden in de toelichtende Rapporten. Toch komt een aanwijzing in één forumkeuze van gerechten in verschillende staten voor. Dat blijkt uit het arrest Meeth/Glacetal.1 Het Hof van Justitie heeft in dat arrest geen moeite met — wat het zelf noemt 'wederkerige attributie van rechtsmacht' en overweegt daarover:
`dat deze formulering (van art. 17 EEX, PK), ingegeven door de in het zakenleven meest gangbare praktijk, evenwel niet in die zin mag worden uitgelegd dat zij partijen de mogelijkheid ontneemt ter afdoening van eventuele geschillen twee of meer gerechten aan te wijzen.'
Deze overweging geeft geen antwoord op het probleem. Het ging niet om één of meer gerechten; dat is zonder twijfel mogelijk blijkens de tekst van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag (zie vorige paragraaf). Aan de orde was de vraag of de gerechten ook in meer dan één verdragsluitende staat mogen zijn gelegen. Niettemin blijkt uit de daaraan voorafgaande overweging dat het Hof van Justitie bij de geciteerde overweging oog heeft gehad op meer dan één verdragsluitende staat. Het Hof van Justitie baseert zijn oordeel op grond van de partijautonomie en art. 17 lid 2 EEX dat bepaalt in welke gevallen een forumkeuze geen rechtsgevolg heeft.2
In de nationale rechtspraak zijn mij slechts vier gevallen van een forumkeuze van dit type bekend.3 In de eerste twee zaken ging het om de rechter van de woonplaats van de eisende partij die bevoegd was van eventuele geschillen kennis te nemen. Ook hier hadden partijen dus de processuele positie van een partij als uitgangspunt genomen. Het Franse Cour de Cassation acht de forumkeuze geldig en verwijst daarvoor naar het arrest Meeth/Glaceta1.4 Het Duitse Oberlandesgericht in Frankfurt acht de forumkeuze echter ongeldig, omdat deze clausule de bevoegdheid afhankelijk doet zijn van de processuele positie. Zijn uitspraak is gewezen vbbr het arrest Meeth/ Glacetal, zodat de waarde van de uitspraak wellicht moet worden gerelativeerd. Op grond van het arrest Meeth/Glaceta15 mag derhalve worden geconcludeerd dat een keuze is toegelaten in één forumkeuze van meer dan één gerecht in verschillende EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten.6
Uit de woorden 'van een lidstaat' (art. 23 EEX-V°) c.q. 'van een verdragsluitende staat' (art. 17 Verdrag) vloeit voor het formele toepassingsbereik voort, dat de aanwijzing van gerechten van derde staten niet wordt beheerst door art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. Zo'n forumkeuze wordt beoordeeld aan de hand van het commune internationaal privaatrecht van de aangezochte rechter. Hier doet zich een probleem voor indien een forumkeuze tegelijkertijd gerechten van een EG-lidstaat resp. verdragsluitende staat en niet EG-lidstaat resp. verdragsluitende staat aanwijst? Bijv.: 'De gerechten te Amsterdam en Mexico City zijn exclusief bevoegd kennis te nemen van alle geschillen die naar aanleiding van deze overeenkomst ontstaan.'
Het komt in de praktijk soms voor dat gerechten worden aangewezen in en buiten de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten. Mij zijn in ieder geval twee uitspraken bekend.7 Mijns inziens dient beoordeling plaats te vinden aan de hand van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag, indien de vordering bij een gerecht van een EG-lidstaat resp. verdragsluitende staat aanhangig is gemaakt en een gerecht van een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat mede is aangewezen. Het maakt niet uit of het geadieerde gerecht (mede) is aangewezen, dan wel aan de rechtsmacht van het geadieerde gerecht is gederogeerd.