De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/2.6.3.1:2.6.3.1 Bevoegdheden belanghebbenden
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/2.6.3.1
2.6.3.1 Bevoegdheden belanghebbenden
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS370874:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 23 maart 2012, NJ 2012/393 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2012/141 m.nt. Josephus Jitta (e-Traction II).
HR 1 februari 2002, NJ 2002, 226 m.nt. Maeijer, JOR 2002, 30 m.nt. Josephus Jitta (De Vries Robbé I).
Vgl. HR 23 maart 2012, NJ 2012/393 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2012/141 m.nt. Josephus Jitta (e-Traction II).
Zie par. 2.3.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals hiervoor reeds ter sprake kwam, dient het belang van het enquêtegerechtigd zijn niet te worden overschat. De andere partijen die worden toegelaten als partij in de enquêteprocedure (dus de belanghebbenden) hebben grotendeels dezelfde bevoegdheden. Deze bevoegdheden ontlenen zij aan art. 282 Rv dat bepaalt dat belanghebbenden in een verzoekschriftprocedure een verweerschrift mogen indienen (lid 1) en dat verweerschrift een zelfstandig tegenverzoek mag bevatten (lid 4).
Een verzoek om onmiddellijke voorzieningen te treffen, wordt gezien als een dergelijk zelfstandig verzoek, ook op het moment dat niemand anders om onmiddellijke voorzieningen heeft verzocht.1 Evenwel kan een belanghebbende niet zelfstandig verzoeken om een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken en wanbeleid vast te stellen. Anders gezegd, kan een belanghebbende geen enquêteprocedure entameren waarin om onmiddellijke voorzieningen kan worden verzocht.2
Hetzelfde geldt mijns inziens ten aanzien van het verzoek om eindvoorzieningen te treffen. Dat wil zeggen dat een belanghebbende moet wachten tot een enquêtegerechtigde verzoekt om wanbeleid vast te stellen, maar dat een belanghebbende daarna bij wijze van zelfstandig tegenverzoek om eindvoorzieningen kan verzoeken.3
Daarnaast hebben belanghebbenden nog een andere mogelijkheid. Dit hangt samen met het feit dat de ondernemingskamer een ander onderzoek kan bevelen en andere (onmiddellijke) voorzieningen kan treffen dan verzocht.4 Belanghebbenden kunnen derhalve de ondernemingskamer suggesties aan de hand doen en het staat haar vervolgens vrij om deze over te nemen.