Informatierechten van aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/2.3.4.2.1:2.3.4.2.1 Omschrijving
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/2.3.4.2.1
2.3.4.2.1 Omschrijving
Documentgegevens:
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971979:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een ander perspectief biedt het essay ‘Exit, Voice and Loyalty: Responses to Decline in Firms, Organizations, and States’ van de Amerikaanse econoom Albert Hirschman.1 Hirschman behandelt daarin drie manieren waarop ontevreden partijen kunnen omgaan met disfunctioneren binnen, of ontevredenheid over, bepaalde systemen waaraan zij deelnemen. Deze theorie kan ook worden toegepast op organisaties als ondernemingen of verenigingen.
In de kern kan een ontevreden partij ervoor kiezen om de betreffende organisatie te verlaten (exit), zijn bezwaren kenbaar te maken aan de leiding (voice) of om niets te doen en de suboptimale situatie te accepteren. Ik begin bij de eerste optie van exit, die Hirschman als volgt definieert:
“Some customers stop buying the firm’s products or some members leave the organization: this is the exit option. As a result, revenues drop, membership declines, and management is impelled to search for ways and means to correct whatever faults have led to exit.”2
Een exit, het verlaten van de bezwaarlijke situatie, biedt in het algemeen een snelle en voorspelbare oplossing voor de ontevreden partij tegen doorgaans overzichtelijke kosten. Onder omstandigheden kan exit ertoe leiden dat de leiding zich genoodzaakt ziet de bezwaarlijke situatie te verbeteren.3 Te denken valt aan een bakker die, na wijziging van de receptuur van zijn deeg, de verkoopcijfers ziet dalen of de sportvereniging die leden verliest na een verhoging van de contributie. Belangrijk voor een dergelijke reactie is dat de leiding de exits ‘voelt’, in staat is te achterhalen waarom de betrokkene(n) tot een exit is/zijn overgegaan en vervolgens ook op passende wijze haar handelen daarop aanpast. Exit is daarmee een betrekkelijk bot instrument.
Indien de ontevreden partij niet in staat of bereid is de bezwaarlijke situatie te verlaten, is zij genoodzaakt ofwel deze situatie te accepteren ofwel haar bezwaren kenbaar te maken en aan te sturen op verandering. Dit laatste wordt door Hirschman aangeduid als voice:
“Voice is here defined as any attempt at all to change, rather than to escape from, all objectionable state of affairs, whether through individual or collective petition to the management directly in charge, through appeal to a higher authority with the intention. of forcing a change in management, or through various types of actions and protests, including those that are meant to mobilize public opinion.”4
Voice biedt een genuanceerdere wijze dan exit om de situatie te verbeteren. Bij voice zal de leiding immers direct op de hoogte worden gesteld van de bezwaren van betrokkenen. Voice zal echter in de regel kostbaarder zijn voor de betrokkene en minder zekerheid bieden over de uitkomst. Indien een betrokkene via het uitoefenen van zijn voice een reële impact kan hebben op de bezwaarlijke situatie, kan dit echter ertoe leiden dat hij een exit uitstelt of zelfs geheel achterwege laat:
“The decision whether to exit will often be taken in the light of the prospects for the effective use of voice. If customers are sufficiently convinced that voice will be effective, then they may well postpone exit. (…) It may, in fact, be more appropriate to put matters in this way, for if deterioration is a process unfolding in stages over a period of time, the voice option is more likely to be taken at an early stage. Once you have exited, you have lost the opportunity to use voice, but not vice versa; in some situations, exit will therefore be a reaction of last resort after voice has failed.”5
Exit is aldus een ultimum remedium en kan daardoor een zwaarder middel zijn om in te zetten dan voice. Voice kan derhalve een alternatief bieden voor exit. In andere gevallen, waar exit geen optie is, zal voice echter de enige restoptie zijn, naast het accepteren van de bezwaarlijke situatie. Het belang van voice neemt dan ook toe, aldus Hirschman:
“The role of voice would increase as the opportunities for exit decline, up to the point where, with exit wholly unavailable, voice must carry the entire burden of alerting management to its failings.”6
Tussen exit en voice bestaat een complexe verhouding. De betrokkene zal een kosten-batenanalyse maken van de beschikbare opties. Daarbij komt dat er omstandigheden kunnen zijn die een exit onaantrekkelijk of (feitelijk) onmogelijk maken. Hirschman spreekt in dit verband van ‘loyalty’.7 Loyalty verhoogt de drempel voor het maken van een exit en zal betrokkenen daarom kunnen dwingen gebruik te maken van hun voice.
De theorie van Hirschman vindt brede toepassing en ziet ook op samenwerkingsverbanden als vennootschappen.8 Als gevolg van de hiervoor besproken functiescheiding, kunnen individuele aandeelhouders immers niet rechtstreeks ingrijpen in de wijze waarop leiding wordt gegeven aan de vennootschap. Wel kan een ontevreden aandeelhouder zijn bezwaren kenbaar maken aan de vennootschapsleiding (voice), bijvoorbeeld door de dialoog te zoeken of door gebruik te maken van zijn rechten en bevoegdheden binnen de vennootschap.9 Bovendien zijn aandelen overdraagbare vermogensrechten, als gevolg waarvan een ontevreden aandeelhouder – in theorie – zijn aandelen zou kunnen vervreemden om zo uit het samenwerkingsverband te treden (exit). Een ontevreden aandeelhouder kan ten slotte ervoor kiezen om niets te doen, bijvoorbeeld omdat hij de situatie accepteert, omdat hij voorziet dat ingrijpen zinloos is, althans dat de drempel voor ingrijpen te hoog ligt, of omdat hij verwacht dat een ander zal ingrijpen (ook wel aangeduid als ‘free-riding’). Bij dit alles speelt de hiervoor geschetste wisselwerking tussen exit en voice. Eenvoudig gezegd: naarmate de drempel voor een exit toeneemt, neemt het belang van voice toe en vice versa.10 Indien een exit geen reële optie is voor de ontevreden aandeelhouder, komt dus ook een grotere nadruk te liggen op voice dan op exit.